is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1938, no 28, 01-12-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt dat, volgens den Javaan, ofwel omdat men geruimen tijd de beschermgeesten der dessa heeft verwaarloosd, waardoor deze het noodig oordeelen hun ontevredenheid daarover eens te toonen, ofwel omdat er andere vijandige geesten in het spel zijn.

Zoo heerschte hier in Moentilan en omstreken gedurende den Westmoesson van 1922 de pest. In vijf maanden tijd deden zich in het district 400 gevallen voor, allen met doodelijken afloop. Gelijk bekend brengen de ratten, waarvan het wemelt in alle dessa's, door hun vlooien hun ziekte op den mensch over. De Javanen echter denken dat de ziekte het werk is van booze geesten, die hier of daar in boomen, groote steenen of huizen^ verblijven. Daarom werd ook in verschillende omliggende dessa's besloten, tegen de pestgeesten ten strijde te trekken.

Met bamboe-fakkels, stokken en tongtong gewapend, zouden ze 's avonds hun klopjacht beginnen. Eerst de dessa zelf zu:veren van de booze geesten, dan naar het dessa-kerkhof, waar de meeste

geesten verblijven.

Op het bepaalde uur werd de tongtong geslagen en allen stormden naar buiten. Onder oorverdoovend lawaai steegen ze met hun knuppels op de boomen en de wanden der huizen. Ze spoorden elkander aan : « ajo, ajo, hierheen, daarheen ». Bij groote steenen riepen ze elkaar toe : « Hier heb je een pestverspreider », en een dracht stokslagen viel kletterend er op neer. Dan weer klonk het : « Weg van hier, pestduivel. » Zoo renden ze luid schreeuwend rond, overal de booze geesten vervolgend en opjagend.

Nadat zoo de dessa gezuiverd was, ging het over smalle sawahdijkjes naar het kerkhof. Daar moest de echte slag geleverd worden. Eerst wordt het kerkhof omsingeld, om de geesten binnen te houden, daarna moeten de grafsteenen en boomen het ontgelden. Om ieder graf sprongen ze rond en riepen : « Sta op, Kjahi, en kom ons helpen », want zij meenen dat de dooden meer vermogen om geesten te verdrijven dan levenden, 't Was als zagen ze de geesten voor hun oogen. Onder allerlei uitroepen moedigden ze elkander aan : « Hier zijn ze »; « Daar vluchten ze reeds weg »; « Sla toe ».

Na aldus eenigen tijd gelawaaid te hebben, waren de geesten natuurlijk vol schrik weggevlucht !