Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft het bureau getracht na te gaan, in welke mate zijn voorlichtingswerk succesvol is geweest bij het plaatsen van leerlingen in de vakken, waarvoor zij geschiktheid en gelegenheid bezitten. Van 240 jongens, wier leermeesters rapporten hebben verschaft, nadat de jongens een leerlingtijd bij hen hadden doorloopen van een half jaar, is bevonden, dat 90 % beschreven wordt als „middelmatig" of beter, nauwelijks 8 % is aangeduid als „gebrekkig" en slechts 2 % als „zeer goed".

Voorzoover de psycho-technische proeven

betreft, heeft een vergelijking tusschen de ervaring van de Technische school omtrent 48 leerlingen en die van het psychotechnisch bureau aangetoond, dat er volkomen overeenstemming bestond in 41 gevallen, een geringe afwijking in 4 en verschil in slechts 3 gevallen.

Medisch onderzoek is ingesteld bij 1969 leerlingen. In 285 gevallen vond de consulteerende geneesheer het raadzaam, tusschenbeide te komen en andere beroepen aan te raden dan die, welke aanvankelijk verlangd waren. ■

LEESTAFEL.

1. Dr. H. J. Schim van der Loeïf. „Het Voortplantingsleven van den Mensch" ingenaaid f 0.90 ; ingebonden f 1.50.

2. Mr. W. Duijnstee C. S. S. R. „De Leer der Kuischheid" f 1.30. Uitgaven Centraal Bureau voor Eer en Deugd. Roermond.

Wij kunnen de bekoring niet wederstaan, om aan de lezers van ons maandblad beide bovengenoemde werkjes met bij zonderen aandrang aan te bevelen.

Ze behandelen een vraagstuk, vooral in onzen tijd van buitengewoon actueelen beteekenis : „de leer over het voortplantingsleven van den mensch en de leer over de kuischheid."

We noemen beide werkjes „van buitengewoon actueele beteekenis vooral in onzen tijd". Het verbreiden van normale en gezonde opvattingen over vraagstukken van voortplanting en kuischheid is uit zijn aard van „actueele beteekenis", omdat geen vraagstuk zoo diep in het persoonlijk, het huiselijk en maatschappelijk leven ingrijpt, als juist dit. Vooral „voor onzen tijd" is dit van zoo actueele beteekenis, wijl meer dan ooit

thans allerlei abnormale en ongezonde meeningen met groote driestheid over deze levensvragen aan ons volk worden verkondigd. Er is echter nog een bijzondere reden, waarom wij de belangstelling van onze lezers voor beide werkjes vragen.

Velen van onze lezers hebben een leidende functie en zijn er op aangewezen om voorlichting te geven op dat breede terrein, dat met de uitoefening van een levensroeping samenhangt.

Voor hen is het op de eerste plaats van het allergrootste belang een juiste en hooge opvatting te hebben van die groote levensvragen, die zoo sterk de uitoefening van een levensroeping zullen beïnvloeden.

Mogelijk zijn er zelfs onder hen, die geroepen zijn om jeugdigen op dit gebied van goede voorlichting te dienen.

Aan hen vooral wenschen we van heeler harte beide boekjes aan te bevelen. Zij zullen er in vinden een rijkdom van gedachten ter vorming van eigen opvattingen en een schat van gegevens, om anderen dienstbaar te zijn. B. H. DE GROOT.

Sluiten