Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor ons doel is dit juist het belangrijkste. De pathologisch-anatomische indeelingen (Tendeloo, Aschoff, Fraenkel, Ranke) houden met den aard van het proces zeker rekening, maar zijn klinisch niet voldoende bruikbaar. Het voor ons doel meest practische systeem is nog wel de indeeling volgens Graeff en Kuefferle 3), die berust op hetgeen de Röntgenfoto te zien geeft en die het voordeel heeft van eenvoudig en practisch te zijn en die gemakkelijk aangevuld kan worden met klinische gegevens. Zij onderscheiden twee hoofdvormen van het tuberculeuze proces, exsudatieve en productieve vormen. De eerste vorm omvat de acineus-exsudatieve en de lobulair-kazige haarden, terwijl tot de tweede groep gerekend worden de acineusproductieve, de acineus-nodeuze, de induratieve en cirrhotische haarden, terwijl de miliairtuberculose wel buiten beschouwing kan blijven daar voor lijders aan dezen vorm van longtuberculose beroepskeuze wel nooit ter sprake zal komen. Het spreekt vanzelf, dat exsudatieve en productieve vormen wel zelden alleen zullen voorkomen, maar meerendeels gemengd ; toch kan een longproces een overwegend karakter in een of andere richting hebben en daarnaar moeten wij voorloopig beoordeelen. Ik ben mij dus zeer wel bewust van het schematische en provi¬

sorische karakter dezer indeeling, maar dit kan niet anders, onze kennis is nu eenmaal niet grooter.

Uit bovenstaande regels blijkt dus wel ten duidelijkste, dat ik absoluut noodzakelijk acht, dat men volkomen ingelicht zij over den aard van het tuberculeuze proces, alvorens men eenigen raad geeft en het spreekt vanzelf, dat alleen lijders aan een niet-actief proces in aanmerking komen voor de beroepskeuze. Men moet dus eerst trachten, in zooverre dit mogelijk is, de progressieve processen uit te sluiten ; deze lijders behooren in een sanatorium of ziekenhuis. „Ebensowenig wie man etwa Mütter, bei denen man durch die Tuberkulinprobe oder die Röntgenuntersuchung eine einmal stattgehabte tuberkulöse Infektion oder Erkrankung nachweisen kann, aus diesen Gründen allein vom Stillen ihrer Kinder abhalten darf, aus demselben Grande wird man nicht berechtigt sein, Kinder mit denselben klinischen Merkmalen von vornherein als tuberkulös zu betrachten und auf Grand dieser Diagnose von vornherein von verschiedenen Berafen ausschlieszen dürfen" schrijft

Jehle 4). "

H. W. BERINSOHN.

Schoolarts te Amsterdam.

EERSTE JAARVERSLAG VAN DE R.K. COMMISSIE VOOR BEROEPSKEUZE TE MAASTRICHT 1926.

De oprichtingsvergadering werd gehouden op

Woensdag 30 Januari 1926.

De Commissie was op 31 December als volgt

samengesteld:

Mesker P. J., Voorzitter.

Souren (Pastoor) J. M., 2e Voorzitter.

Perry H. J., Penningmeester.

Bus H. R., Secretaris.

Bruis L. F., Lid.

Fryns J. H., Lid.

Grebber de E., Lid.

Helder J. F., Lid.

Huydts M. A., Lid.

Leith Dr. P. J., Lid.

Schaepkens van Riempst Dr. L. A., Lid.

Van der Ploeg H., Lid.

Sluiten