is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 4, 01-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tafel is een kuismeubel, tafel a 1 61.

De Worp is een bosch. bosch a 1 b 2.

Het ijzer is een metaal, ijzer a 2 b 1.

Op de Veluwe is veel bosch. bosch a 2 b 2. De voorwerpsnamen worden onderscheiden in : „a. eigennamen, die men aan ééne zelfstandigheid geeft, ten einde die van alle andere derzelfde soort te onderscheiden: De Buy ter, Amsterdam., de Rijn, de Betuwe.

b. soortnamen, welke alle zelfstandigheden eener zelfde soort met elkander gemeen hebben: huis , stoel, vader, koe."

Dat door bovenstaande definities het kenmerkende verschil tusschen eigen- en soortnamen niet wordt uitgedrukt, is mij herhaalde malen gebleken, door aan kweekelingen en onderwijzers te vragen: Wat is nu het woord hel, eigen- of soortnaam? Deze zegt: „e i g e n , want t is de naam , die slechts aan één ding gegeven wordt," „neen," beweert een ander, „niet eigen, maar gemeen; want door het woord hel onderscheidt men niet ééne zelfstandigheid van andere van dezelfde soort," terwijl een derde redeneei t. „ t is geen v an beide, 't is geen eigennaam, omdat door dit woord niet ééne zelfstandigheid van alle andere van dezelfde soort wordt onderscheiden, en 't is geen soortnaam, omdat het woord soort altijd doet denken aan meer dan één ding."

Bij 't benoemen van een woord als soortnaam of als eigennaam, doet de vraag, of één of meer voorwerpen dien naam dragen, niets ter zake : er is slechts ééne aarde, en toch is a a r d e in de gewone beteekenis, dus niet als naam eener planeet, een soortnaam, terwijl O u d e g a , alhoewel in Friesland meer dan een dorp van dezen naam is, een eigennaam is, en wellicht zijn de S m i d s (eigennaam) talrijker in ons vaderland dan de s m e d e n (soortnaam). — Wat is dan het kenmerkende verschil tusschen eigen- en soortnaam ?

k Herinner mij nog als den dag van gisteren, hoe mijn onderwijzer ons, schooljongens, het onderscheid tusschen eigen- en soortnamen verklaarde. „Zie", zei hij, „als hier een vreemde komt, dan behoeft hij niet te vragen, of hij in eene stad of in een dorp is ; aan alles kan hij zien, dat de plaats onzer inwoning geene stad is; maar hij kan onmogelijk weten, zonder dat het hem verteld wordt, dat ons dorp Gorredijk heet. Dit nu is 't verschil tusschen een soortnaam en een eigennaam ; de soortnaam is den dingen, als