is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 13, 29-03-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KATHOLIEKE PATROONSVEREEN1 GINGEN.

Graaf Medolago Albani, Voorzitter van de Econoraisch-Sociale Unie (een onderdeel van de K. S. A. in Italië) heeft aan de Plaatselijke Comité's een schrijven gezonden betreffende de Katholieke Patroonsvereenigingen.

Dit stuk is van te meer beteekenis, omdat, naar men weet, een dergelijk schrijven van Graaf Medolago zonder eenigen twijfel het gevoelen weergeeft van Paus Pius X. En onze lezers weten evenzeer, dat ook de meening van onze Bisschoppen geen andere is. Het woord van Mgr. Callier, in de schitterende feestvergadering van den Ned. R. K. Volksbond, Zondag 1.1. te Amsterdam, heeft dit nog eens duidelijk in 't licht gesteld.

Wij geven hier de uitstekende vertaling van Het Patroonsblad weer:

»Bij den prijzenswaardigen wedijver, welke door de katholieken wordt aan den dag gelegd, teneinde op zoo goed mogelijke wijze het moeilijke sociale vraagstuk op te lossen, dienen zij in het oog te houden, hoe vaak de roemrijke Pausen Leo XIII z.g. en de voorspoedig regeerende Pius X, in onvergankelijke documenten deze zaak betreffende, hebben herhaald, dat de ware oplossing der sociale kwestie gezocht moet worden in de verspreiding, door alle klassen heen, van de echte beginselen van godsdienst, zedenleer en recht, waardoor de sociale plicht van naastenliefde, rechtvaardigheid, barmhartigheid en onderlinge hoogachting verkondigd worden.

»Ondanks de weinige aandacht, door de machthebbenden en de tegenpartijen aan hun werk geschonken, kunnen de katholieken, geestelijken zoowel als leeken, aanspraak maken op de eer en de verdienste, dat zij sedert 30 jaren, onder aansporing en leiding van den H. Stoel, het probleem eener nieuwe maatschappelijke orde onder de oogen zien, en dat zij hun werk hebben gegrondvest op de onweerlegbare en onwrikbare beginselen, welke ons gepredikt worden in den naam onzes Heeren Jesus Christus, en ons toekomen door het Evangelie en de onderrichtingen der Katholieke Kerk.

ïMaar hier moeten wij eene bekentenis afleggen. Hetzij omdat degenen, die het program moesten uitvoeren, een onvolledig begrip hadden van zijn aard en doel, hetzij wegens den haast, waarmede men in den kortst mogelijken tijd de grootst mogelijke resultaten bereiken wilde, — feit is, dat geheel de sociale werkzaamheid der katholieken zich bijna uitsluitend richtte op de nietbezittende klassen, terwijl geheel of bijna geheel de patroonsklasse vergeten werd. Men beweert altijd, dat dezen voor zichzelf zorgen kunnen en op die meening doorgaande, heeft men een der doeleinden van het kath. sociaal program verwaarloosd. Maar in werkelijkheid, wil men het beoogde doel bereiken, dan is, evenals bij alle soort van werkzaamheid in industrie, landbouw, handwerk en handel, •— voor de behartiging der gemeenschappelijke belangen noodzakelijk, de gelijktijdige, voortdurende samenwerking van kapitaal en arbeid, de harmonische ordening dezer twee elementen.

«Hieruit volgt logisch en vanzelf de plicht der katholieken, um hunne zorg en werkzaamheid niet te bepalen tot de arbeidende klassen, want daardoor zouden zij het evenwicht in krachtsontwikkeling en in invloed doen verloren gaan, en de sociale wanverhouding eerder toe- dan af doen nemen.

»Weliswaar kunnen de patroons, in de botsing der groepsbelangen, voor zichzelf zorgen; maar deze zedelijke en economische onafhankelijkheid mag voor de katholieken geen aanleiding zijn, om ten hunnen opzichte zóó werkeloos te blijven, dat geen enkele aandrift van Christelijke naastenliefde en rechtvaardigheid hun ooit ter hulpe komt. Indien wij metterdaad van ons program uitsluiten de klasse der patroons en der industrieelen, zou daarvan \ het gevolg kunnen zijn, dat zij, sterk door hun macht en hunne !

financieele en materieele onafhankelijkheid, te rade gingen bij hun eigen belang en hun eigen voordeel, meer dan bij de regelen van rechtvaardigheid, billijkheid en algemeen welzijn, — dat zij hunne sociale plichten vergaten, en bij de botsing van hunne belangen met die der proletariërs, overgingen tot voorkomende maatregelen, en daden van verweer, die noodlottiger konden worden dan wat men somtijds afkeurt in de organisaties der werklieden.

