Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren heb ik kort geleden een school geopend. Die komen graag, maar wat zijn ze nog wild en primitief !

De menschen die uit Chota NagVolk uit Chota Nagpur. pur naar Calcutta uitweken, wonen over de stad verspreid en vergeten gemakkelijk hun godsdienstplichten te vervullen. Door ze bijeen te brengen in een sociale organisatie hoop ik daaraan te verhelpen.

Doodarm als ze zijn, worden ze zoowel door Anglo-1 ndiërs. de eigenlijke Indiërs als door de Europeanen veracht. Dagelijks verergert hun toestand. Wat de missie voor hen doet, is te vergelijken met Europeesch parochiewerk onder het allerarmste volk.

En nu mijn meest interessante parochianen : de

Bijna een jaar woonde ik in China om er de Chineezen. taal te leeren. Toen ik terugkwam, heb ik hier in het Chineesche kwartier een school geopend. Daar trachten nu ongeveer 40 kleine jongens en meisjes de Chineesche hiëroglyphen aan te leeren. Jammer, dat u ze niet kunt hooren. Want ieder chineesch woord wordt op een bepaalde toonhoogte uitgesproken. Als ze luidop lezen, is het precies of' ze zingen ! Hoewel de leerlingen meerendeels heidensch zijn, volgen ze toch allen onze godsdienstles. Een Chineesch echtpaar, dat uit China met mij meeging, doet hier dienst als onderwijzers en katechisten.

's Avonds na den arbeid gaan de katechumenen naar de school voor de katechismusles. Degenen, die Kantoneesch spreken, onderwijs ik zelf, terwijl mijn katechisten het woord richten tot hen, die een ander dialect spreken. Na de les gaan allen naar de kleine kapel, die ik in de school heb ingericht, en bidden gezamenlijk het avondgebed. Tweemaal in de maand draag ik daar 's Zondags de H. Mis op en preek ik er in hun eigen taal.

Traag gaat het werk vooruit. Er is nog maar een dertigtal katholieken. Behalve dat er veel moeilijkheden zijn, trachten de heidenen ons kwaad te doen, zoo erg zij kunnen. Onlangs verspreidden zij het gerucht, dat ik pro-Japansch was en dus geen waar Chinees naar mijn school mocht komen.

IHS

Sluiten