Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al onze studenten dezer dagen zonder zorgen ! — en, naar 't schijnt, blijven ze voor elke weldaad erkentelijk. Wie heeft er nooit gehoord van dien wilden olifant in de jungle, met dien doorn in den voet ! Daar komt een reiziger voorbij, snelt naar het hulpeloos smartende dier en rukt het den doorn uit den teen. Jaren later werd het beest gevangen en getemd en in een circus vertoond. Onder zoo 'n vertooning herkent onze jimbo in een man ginder hoog op het uilenkot zijn liefdadigen redder van jaren geleden. De olifant de banken op naar den uil toe, recht op den man af. Slaat hij mij daar niet den slurf om de lenden van den verstard starenden circusbezoeker, draagt hij hem daar niet, behoedzaam als een moeder haar kind, naar beneden en zet hij hem daar niet in den zachtsten fauteuil op den eersten rang ! Geschiedenis — zeggen ze.

NEUZENSCHENDERS « En den laatsten dag » — wij citeeren woordelijk de verloren gedenkschriften van Vader Adam, « boetseerde Ons Heer mij schoontjes éénen neus tusschen mijn twee ooren ». Een schoonen neus, want ze beweren, dat Adam een pronte vent was... Sedertdien, helaas !... En toch blijft het een eeuwig eendere waarheid : « Wie den neus schendt, schendt het aangezicht. »

Die spreuk indachtig hadden den laatsten tijd veel menschen hier hun neus, dien ze anders « gaarne overal in steken », maar liefst, als na een vastenavondviering, in hun binnenzak verborgen. En iedereen was eiken morgen bij 't wakker worden blij, dat hij mocht « op zijn neus staan te kijken ». Wij zeggen soms : « hij zou mij den neus afbijten » en « die eet mij de ooren van het hoofd ». In Vlaanderen heet dat beeldspraak. In Indië echter deinzen ze voor zoo 'n beetje wreedheid niet terug.

Hier maken nog veel benden van Ali-Baba en Bak-EI-And het platteland onveilig. In één jaar hebben die naamlooze vennootschappen in ons Bengalen van vijftig millioen zielen rond de zevenhonderd gruweldaden op hun zwart geweten, met diefstal moord en brand en ander wanbedrijf. Gebeurt het nu dat zoo 'n kliek baanstroopers, dakoïts, achternagezet wordt en dat een onder hen neergeschoten valt, dan snijden zijn collega's in zeven haasten zijn neus af : dat maakt hem onherkenbaar — zoo moge-

Sluiten