Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen, in elkaar te zetten. Geloof me, ik heb het onmogelijke gedaan en nooit ontving ik iets, of ik stuurde het meteen naar u door. »

P. Crosjean wilde de missie bekend en bemind maken en daarvoor benutte hij het missietijdschrift.

Een eigenaardige positie.

Evengoed als de andere paters had P. Crosjean ontdekt, dat Mgr. Coethals eigenlijk voor de uitbreiding van de missie weinig deed. Wijl in de laatste jaren de katholieke Kerk in Indië veel van haar prestige had verloren, deed de vikaris zijn best om haar invloed te herstellen. Daartoe arbeidde hij hoofdzakelijk onder de katholieken in Calcutta. Het klimaat, de bestuurszaken en zijn tweejaarlijksche visitatiereis door het heele missieland eischten al te veel van zijn krachten. Voldeed hij aan het verlangen van de paters om veel nieuwe missieposten op te richten, dan zou hij — hij was er zeker van — onder den last bezwijken.

Maar nauwelijks wisten de paters, hoe graag P. Crosjean een geweldige missie-actie onder de bevolking wilde inzetten, of zij schreven hun brieven niet meer aan Mgr. Coethals, maar aan zijn secretaris. Deze dacht na, besliste en legde zijn besluit zoo duidelijk aan zijn overste uit, dat de goedkeuring steeds volgde.

Allerlei omstandigheden kwamen den invloed van P. Crosjean nog versterken. Toen 1 Maart 1882 P. Van Impe stierf, werd P. Crosjean vice-rector van het college te Calcutta, totdat de nieuwe missieoverste benoemd werd. Daar tegelijk de Belgische provinciaal ernstig ziek werd, kwam tijdelijk diens secretaris P. Van Reeth aan het bewind, een goede kennis van P. Crosjean, daar hij in Drongen diens leeraar was geweest. De verhouding tusschen beiden was uitstekend en zij deden hun werk goed. Waarom zou men ze beiden niet in hun werkkring handhaven ? Zoo werd P. Van Reeth provinciaal en P. Crosjean overste van de missie.

Overste van de missie.

De laatste meende, dat hij van den wal in de sloot was geraakt :

Sluiten