is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 36, 06-09-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoon twist en verdeeldheid en oorlog nooit g e heel zullen kunnen opgeheven worden — toch strijd, steeds krachtiger strijd en actie — om den wereldvrede naderbij te brengen.

Pax Nobis. Dat de pers ook in dezen weldra het schitterendst bewijs levere, hoezeer ze haar naam „Koningin der Aarde" verdient — hoe groot toch haar invloed is, op strijdlustigen èn onverschilligen èn ónwetenden — op geringen èn machten èn vorsten — op allen!

„Als die Koningin maar wil".... wel: dan kan ze zich zelfs den eernaam „Koningin des Vredes" verwerven.

Als ze wil — kan ze alle belachen en bespotten en tegenwerken doen ophouden — en allen de geestdrift instorten voor een groote en goedei en heilige zaak.

G. M. A. Jansen.

DE KINDERWETTEN IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. — III.

33e. Hoe is \fiet leven in een tuchtschool?

Het verblijf begint met het vertoeven in een vriendelijk afzonderingskamertje, waar alleen het gestichtspersoneel en de aan de inrichting verbonden geestelijken — naar gelang de gezindte van de(n) pupil — toegang hebben. De onderwijzers geven er hoofdelijk onderricht.

Die afzondering duurt voor wie jonger zijn dan 10 jaar of niet tegen de eenzaamheid kunnen, niet langer dan de noodige gezondheids- en zindelijkheidsmaatregelen zulks eischen; voor anderen langer, hoogstens een maand, naar 't oordeel van de(n) directeur(trice).

Op de afzondering, welke hoogst nuttig is om de verpleegden op hun gemak te brengen, tot nadenken te stemmen, en hen te leeren kennen, volgt gemeenschappelijke verpleging in de tweede aTdeeling, waar een streng régime heerscht.

Wie in de 2e afdeeling goed oppassen, gaan naar de 3e afdeeling. Zij zijn kenbaar aan een onderscheidingsteeken — een rood bandje om den rechter bovenarm — en genieten meerdere vrijheden, waartoe kunnen behooren wandelingen onder geleide buiten het gesticht. Op wangedrag — en hiervoor zijn nu juist geen ernstige feiten noodig — volgt herplaatsing in de 2e afdeeling, terwijl een 4e afdeeling bestemd is voor de onhandelbaren, die daar alle voorrechten moeten missen.

Naast deze verplaatsingen kunnen ook de volgende straffen worden toegepast: ie. berisping; 2e. strafwerk; 3e. niet mogen spelen of wandelen op de binnenplaats; 4e. onthouding van: a. het schrijven of ontvangen van brieven; b. bezoeken; c. geldelijke belooningen; e. vruchten (alleen in de 3e klasse); 5e. verstrekking van water en brood in plaats van het gewone voedsel; 6e. afzondering in de „chambrette"; 7e. plaatsing in een cachot, zijnde een hoogst eenvoudig, maar verlicht vertrekje, waar ook de matras kan onthouden

worden, zoodat dan op de brits moet worden geslapen; 8e. gewone sluiting (niet kromsluiting) in de boeien voor de verpleegden der 4e "klasse, mits ouder dan 14 jaar; 9e. verhaal van aangebrachte schade op de uitgaanskassen.

Deze straffen kunnen ook voorwaardelijk worden opgelegd.

Behalve de ie klasse, waar, gelijk gezegd, de verpleegden individueel zijn afgezonderd, hebben de andere klassen ieder haar eigen verblijfzaal, werkzaal, waschgelegenheid, speelplaats en slaapzaal, de laatste verdeeld in stevige eenspersoons-kamertjes, voorzien van een glazen voorwand met glazen deur en een zoldering van ijzeren vlechtwerk. Deze „chambrettes" worden 's nachts gesloten; voor eventueele gebeurlijkheden slaapt bovendien 'n beambte in een aangrenzend vertrek.

De dag wordt verdeeld tusschen schoolonderricht, gymnastiek, (vrije- en orde-oefeningen), teekenonderwijs, handenarbeid (houtslöjd, kerbschnitt, figuurzagen, cartonwerk, soms ook nettenbreien) en tuinarbeid, een en ander zooveel doenlijk naar gelang van aanleg; voor meisjes bovendien natuurlijk handwerken en huishoudelijken arbeid.

Ter ontspanning kan op gezette tijden worden gelezen, terwijl ook op bepaalde uren — wat evenzeer geldt voor de afzonderingsklasse — de frissche lucht wordt genoten.

Iedere tuchtschool kan ongeveer 50 kinderen bevatten; die te Velzen eenige meer, wijl daar voor de ie klasse, die der afzondering, 16 in plaats van 8 kamertjes beschikbaar zijn.

De door den rechter aangegeven tijd der tuchtschoolstraf kan niet worden ingekort, behoudens voor kinderen, welke die straf op verzoek der ouders of voogden ondergaan (zie het antwoord op vraag 32).

34e. Wanneer wordt voorwaardelijke tuchtschooistraf opgelegd?

De rechter kan zulks aan jongeren dan 14 jaar met of zonder voorafgaande berisping opleggen in geval van misdrijf of overtreding, aan ouderen alleen in geval van overtreding. De proeftijd is minstens één, hoogstens twee jaren. Gedraagt de veroordeelde zich gedurende dien tijd goed, dan is na afloop van dezen termijn de straf vervallen; bij recidive binnen den proeftijd kan of alsnog een rechterlijke berisping volgen — slechts bij lichter gevallen natuurlijk, waarna de proeftijd weer doorloopt —< öf de straf onmiddellijk worden ten uitvoer gelegd.

Gedurende den proeftijd werkt nuttig het toezicht van een ambtenaar der kinderwetten of van een persoon, die zich voor dat toezicht beschikbaar stelt; deze personen ontleenen dan groote macht aan het „zwaard van Damocles" der voorwaardelijke veroordeeling, wat menig kind een weldadige spoorslag is gebleken voor goed gedrag en blijvende beterschap.

35 e. Waarheen gaan de kinderen, die uit de tuchtschool ontslagen worden?

Als regel naar de plaats van herkomst, dus 't zij