is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 3, 01-03-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestond een vorm oest met de beteekenis van oogst, een vorm , dien wij terug kunnen brengen tot het ofr. aoust. Wij vinden evenwel in onze middeleeuwsche geschriften ook een vorm oechst, waaruit oest door assimilatie kon ontstaan, evenals bij Hooft krijsvolk door assimilatie ontstond uit krijgsvolk. Zie Y. Heiten Mnl. Spraakk § 66. opm. 2 en § 126 w, en Noord en Zuid XX. bl. 27. Dat in lioemoet (1. homoet), hoesten{?) en homis eene g is uitgelaten, is evenmin juist. Het eerste en derde woord is samengesteld met ho (dat hoog beteekent), een bijvoeglijk naamw. en bijwoord, dat wij in de middeleeuwen meermalen aantreffen en thans nog over hebben in hoovaardig (zie het Mnl Wdb. III, 449 en Franck. Etym Wdb. op hoog).

Wat de Heer Leopold met hoesten wil zeggen, begrijp ik niet. En eindelijk allenskens; ook al een geval van uitlating eener g ? Neen, juist het tegenovergestelde heeft hier plaats gehad, want de vorm allengskens is ontstaan door invoeging eener g, zoodat allenskens de oorspronkelijke vorm is. Deze is voortgekomen uit het mnl. al cenkine , alleenkine , waarnaast ook alleenslcine , alleensken , allensken , alleynsken , voorkwamen. Door de bijgedachte aan lang ontstond de schrijfwijze allengskens. Prof. de Vries, die deze afleiding het eerst in het Woordenboek voorgesteld heeft, eindigt zijn artikel dan ook aldus: „Alleen de bijgedachte aan lanc, lang heeft onwillekeurig de c of g doen inschuiven, en zoo de vormen allencskine, allengskens doen ontstaan."

„De bovengenoemde schrijfwijze allenskens en allenskens (uit alleynskens), die ook in de 17de eeuw voorkomen, zijn herinneringen aan den ouden vorm des woords, uit den tijd toen de c of g nog niet was ingeschoven; want beide zijn rechtstreeks aan alleenskine ontleend." 1)

Bl. 92. Verklaring van vloekverwanten (eedgenooten), opgetogen (opgevoed; hd. erziehen; 17de eeuw optrekken en onze uitdr. geboren en getogen), gezin (gevolg) en bederf (verderf) was m. i. niet overbodig.

Voor de afleiding van schielijk uit schie-r-lijk is te vergelijken, wat Franck zegt in zijn Etym. Wdb.

Bl. 93 mochten schreumen (sparen, eerbied hebben voor), uitgank (afloop) en der kunde zeker (zeker van zijne bekendheid met hem; Mnl. Wdb. III, 1751) niet onverklaard blijven.

ij Ndl. Wdb. II. 175, 176.