is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 5, 1938, no 2, 01-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTALINGEN UIT HET AFRIKAANSCH ?

De aanleiding tot deze kantteekening wordt gevormd door het feit dat in den vierden jaargang van het Boekengilde die Poorte (Oude God, Antwerpen) een werk van Prof. C.M. van den Heever, getiteld « Somer » in een « Vlaamsche » vertaling verschenen is. "Voor den volgenden jaargang is van denzelfden schrijver « Droogte » aangekondigd, alweer in een Vlaamsche vertaling. « Somer » werd vertaald door Peter Thiry.

Dr. H. D. van Broekhuizen schrijft ter begeleiding : « Dis vir my as Gesant van Suid-Afrika en as Afrikaner een van die mooiste gebeurtenisse in die kulturele lewe van Suid-Afrika en Vlaanderen dat Afrikaanse prosa en poesie oor en weer vertaal word tot lesing van Afrikaners en Vlaminge ».

De waarde van Van den Heever's werk willen wij hier niet in het geding brengen. Wij hopen dat later nog eens te bespreken in een literaire kroniek, maar wel willen wij hieronder enkele dingen zeggen over het feit der vertaling op zichzelf.

Wat wil in het algemeen een vertaling? Iets in een vreemde taal geschreven nader brengen door middel van de eigen taal. De grootere begrijpelijkheid is « winst » ; dat echter vele eigenaardigheden en onvertaalbaarheden uit het oorspronkelijke verloren gaan is het onvermijdelijk verlies. In dit geval wordt Afrikaansch — wel is waar een vreemde taal, maar toch zeer wezensverwant en zeer goed in het oorspronkelijk voor den Nederlander begrijpelijk (vergelijk bijv. Van Bruggen s Ampie, door de Wereldbibliotheek uitgegeven, waarbij slechts enkele woorden werden verklaard) — in het Nederlandsch vertaald. Verloren gaan dus : de typische Afrikaansche sfeer van het werk en de typisch Afrikaansche woorden, die somtijds onvertaalbaar zijn. Daartegenover staat géén winst, want alwie deze Nederlandsche vertaling leest, zou ook het oorspronkelijk goed hebben kunnen lezen, met een beetje moeite weliswaar in den beginne.

Is deze vertaling wel een brug tusschen Zuid-Afrika en de Nederlanden, is het niet eerder een scheidsmuur ?

De gemakzucht wordt in de hand gewerkt. Het gemakkelijk begrijpelijke Afrikaansch (een beetje moeite slechts ! een beetje inspanning !) wordt hier als zóó moeilijk gesuggereerd, dat het zonder vertaling niet leesbaar zou zijn. Wie zal nu, als lezer van deze vertalingen, nog naar oorspronkelijk Afrikaansch grijpen ? Integendeel, dunkt ons, men zal blijven wachten op een volaende vertaling, omdat het Afrikaansch, redeneert men, zon-