is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 4, 01-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kingen als: Toen ik nog handel deed) dat bij snelle uitspraak wordt: Toen ik nog handel dee en verder : Toen ik nog handelde, dan wordt de overgang tot den tegenwoordigen vorm duidelijk." Hierdoor wordt de meening gevestigd, dat de overgang werkelijk zoo heeft plaats gehad, wat de Schr. niet kan meenen. Hij bedoelt blijkbaar alleen een inzicht te geven in de beteekenis van het suffix van den verl. tijd.

Het artikel van Kakebeen over „Onopzettelijke en opzettelijke parodie" zullen wij bespreken , als het af is.

School en Studie, 1 April—15 Mei.

H. Scholten bespreekt in een reeks vervolgartikelen „de naamvalsbuiging van het zelfst. naamwoord en zjjn begeleidingen". Zoodra de laatste term van die reeks bekend is, zullen wij een overzicht van het geheel geven.

G. Elgersma levert een uitvoerige beschouwing over Da Costa's „Vijf en twintig jaren, een lied in 1840." Na de voorafgaande periode uit Da Costa's leven geschetst te hebben, verdeelt hij het gedicht in de volgende zangen : Voorzang. De slag bij Waterloo. Het derde eeuwfeest der Hervorming. Napoleons dood. De herdenking der uitvinding van de boekdrukkunst. De scheuring der Nederlanden. De troonsbeklimming van Willem II. De hooge vlucht van kunsten en wetenschappen. Slothymne. — Behalve de voorzang en de slothymne wordt iedere afdeeling door den dichter ingeleid door een geknotte uitdrukking, die aan den kroniekstijl herinnert: „'t Zijn vijf en twintig jaar!" „Het zeventiende jaar der eeuw!" „'t Jaar twintig" enz. Vervolgens geeft de schr. een duidelijk overzicht van den inhoud van ieder der zangen.

P. H. Mulder handelt in de afdeeling „Verscheidenheden" over verschillende boekformaten en wat daar verder over op te merken valt , over pagineering en folieeren , over het verschil tusschen den amateur (op het gebied van den sport) en den dilettant (op dat der kunsten en wetenschappen), over lodgers en forensen, over euphemisme en euphuïsme (onder het laatste verstaat men een bijzonderen spreek- en schrijftrant, die zijn oorsprong aan het Spaansche hof schijnt te hebben gehad en door de vertaling van „Het uurwerk der vorsten" van Guevara in Engeland bekend is geworden, waar hij zooveel bijval vond, dat hij onder de regeering van Elizabeth de modestijl werd; het was een buitengewoon gekunstelde stijl,