is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 2, 01-02-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Middelnederlandsch over deze woorden heeft doen opgaan, behoorlijk rekening gehouden. Wat echter het onder dak brengen van de verschillende voegwoorden in de onderscheidene rubrieken betreft, voorzie ik van verschillende zijden bezwaren. Een paar voorbeelden.

Voor het aaneenschakelend zinsverband is opgenomen het woord alsmede, in overeenstemming met het Ndl. Wdb.; maar dat dit woord slechts tusschen zinsdeelen, en nooit tusschen zinnen, kan dienst doen, zal voor velen een bezwaar zjjn; en waarom dan insgelijks en eveneens er ook niet toe gebracht ? — Tot waar is een voegwoord van plaats, als bij Terwey en anderen. Maar behoort in eenen zin als: „Ik zal u vergezellen tot waar de straat ombuigt het woordje tot wel tot den afhankelijken zin ? „Waar de straat ombuigt" beteekent hier „de bocht der straat" en de zin is niet plaatsbepalend; hij doet den dienst van het zelfstandigheidswoord in de bepaling van plaats, waartoe ook tot behoort. Het proces, dat bij de meeste voegwoorden is op te merken, nl. dat het hoofddeel gaandeweg uit den hoofdzin naar den bijzin is overgeloopen , is hier geenszins afgeloopen, zelfs nauwelijks begonnen. Hiermede kom ik tevens op tegen de beschouwing in § 97 van Terwey (9de druk), welke tot allerlei misverstand leidt en zelfs reeds door de opmerking, die er onder staat, wordt te niet gedaan. Maar dat is thans niet aan de orde. — Laat staan dat zal als voegwoord zeker nog wel oppositie ontmoeten; maar dat deze uitdrukkingen als verbindingsmiddelen eens ter sprake komen, kan in elk geval geen kwaad. — Het veelbesproken of, dat m. i. door Prof. van Heiten in zijne oude eer hersteld is, ontmoet bij Den Hertog nog twijfel; hier moet ik de groote voorzichtigheid des schrijvers eenigszins betreuren, omdat daardoor het tijdperk der verwarring weer verlengd wordt. Dat de beschouwing van het j\dl. II <1b. op den duur te redden is, aoht ik niet waarschijnlijk. Vooral in zinnen als „Kies geen partij of maak vooraf bedingen", ligt het uitsluitend tegenstellende „of" te zeer voor de hand, om nog eenen anderen uitweg open te houden.

In § 125 worden de woorden buiten het zinsverband (tusschenirerpsels) gekarakteriseerd, echter eenigszins vaag, zoodat velen het met mij jammer zullen vinden, dat de schrijver toch maar niet getracht heeft, in eene bepaalde formule het begrip „tusschenwerpsel" te omlijnen. Eerst in de volgende paragrafen, vooral in de Opmerkingen, klaart de nevel gaandeweg op, en heeft menige Noord en Zuid, 20e Jaargang, U