is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 46, 15-11-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Drenthe 1.08 H.A.

„ Overijssel 0.92 „

„ Gelderland 0.92 „

„ Limburg 0.81 „

„ Friesland 0.77 „ (het gemiddelde voor h

„ Noordbrabant 0.73 „ geheele land).

„ Zeeland 0.68 „

„ Groningen 0.66. „

„ Zuidholland 0.47 „

„ Noordholland 0.47 „

„ Utrecht 0.44 „

Waaruit tevens blijkt dat het grondgebruik door landarbeiders werkelijk nog gering is. Het minst gering nog in de provinciën met veel zandgronden, waar de grond het minst opbrengt.

Van belang is ook de beantwoording der vraag: Hoeveel landarbeiders hebben hun grond in eigendom en hoeveel in pacht?

Hoe het hiermede gesteld is, blijkt uit hiernavolgenden staat, waarin de landarbeiders in 7 groepen zijn verdeeld naar de uitgestrektheid van den door hen gebruikten grond.

H.A.

Groningen. Friesland. Drenthe. Overijsel. Gelderland.

Utrecht. N.-Holland. Z.-Holland.

Zeeland. N.-Brabant. Limburg.

( Eigendom . 710 160 70 90 220 80 170 180 140 290 120

0.05—0.15 ^ pacht 266q IS40 54Q 5g0 I470 g20 I33Q 2390 10y0 II90 26o

( Eigendom . 360 180 120 100 230 50 110 80 70 290 160

0.15 0.25 ^ pacht t II3o 1280 490 490 1280 350 340 840 800 910 360

( Eigendom . 720 570 320 230 740 130 170 150 180 730 430

0.25—0.50 £ pach(. _ , U14 1620 850 720 2600 530 350 830 1200 1520 750

( Eigendom . 1080 960 600 540 1490 170 210 190 200 1020 860

°'5° l- ( Pacht . , 620 1610 1120 800 2920 310 460 680 1040 1540 1070

( Eigendom . 1090 980 760 670 1560 80 80 120 130 660 450

2" ( Pacht . . 440 1230 1240 630 2110 120 210 450 820 1070 470

_ ( Eigendom . 360 300 360 330 820 20 50 50 50 220 200

2' 3' ^ Pacht . . 180 450 560 200 620 50 60 160 290 350 100

( Eigendom . 180 90 180 190 490 10 20 20 26 70 90

3- 5- ( Pacht . . 110 230 370 100 270 20 60 100 100 170 30

„ . ( Eigendom . 4500 3240 2410 2150 5550 540 810 790 740 3280 2310

( Pacht . . 6200 7960 5170 3520 II270 2200 2810 5450 5320 6750 3040

In Groningen is het aantal landbouwarbeiders, dat grond in eigendom heeft, relatief het grootst; n.1. 16.1 pet. van alle landbouwarbeiders in die provincie. Terwijl daarna volgen:

Drenthe 14,2 pCt.

Gelderland 11 „

Limburg 8,8 „

Friesland 8,5 „

Overijsel 8,2 „

Noordbrabant 5,7 „

Utrecht 3,9 „

Noordholland 2,7 „

Zeeland 2,4 „

Zuidholland 1,7 „

Het percentage der arbeiders die grond in pacht hebben is aanmerkelijk hooger; n.1.:

Drenthe 30,4 pCt.

Gelderland 22.4 „

Groningen 22,2 „

F riesland 20,9 „

Zeeland 17,3 „

Utrecht 16 „

Overijsel 13,5 „

Noordbrabant 11,7 „

Limburg 11,6 p.Ct.

Zuidholland 11,6 „

Noordholland 9,6 „

Wat de verhouding eigenaars en pachters, nu niet in vergelijking met het totaal aantal landarbeiders, doch onderling, betreft, hieromtrent geven de volgende cijfers licht:

Eigenaar. Pachter.

Groningen 42 pCt. 58 pCt.

Friesland 29 „ 71 »

Drenthe 32 „ 68 „

Overijsel 38 P-Ct. 62 p.Ct,

Gelderland 33 » 67 „

Utrecht 20 „ 80 „

Noord-Holland 22 „ 7§ „

Zuid-Holland 13 „ 87 „

Zeeland 12 „ 88 „

Noordbrabant 33 „ 67 „

Limburg 43 » 57 »

Nederland 31 » 69 „

Alweer vallen de groote verschillen tusschen de verschillende provincies op.

Hoeveel percent van den grond, bij landarbeiders in gebruik, hun eigendom is en hoeveel percent zij in pacht hebben, blijkt uit het volgende staatje: