Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LICHT- EN BIJGELOOVIGHEID DOOR A. MICUS. s. J.

Genees- en behoedmiddeltjes.

Gelijk de minst ontwikkelde volken zijn de Santals zeer lichten bijgeloovig. Zij gelooven vast in sommige voorteekenen. Onmiddellijk aanvaarden zij de meest zonderlinge verhalen omtrent booze geesten of bonga's, zooals zij die noemen. Hun medicijnmannen profiteeren van die lichtgelovigheid en bedotten hen met de meest belachelijke afkookseltjes, door de patienten in te slikken met een onwankelbaar vertrouwen in de goede uitwerking. De uitwendige remedies van die kwakzalvers zijn echt koddig. Een paar bosjes verwelkt gras om den hals gebonden, heeten een geneesmiddel tegen malaria. Een amulet aan den pols vastgemaakt, behoedt je wis en zeker tegen alle inwendige kwalen. Vaak zie je iemand gaan met een schelp bevestigd naast een open wond. Ze meenen, dat die schelp een magisch heelende kracht bezit.

Eenige maanden voor het Gosae-feest vergaderen de jonge mannen van het dorp weken lang iederen avond om bepaalde gezangen en mantra's te leeren. Het zingen daarvan heet een geneesmiddel tegen slangenbeten.

Het venijn van vele slangen is niet doodelijk. Die door zulk een slang gebeten zijn, genezen natuurlijk en dan noemen de bijgeroepen toovenaars zich niettemin hun redders. Is de beet echter doodelijk en sterft het slachtoffer, dan zijn zij in staat om te zeggen, gelijk ik eens gehoord heb, dat iets anders eigenlijk den dood veroorzaakte.

Wanneer een epidemie uitbreekt als de kinderpokken of de cholera, of wanneer het vee sterft aan de een of andere ziekte, zal het dorpshoofd zijn volk gewoonlijk oproepen om te beslissen, wat er gedaan moet worden. Het gewone voorstel is een paar duiven te offeren of een haan, een geit of een varken aan den

Sluiten