is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 1, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en levendig (had) aangewezen." ') Maar het toegezonden gedicht had nog heel wat meer beteekenis, want daarin sprak hij zich niet uit ten opzichte van een persoon, maar ten opzichte van al zijne landgenooten, Dat vers is de meest geprononceerde belijdenis van zijn denken en streven door Thijm gegeven. En dat was ook zijn opzet.

Keeds verscheiden jaren had hij meegewerkt aan de toen in zwang zijnde sierjaarboekjes, „Vergeet mij niet" 2) en „Aurora". In het laatste was o.a. 1851 Geertruide van Oosten opgenomen, zooals wij reeds zeiden. In „Vergeet mij niet" plaatste men elk jaar het portret van een der medewerkers tegenover den titel en toen nu Ten Kate redacteur was, liet hij voor den jaargang 1852 Thijm's portret vervaardigen. Het spreekt van zelf, dat er eene flinke bijdrage van diens hand bij moest.

„Gij zijt de eerste om waar ik met mijn naam en (wat meer zegt) met mijn beeld voor het publiek optreed — eene gave en volledige profession de foi te wenschen — eerlijk en warm , zonder inwilliging eeniger „persoonskonsideratiën". Aldus Thijm aan Ten Kate 3).

"Waar Alb. Thijm zelf zoo spreekt van dit gedicht, heeft het zeker recht op eene afzonderlijke behandeling. Wij laten dit hier volgen en gebruiken daarbij de uitgave van 1853 4). Daarin vinden we nog eene belangrijke voorrede, daar zien wij het boek eindigen met die alleszeggende spreuk „Nil nisi per Christum".

Vooraf ga eene korte paraphrase.

„Zou er geen eeuwigheid zijn , geen leven na dit leven, geen ander God dan dit stof, waaruit alles heet voort te komen en dat het einddoel van alle verwordingen zou zijn ? Zou het een leugen zijn, wat ik mij denk als het hoogste geluk, dat ik eeuwig zal bestaan ? Zou dan mijn innigste wezen slechts stof zijn en niet meer ? Neen God, Gij geeft mij de overtuiging van het tegendeel en daardoor wordt mij het leven van last tot lust.

') Brief van 7 April, 1853.

') Zalt-Bommel. Begonnen in 1844. Verscheen niet in 1846 en kwam in 1847 uit bij Gebr. Diederichs, Amsterdam. In 1848 bij J. W. Laarman, die er de Muzenalmanak mede vereenigde. In 1852 onder redactie van J. J. L. ten Kate.

•) 20 Sept., 1851.

*) Het Voorgeborchte en andere gedichten van J. A. Alberdingk Thijm, Amsterdam, 1853.