is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 3, 01-03-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk als verbastering van on of oon (Hoogd, ohné), dat vroeger (naast ane) wel in gebruik was in de beteekenis van zonder, 't Is echter, met het oog op het Hoogd. um in dezelfde beteekenis, de vraag, of die verklaring wel juist is, en of men hier niet te doen heeft met het gewone om in de beteekenis van tot (namelijk: het betalen, dus verliezen van). Om het leven komen zal dus zijn: komen tot (betalen d. i. verloren geven van) het leven." Zie ook Grimm, Wtb. V, 1677, 1678.

BI. 24, reg. 2: die oprecht zijn van aert. Hier moet gewezen worden op den klemtoon óprecht (vgl. hd. duf recht), dien wij herhaaldelijk in de 17e eeuw aantreffen. De beteekenis is rechtschapen, trouw en eerlijk.

BI. 24, reg. 13 moest gebleven verklaard zijn door gesneuveld en reg. 25 betrouwen door toeverlaat; reg. 54 in dat veld = in het veld.

Wat bl. 25 bij landen goedt staat opgemerkt, had ook reeds aangeteekend moeten worden bij voor Qodes woordt ghepreesen en bij den trouwen dienaer dijn.

Bl. 25. Dat u de Spaengiaerts crenken,

O, edel Neerlandt soet!

Als ick daeraen gedenke,

Mijn edel hert dat bloet.

De heer Leopold schijnt crencken hier in den tegenwoordigen zin op te vatten. Me dunkt die beteekenis is veel te zwak; daarom zou 's Prinsen hart niet bloeden. Neen, crencken beteekent hier schade berokkenen, benadeelen, afbreuk doen , evenals het mnl. crenken en cranken, synoniemen van hinderen, dat eveneens vroeger een veel krachtiger beteekenis had dan nu.

Een aanteekening bij vermeten (— vermetel) en bij aennemen (syn heilsaem woort neem aen) = ter harte nemen, ware m. i. niet overbodig.

Het in den volgenden regel voorkomende Christen wordt verklaard als een meervoud van Christ, het oorspronkelijke enkelvoud. Waar heeft de heer Leopold een dergelijk enkelvoud in onze taal ooit gevonden? Wel kent het hd. Christ (doch in den zin van Christus), dat in het middelnederlandsch en in de 16e eeuw kerst luidde; zeer zelden komt Christ voor, en dan nog altijd in den zin van Christus. Om deze redenen zie ik in Christen een meervoud van Christen, waarbij de uitgang e is weggebleven, zooals dat in de middeleeuwen bij andere substantieven op en meer voorkwam, o. a.