Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaglijk, doch niet hopeloos — evenveel missionarissen op de heele wereld als priesters in België ! — en Pius XI was de eerste om allen aan te moedigen.

De Jezuïetenmissies

In de hoop aan de onbegrensde verlangens van den paus te voldoen en tegelijk uit dankbaarheid voor de pauselijke bescherming heeft de Compagnie van Jezus haar krachten ingespannen.

3.649 Jezuïeten, ongeveer 15% van het totaal, waren op het eind van 1937 in de missie werkzaam. Zoowel onder de Eskimo's als onder de negers, evengoed aan universiteiten als onder de bewoners van het oerwoud werken zij. In al hun missies samen wonen 180 millioen menschen, van wie nog geen vier millioen katholiek zijn.

Herhaaldelijk heeft Pius XI blijken gegeven van zijn welwillendheid jegens de Compagnie.

De Canadeesche martelaren Johannes de Bréboeuf, Isaac Jogues en hun zes gezellen werden 21 Juni 1925 zalig- en 29 Juni 1930 heiligverklaard. De zaligverklaring van de Zuidamerikaansche martelaren Rochus Gonzales de Santa Cruz, Alphonsus Rodriguez en Johannes del Castillo volgde 28 Januari 1934.

Gaarne aanvaardde de Compagnie moeilijke missies, gaarne stond zij gebieden af aan anderen. Vaak betuigde de paus zijn tevredenheid over het werk der missionarissen aan de universiteiten in Azië, hij prees de boeken, die over de missie werden geschreven. Paters, die te Rome kwamen, wenschte hij persoonlijk te spreken.

Moge de Compagnie een trouwe dienares van den H. Vader blijven. In zekeren zin is haar werk van de laatste zeventien jaren het werk van Pius XI geweest, immers zijn invloed was bezielend.

« Dat ééne ziel zou verloren gaan wegens onze traagheid en onze kleinmoedigheid, dat één missionaris niet verder vorderen zou wegens gebrek aan het noodige, dat wij hem hebben geweigerd, wat een zware verantwoordelijkheid, aan dewelke wij misschien al te zelden in ons leven denken. »

(Uit de eerste toespraak van Pau» Pius XI, Pinksteren 1922.)

Sluiten