is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 4, 01-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenvattend (concreet), dat, van eene voorstelling gebezigd, te kennen geeft, dat de voorstelling niet slechts uit een of meer abstracte begrippen (van werkingen of hoedanigheden) bestaat, maar ook het begrip der zelfstandigheid omvat, die werkt, lijdt, of de hoedanigheid bezit. Zoo drukt b.v. schoonheid, genomen voor eene vrouw, die schoon is, eene samenvattende voorstelling uit. — Men ziet, dat de redactie van het Woordenboek — m.i. ten onrechte — slechts let op de etymologische beteekenis der woorden concreet en abstract.

㤠102. De concrete substantieven worden onderscheiden in :

1. voorwerpsnamen, d. i. de namen van die zelfstandigheden , welke men zich niet anders voorstelt dan als binnen bepaalde grenzen besloten.

2. stofnamen, die stoffen beteekenen, d. i. zelfstandigheden, die zonder bepaalde grenzen worden gedacht: klei, goud, fluweel, zout.

3. verzamelnamen (collectieven), die eene verzameling van gelijksoortige zelfstandigheden noemen , als: woud , volk, leger, schoof, kudde , enz."

't Bevreemdt mij , dat nog in den negenden druk de verdeeling der concrete zelfstandige naamwoorden in drie groepen gevonden wordt. Bij een weinig nadenken blijkt het toch aanstonds, dat deze verdeeling foutief is. Immers , zoodra men spreekt van voorwerpsnamen moet de vraag gesteld zijn: noemt het zelfstandig naamwoord eene zelfstandigheid — ik gebruik dit woord in navolging van T e r w e y — welke men zich voorstelt binnen bepaalde grenzen besloten , ja of neen; waaruit noodwendig eene verdeeling in twee, maar niet in drie groepen moet volgen : Voorwerpsnamen en stofnamen. Spreekt men van verzamelnamen, dan ligt de vraag tot grondslag: wekt het woord in den vorm van het enkelvoud de voorstelling op aan eene enkele eenheid, of aan eene grootere of kleinere hoeveelheid gelijksoortige eenheden; de verdeeling wordt dan: niet-verzamelnamen en verzamelnamen. Logisch zou dus m. i. de verdeeling der concrete

zelfstandige naamwoorden moeten zijn: a

1. voorwerpsnamen. 2. stofnamen.

b

1. niet-verzamelnamen. 2. verzamelnamen.