is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 5, 01-05-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is klaarblijkelijk — ook in verband met hetgeen verder volgt — de Italiaansche Muze. Potgieters geheugen heeft hem dus een part gespeeld, toen het hem liet zeggen , dat Hooft met dien versregel de Nederlandsche Muze bedoelde.

Terwijl nu Hooft, „verzet, verwondert, stokstil, stijf staet, en niet dan 't hooft en oogh aan al het lijf leefde,"

„Ontsloot die groote vrouw, die naeder quam getreeden

„Haer lippen van coraal "

en maakte zich aan hem bekend.

Zij laat hem in vogelvlucht heel Italië zien, met zijn vruchtbare landouwen en fraaie steden en de groote mannen, die het sinds meer dan twintig eeuwen heeft voortgebracht. Daarna keerde de vrouw zich snel van Hooft, zoodat hij plots alleen bleef staan en zich steewaarts wilde begeven, toen hij zich

onverziens te rugh van achteren voelt trekken,

„En haestigh ommeziend' zoo zag ik doen wel ras

»Een heusche 1) Vrouw, die met een wolk hetoogen was

„En nae mijn landaert zweem 2) en riep: Weest mijns gedachtigh

„O Hooft!"

Vergeet om 't heerlijke Italië uw Vaderland niet. Ook daar heeft men verdienstelijke mannen. Daar heeft men:

„En Kampen 3) die met kunst 't gemeen beloop der dingen „Het nut der deugd en 't quaet der ondeught weet te zingen, „En Koster, Vondelen 4), Breêroö en Victorijn5),

„Die nu al toonen wat z' hier naemaels 6) zullen zijn."

Vergeefs zoekt men er zij n Galathea. — Galathea heeft in zoete weelde een nacht met haar minnaar doorgebracht.

!) D.i. hovesch, hoofsch (van het Hof), beleefd.

2) Imperfect van zwijmen, d.i. gelijken.

s) Deze Kampen is waarschijnlijk Gornelis van Kampen, lid der Kamer „In Liefde bloeyende". Hij schijnt zich met een Psalmvertaling bezig gehouden te hebben, waarom hem Vondel in 1638 of '39 zijn „Koninklijke Harp", een keurig lierdicht, toewijdde.

4) Het verwondere niemand, dat de Prins der Nederlandsche dichters hier in éenen adem genoemd wordt met mannen, waarvan sommigen weinig jaren na hun dood glad vergeten waren: Vondel had in 1608 nog slechts enkele vrij onbeduidende gedichten geschreven. Met hem vergist Hooft zich: Vondel toonde toen nog niet, wat hij later wezen zou.

5) Victorijn is Mr. Joan Vechters, een van Vondels vrienden, doch een vrij onbekend vernuft'

6) Versta: later. Nu zijn ze pas aan't begin hunner dichterlijke loopbaan.

29*