Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BAKONGO VERTELLEN

DE WATERGEEST EN HET MEISJE

VERHAALD DOOR JOSEPH 1JOEMBOE,

UIT KIPAKO.

VERTAALD DOOR CL. SCHOLLER. S. J.

In dit verhaal gaat het over een kisimbi ki ma sa of watergeest. In de vroegere bijgeloovige meening van onze zwarten woonden deze watergeesten bij voorkeur, bij bronnen, meren en rivieren. Hun naam kisimbi komt waarschijnlijk van het werkwoord s i m ba , dat beteekent : aanvallen.

Ma Nsamba had drie dochters, Nkengi, Coemba en Loeijeije. Op zekeren dag beval Ma Nsamba aan Coemba : « Ca naar de rivier water putten. »

Coemba nam de kruik en ging.

Bij de rivier aangekomen, ging zij baden.

Plotseling verscheen wat verder op een kisimbi, een watergeest.

Coemba beefde van angst en durfde nog maar amper ademen. Zij slaakte een kreet, maar de kisimbi dwong haar te zwijgen en trok haar met zich mee naar een grot.

Op het dorp riep Ma Nsamba nu naar Coemba, opdat zij terug zou komen. Maar zij hoorde noch den hoest, noch de stem van Coemba.

Rond den tijd, dat de zon bloed aan 't drinken gaat (1 ), brak Ma Nsamba in tranen los.

Zij holde naar de rivier.

En zie ! daar vindt zij de kruik en de kleederen van Coemba.

Zij riep, zij riep « Coemba !... e !... Coemba !... » Doch geen antwoord...

(1) T.t.z. bij zonsondergang, waarbij de zon dikwijls sterk rood schijnt.

Sluiten