is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1938, no 26, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getreden : mfoemoe koetoe kon het kwalijk nemen en straffen :met een ziekte.

Klaar schijnt het idee over de schaduw bij de Bakongo niet. Toen ik hun zienswijze trachtte na te vorschen, wierp ik hen op, dat een boom, een hut, een dier ook een schaduw afwerpen en bijgevolg zoowel als de menschen een mfoemoe koetoe inhebben.

« Jawel », wedervoeren zij, « dieren hebben een schaduw als •wij, maar boomen en hutten bezitten geen eigenlijke schaduw, geen kini, alleen maar kiosi, letterlijk : koelte; zij kunnen geen mfoemoe koetoe inhebben.

De dieren toch hebben een schaduw en dus een mfoemoe koetoe ?

Heelemaal niet, zij hebben geen mfoemoe koetoe, want !hun schaduw verschilt van die der menschen.

— Waarin ligt het onderscheid ?

— Dat hebben de ouderen ons niet geleerd »... De immer eendere laatste uitvlucht voor een Moekongo, die in 't nauw zit.

Ontdubbeling.

Hoe onsamenhangend de opvattingen van de Bakongo ook blijken over de schaduw, de zinnelijke en de geestelijke ziel, het staat vast dat een ontdubbeling van den menschelijken persoon, door een tijdelijke afwezigheid van mfoemoe koetoe, hen natuurJijk voorkomt.

Wanneer mfoemoe koetoe overal rondwaart, verricht hij misschien groot kwaad; soms verneemt de mensch dit in zijn droomen, meestal echter blijft hij er heelemaal onbewust van. Mfoemoe koetoe kan aldus op zijn nachtelijke tochten als een gewone toovenaar iemand « opeten », zonder dat zijn mensch er bij 't ontwaken zich iets van herinnert. Dit verklaart de spreuk ; « Of uw moeder of uw vader toovenaar zijn, wat weet gij daarvan ? Misschien zijn zijzelf daarvan niet op de hoogte. »

Een oude nganga, dien ik uithoorde over kindoki, verschafte mij volgende inlichtingen : « de beheksers zijn slechte menschen met een boosaardige mfoemoe koetoe. Door een sterke toovermacht slagen zij er in zich tot een petieterig klein diertje om te vormen en

IHS