Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebuit, maar toch in het gezelschap van menschen geduld — de Mahar was hieruit verbannen.

Zij zijn bloohartig en gelijken op een opgejaagd wild dier, dat voor een vervolger vlucht. Een wild dier stelt zich toch te weer, wanneer het in het nauw gedreven zit; de Mahars konden zelfs dat niet wagen, alleen maar arglistig wraak nemen, door de ossen van een boer heimelijk te vergiftigen.

Zij zijn wantrouwig, daar zij in iedereen slechts een trotschen en harteloozen verdrukker zien.

Zij zijn oneerlijk, daar zij het meest vanzelfsprekende gevoel van eigenwaarde voortdurend moesten verloochenen.

Zij zijn godsdienstig onverschillig, daar hun wreede godsdienst hun slavenkettingen smeedde en geen troost schonk.

Wanneer nu de missionaris als een barmhartige Samaritaan tot hen neerbuigt, hun wonden wascht en verbindt en hun ellende lenigt, dan wordt zijn goedheid gemakkelijk als zwakheid aangezien; wanneer hij hun een loods tot school bouwt, waar zij kunnen leeren en schrijven, dan vaart licht het duiveltje van den hoogmoed in hen, dan willen zij niet meer werken, « zij hebben immers gestudeerd » !

Dat zijn de moeilijkheden, waarmee de missionaris te kampen heeft, welke hij met geduld en standvastigheid in hen overwinnen moet. Christus is immers ook voor de Mahars gestorven, zij moeten tenminste in het andere leven gelukkig worden.

« Zoo de graankorrel niet sterft. »

(Jo. 12, 24)

In het jaar 1878 werd Kendal ten koste van groote offers gesticht. In de eerste zes jaar werkten daar niet minder dan zever. Duitsche paters met of na elkaar; een overleed reeds in 1880, twee andere stierven korten tijd na hun vertrek uit Kendal tengevolge van de daar geleden ontberingen, de vier andere moesten, de eene vroeger de andere later, ziek naar Europa terug; de levensvoorwaarden in het ongezonde klimaat bij onvoldoende voeding waren te hard voor Europeanen. Maar een inlandsche priester, Marcellinus de Souza heeft het er tot 1894 uitgehouden.

IHS

Sluiten