is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 44, 01-11-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen: solliciteeren de Katholieken wel? Men kan van de regeering moeilijk vergen, dat ze hen gaat zoeken.

Ik roep intusschen mij zelf tot de orde, want zoo zou ik toch afwijken van den opzet mijner artikelen. Slechts moge ik nog een kleine rectificatie aanbrengen.

Gruno zegt (pag. 507), dat „de tuchtschool bestemd is voor kinderen van 12—14 jaar." Dit is alles behalve juist. Tot tuchtschool kan elke dader beneden de 18 jaar veroordeeld worden in geval van misdrijf; bij: overtreding slechts in geval van recidive. Bovendien kan de rechter aan minderjarigen tuchtschoolstraf opleggen ten verzoeke van ouders of voogden.

Dit klinkt dus heel anders, nietwaar? Het spijt mij zulks te moeten doen opmerken, doch ik meende, dat „de lezers van een zóó hoogstaand tijdschrift als het Katholiek Sociaal Weekblad zeer zeker het recht hebben" accuraat te worden voorgelicht.

Leo van Westenburgh.

DE ECONOMISCHE TOESTAND ONZER LANDARBEIDERS.

Er is op de groote en grootsch aangelegde landbouwtentoonstelling, welke door de Koninklijke Nederlandsche Landbouwvereeniging in Den Haag werd georganiseerd, zeer veel merkwaardigs, bezienswaardigs en schoons te bewonderen geweest. Een der meest belangwekkende afdeelingen was ontegenzeggelijk (al liep helaas het groote publiek er voor het overgroote deel met onverschilligheid voorbij, omdat langdurige aandachtige beschouwing noodig was eer het bijeengebrachte: kaarten en grafieken, voldoende luide sprak om ook „dagjesmenschen" te boeien) die, welke betrekking had op maatregelen ter verbetering van den toestand ten plattelande inzonderheid van landarbeiders; waarvan het doel was mede te werken tot hetgeen met bedoelde maatregelen beoogd wordt, door:

1. het verzamelen van gegevens omtrent den bestaanden toestand;

2. de aandacht te vestigen op de maatregelen, die men op verschillende plaatsen in den lande genomen heeft ter verbetering van den toestand en de resultaten daarvan;

3. de aandacht te vestigen op maatregelen, die men buitenslands met goeden uitslag ter verbetering van den toestand genomen heeft en die ook voor Nederlandsche toestanden aangewend kunnen worden.

Wel is er uit het buitenland of met betrekking tot het buitenland niets te zien, zoodat het derde punt der doelomschrijving wel had kunnen zijn weggelaten, doch wat punt 1 en punt 2 betreft is de Commissie voor deze afdeeling zeer goed geslaagd in haar voornemens.

Zij heeft ter bereiking van het voorgestelde doel, na het instellen van verschillende enquêtes en na het verwerken van reeds aanwezige statistische gegevens, verschillende grafieken en kaart'en doen samenstellen, die inderdaad in beknoptfen vorm een schat van studiemateriaal leveren voor hem, die belang stelt in ons platteland

en zijn bewoners. Bovendien heeft de Commissie de voortreffelijke gedachte gehad een bijzonderen catalogus door Mr. van Meerwijk samengesteld, uit te geven, waarin de cijfers en gegevens, welke aan de vervaardigde grafieken ten grondslag liggen, uitvoerig zijn opgenomen.

Aan de hand van grafieken en catalogus wenschen we op de bijeengebrachte gegevens inzake den oeconomischen toestand ten plattelande eenigszins nader in te gaan. Daarbij aanvangende met de loontoestanden, ook voor de arbeiders in den landbouw van g'root belang, daar levensomstandigheden en loonen in de verschillende landbouwgebieden des lands al zeer uiteenloopen.

Hoezeer dit met de loonen het geval is, blijkt uit een grafiek, waarin verwerkt zijn de gegevens, verkregen door een vanwege de commissie voor deze tentoonstellingsafdeeling ingestelde enquête naar de jaarlijks verdiende loonen van: a. volwassen arbeiders, b. volwassen mannelijke inwonende dienstboden, c. volwassen vrouwelijke dienstboden (bij b en c zonder kost en inwoning.)

Uit deze gegevens nu, waarbij het gemiddelde is genomen van de gemiddelden der a door de werkgevers en b door de arbeiders genoemde bedragen (1) blijkt o.m. het volgende:

In Groningen varieert het jaarloon van volwassen landarbeiders van f 446 (in de centrale weidestreek) tot f 300 (in de Woldstreek); dat der volwassen mannelijke inwonende dienstboden van f 225 (centrale weidestreek) tot f 130 (Westerwolde); dat der vrouwelijke dienstboden van f 132 (centrale weidestreek) tot f 87.50 (Westerwolde ).

In Friesland: landarbeiders f 300 (kleiweidistrict) — f 300 (De Wouden); knechts f 258 (Veenweidestreek)

— f 212 (De Wouden); meiden f 139 (kleiweidestreek)

— f 101 (De Wouden.)

Drenthe: landarbeiders f 350 (veen -en zandgebieden) — f 300 (noordelijke randgemeenten); knechts f 225 (zuidelijke randgemeenten) — f 148 (zandgebied); meiden f 107 (zuidelijke randgemeenten) — f70 (noordelijke randgemeenten.)

Overijsel: landarbeiders f 475 (zand- en veengebied)

— f 342 (weidegebied); knechts f 222 (weidegebied)

— f 173 (zandgebied); meiden f 125 (IJsselstreek) — f 93 (zand -en veengebied).

Gelderland: landarbeiders f375 (Veluwezoom) — f 329 (Tielerwaard); knechts f 191 (Tielerwaard) — f 135 (Overveluwe); meiden f 170 (Nederveluwe) — f 92 (Overveluwe).

Utrecht: landarbeiders f 400 (Lopikerwaard en kleigebied van den Krommen Rijn) — f 388 (zandgebied); knechts f 220 (Eemland en kleigebied van den Krommen Rijn) — f 190 (zandgebied); meiden f 216 (klei gebied van den Krommen Rijn) — f 120 (Eemland).

Noord-Holland: landarbeiders f 580 (Drechterland en

1) Die der werkgevers zijn in verreweg de meeste gevallen hooger dan die der werknemers; wat wel veroorzaakt zal zijn door verschil in schatting naar geldswaarde van emolumenten als vrij wonen, grondgebruik, schaapsweide, enz.