Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

HET VERHAAL VAN DE MAAND

D R U P P E LT J E DRUP

DOOR

JOS. VAN LAER, S. J.

'n Telegramdragertje, 'n doodgewoon telegramdragertje.

Maar de menschen keken toch altijd weer om, geamuseerd, als het per fiets voorbijschoot, rakelings langs het trottoir. Hoepsa, hangen in den bocht !.. En fluiten als een merel !..

Een zonnestraal door de saaie straat, zoo 'n schep-vreugd-in't-leventje, dat voorbijflitst !

En waar hij zijn telegram besteld had, bleef er een glimlach achter. Een-glimlach om het frissche uniform-kereltje, zoo beleefd en cordaat. — « Telegram, madam ! — Als 't u blieft, madam ! — Goeien dag, madam ! » Een tikje aan zijn pet, weg was hij alweer...

—■ « Is dat er geen uit het winkeltje op den hoek daar, van die Van Drups ? »

— « Van die Van Drups, waar de man gestorven is ? »

— « Precies I... 'n Vrouw met vijf kleine kinderen, och arme ! Nog goed dat deze jongen dan toch al wat kan bijverdienen ! »

— « Zoo 'n kind anders nog ! »

Zoo 'n kind, ja, dat zei men ervan. Omdat het kereltje er wel erg tenger uitzag in zijn lange broek-uniform. Maar ook om iets anders nog : om die helle oogen in dat open gezicht, al vinnigheid en levenslust. Zoo kijkt alleen maar een kind : vol levensblij vertrouwen, onbevangen en ongerept.

Druppeltje Drup.

In zijn troep had hij dat naampje gekregen, in zijn scoutstroep, op het kampvuur toen hij gedoopt werd.

— « Hallo », had de master gevraagd « Hoe moet hij heeten ? Kwiek is hij en vinnig en vlug... »

Sluiten