Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dokter voor een inspuiting om het hart te versterken. Reeds valt de duisternis, als ze den post bereiken. Het hopelooze van zijn toestand is de pater ten volle bewust, en met de vreugdevolle sterkte van een grootmoedig hart brengt hij het offer van zijn leven. « Wat ben ik blij te mogen sterven in een huis van de Sociëteit... Roep een biechtvader en dien mij het H. Oliesel toe. » Na middernacht vraagt hij nogmaals om de H. Teerspijs.

Den Donderdag morgen zal P. Servais, een behendig autovoerder, hem zooveel mogelijk zonder schokken, zonder hotsen naar Leverstad rijden, waar een geneesheer den verwonde onderzoeken zal en de Zusters in het hospitaal van de H. C. B. (Huileries du Congo Beige) hem kunnen verzorgen. Pater Renier en de zuster-ziekenverpleegster van Kikombo rijden mee en zenden op het kruispunt van de baan naar Kinzambi een neger met een briefje voor Monseigneur Van Schingen, S. J.. Deze snelt aanstonds toe met den Regulieren Overste, P. Allard, S. J.

Zooals hij geleefd had.

Met een rustigen glimlach ontvangt P. Cuylits hun bezoek. « Het bovendeel van het lichaam lijkt onaangetast », zegt hij kalm, « maar het onderste is al dood en de rest zal het weldra ook zijn. Het is goed zoo. Onverwacht weliswaar, niettemin welkom. Dit is mijn laatste octiduum. Mijn term is af. Ik trek op, ditmaal heb ik trein noch boot van doen. Ik ben reisvaardig. Terwijl ik onder mijn moto lag, heb ik mij al klaar gemaakt. Ik was bereid om heelemaal alleen de aarde te verlaten. De Voorzienigheid heeft het anders beschikt en zie, hier lig ik omringd en verzorgd lijk een koningskind. »

Hoe herhaaldelijk Monseigneur ook verzekerde, dat hij zijn flinken werker nog hoegenaamd niet derven kon, hoe pramend Pater Biebuyck, S. J., de aalmoezenier van het hospitaal, ook aandrong om door de voorspraak van den Gelukzaligen Claudius de la Colombière een mirakuleuze genezing af te smeeken, de pater antwoordde rustig glimlachend : « Neen, Monseigneur, laat mij stilletjes heengaan. Van ginderboven zal ik nuttiger zijn dan hier. Och, laten wij liever voor anderen die wonderbare gunsten vragen.»

De dokter had een oogenblik gemeend Pater Cuylits misschien

Sluiten