Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woorden van zijn heengaan opgemerkt had. Waarin- dat heengaan bestond, zou zich nu wel spoedig voor hem ophelderen. Hij wil daarom de zaak, waarvan Hij gesproken had, liever van hare beoefenende zijde voorstellen. Hij hervat dus: » Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot den Vader, dan door mij." Waarmede Hij het diep inscherpt, dat elk, die met God in eeuwige en zalige gemeenschap wenscht te leven, zich aan den persoon des Heeren moet vasthouden, Hem zeiven in zich opnemen, en zich door zijnen geest laten besturen (8).

Eindelijk, jezus behandelde zyne Discipelen, als zy zich door hunne vooroordeelen lieten leiden, zoo als het voor elk in hel bijzonder voegde. Te weten, Hij bestuurde hunne gedachten, zonder hen door hevige tegenkanting tegen die vooroordeelen te schokken. Gelijk al de Discipelen, zoo hoople ook petrus op tijdelijke voorreglen in het Messiasrijk. By gelegenheid, dat jezus een rijken jongeling, die Hem om onderrigt in den weg ten eeuwigen leven gebeden had, op de proef stelde met den eisch, dat hy al zyne goederen ten voordeele der armen verkoopen zou , welke proef echter die jongeling niet kon doorstaan , zeide petrus : » Wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd: wat zal ons geworden?" Op die vraag vergenoegde zich de Heer des Discipels denkbeelden te wijzigen en te zuiveren, en riglle zijn oog op eenen tockomsligen beteren staat, waarin hij zijn loon te wachten had: »Voorwaar, Ik zeg u, SÜj (^e mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte,

(8) Jol.. XIV: 4-0.

Sluiten