»De houding der groot-industrie bij geheel of gedeeltelijk doen stilstaan van den arbeid in gevallen van scherpe crisissen, bij kortere of langere, meer of minder gerechtvaardigde uitsluitingen, — de macht der federaties van sommige nationale industrieën, die kunnen beslissen, of ontzaglijke massa's arbeiders te werken zullen hebben of niet, — de verzekering van handelshuizen tegen risico van stakingen, — en eindelijk alle krachtmiddelen om allen tegenstand der van hen afhankelijke klassen te breken, dat alles bewijst wel, dat iedere katholieke organisatie van den arbeid, hoe sterk en machtig ook, niet in staat zal zijn, haar doel te bereiken, indien niet evenwijdig met deze organisatie, zich ontwikkele die van het kapitaal.

»De oude gilden van kunsten en ambachten zijn verdwenen, weggevaagd door de staatkundige afwisselingen, onderdrukt door de regeeringen of gesloopt door hun eigen nadeelen. Zonder een nuttigen en loffelijken naijver in den weg te staan, verhinderden zij de ongebreidelde en oneerlijke concurrentie, regelden de productie, de circulatie en verdeeling van den rijkdom, en maakten tot broeders, met gemeenschappelijke strevingen en belangen, de ondernemers en arbeiders, de patroons en gezellen.

»De verderfelijke en bedriegelijke theorieën van het economisch liberalisme en van het socialisme, hebben zich een weg gebaand en eene verspreiding gevonden met de snelheid van den bliksem. De gemengde vakvereenigingen ') hebben niet kunnen bloeien, daar zij dikwijls afstuiten op practische moeilijkheden; en al moedigt de katholieke sociale leer ze aan, waar zij ze practisch uitvoerbaar acht, toch beveelt zij als zeker middel om de sociale orde te beschermen aan : de afzonderlijke organisatie der twee klassen, die van armen en rijken.

»De klassen van patroons en industrieelen, tot op heden door onze organisatoren verwaarloosd, moeten evenzeer, zoo niet in grootere mate, de aandacht trekken dan de arbeiders; want, volgens de gedachte van den onsterfelijken Leo XIII, uitgedrukt in zijn Encycliek »Graves de communi", en opnieuw bevestigd in het »Motu proprio" van Z. H. Pius X over de Christelijke volksactie en de Christen democratie : »men moet van het begrip der Christen democratie uitsluiten alle aanleiding tot het verwijt, dat zij haar zorgen wijdt aan de lagere volksklassen, maar tegelijkertijd verwaarloost de hoogere standen, die niet minder nuttig zijn voor het behoud en de verbetering der maatschappij." De bezittende klassen, door ons georganiseerd, moeten doordrongen zijn van de Christelijke beginselen, van de Christelijke deugd en de overtuiging hebben, dat in de sociale orde iedere klasse onmisbaar is voor het welzijn en het leven van alle andere, dat alleen in de katholieke leer het ware juiste en onveranderlijke begrip te vinden is van de rechtvaardigheid.

»En gelijk, sedert de afkondiging der Encycliek Rerum Novarum, de katholieke leeken in het strijdperk getreden zijn, om de geestelijken te helpen en de massa te veroveren, met zooveel geestdrift en vuur, dat zij door den omvang van het succes van hun arbeid op het werk der tegenpartijen een grooten voorsprong gekregen hebben, zoo moeten ook nu, met denzelfden lust als voor de lagere klassen, met hetzelfde vuur en hetzelfde geloof in de eindoverwinning, de katholieken van de daad de hand slaan aan de Christelijke organisatie der hoogere standen.

1) Bedoeld is van patroons en arbeiders in ééne vereeniging.