is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 2, 01-02-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eerste, dat aldus in zang werd uitgedrukt, was voorzeker noch diepzinnig, noch wijs; hoe zou men het anders verwachten ? Ook nu zijn de met het zingen verbonden gedachten over het algemeen noch heel helder noch heel flink; evenals het neuriën of het fluiten is het zingen dikwijls niets meer dan een bijna automatische uitdrukking van een gemoedsgesteldheid; „et ce qui ne vaut pas la peine d'être dit, on le chante." Bovendien te allen tijde hebben voorbijgaande en beuzelachtige dingen gereeder uitdrukking gevonden dan Socratische wijsheid. Maar het alledaagsche gebruik sleep het instrument en maakte het gaandeweg meer dienstbaar tot tal van doeleinden, zoodat het hoe langer hoe meer geschikt werd om al wat de menschelijke ziel roerde uit te drukken.

De menschen zongen van hunne gewaarwordingen lang voordat ze hunne gedachten uitspraken. Maar zij zongen oorspronkelijk niet om hunne denkbeelden of gevoelens mede te deelen; zij hadden in waarheid niet het geringste begrip, dat zoo iets mogelijk was. Zij „zongen zooals 't vogeltje zingt" — dit woord is meer waar van de primitieve mannen en vrouwen, dan het ooit was van wijlen den „poet laureate." Zij vermoedden weinig dat door te zingen, zooals de natuur hen aandreef, zij den weg voor een taal baanden, die de gedachte tot in de fijnste schakeeringen zou kunnen teruggeven , evenmin als zij konden vermoeden, dat uit hunne grove teekeningen van menschen en dieren eens eene kunst zou groeien, die de menschen van ver verwijderde landen in staat zou stellen met elkander te spreken. De schrijfkunst staat tot het primitieve teekenen, als de spreekkunst tot het primitieve zingen. De ontwikkeling van de twee voertuigen der gedachten-mededeeling biedt nog andere merkwaardige en leerzame parallellen aan. In het primitieve teekenschrift duidde elk teeken een heelen zin of zelfs meer aan, vermits het beeld van een toestand of van een voorval als een geheel gegeven werd; dit ontwikkelde tot een ideographisch schrijven van elk woord alleen; dit stelsel werd gevolgd door lettergrepige methodes, welke op haar beurt moesten plaats maken voor alphabetisch schrift, waar elke letter staat of althans bedoeld wordt te staan voor één klank. Even als hier de voortgang te danken is aan een verdere ontleding der taal, daar hoe langer hoe kleinere eenheden van spraak bij vooruitgang worden voorgesteld door enkele teekens, toont ons op precies gelijke wijze, hoewel niet geheel zoo onmiskenbaar, de geschiedenis der taal een vooruitgaande strekking