is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 6, 1939, no 2, 01-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur « Ons Volkskarakter » tot de Nederlanders van Belgisch « staatsburgerschap », die men allen door elkaar als « Vlamingen » bestempelt. Anne de Vries en P. J. Meertens brachten als « redacteurs » van het boek « De Nederlandsche Volkskarakters » een aantal naar waarde en gehalte uiteenloopende opstellen bij elkaar over gewestelijke en stedelijke karakter-groepen binnen het Nederlandsch karakter-geheel, welk geheel echter in het genoemde boek volkomen onbehandeld blijft. De Vries en Meertens nemen (in hun woord vooraf) de eenheid aan val1 « Noord en Zuid », dat is uitstekend ; verkeerd — een ketterij in volksch opzicht — is, dat zij ons de Joden, die verblijven op het Nederlandsch territoor, als Nederlanders voorstellen (20).

Ik kom thans terug op onze litteraire geschiedschrijving. Een volksch-opgevatte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde zal ons — allereerst — een andere indeeling moeten te zien geven dan de gebruikelijke, welke vastzit aan de verzamelbegrippen « Holland » en « Vlaanderen ». Zij zal de letterkundige bedrijvigheid moeten beschrijven en haar voortbrengsels naar hun volksche waarde beschouwen in de verschillend e , door alle daarbij in aanmerking komende factoren (zooals afstamming, landschap, overlevering) afgeteekende kleine karakter-eenheden binnen de groote Nederlandsche wezenseenheid. Dit wil niet zeggen, dat zij aan de staatkundige grenzen en hun « uitwerking » op ons letterkundig leven (wat dan voornamelijk voor de « moderne » tijden van belang is) geen aandacht schenken mag, maar wel : dat zij, daarboven uit, zich moet richten naar het organisch gegevene, in casu naar het (de politieke

(20) Het boek «De Nederl. Volkskarakters» werd door mij uitvoerig besproken in « Dietbrand », jaarg. 5, nr. 10. - Het zij mij veroorloofd, enkele zinsneden uit de bespreking aan te halen : ,.

«De eiqen persoonlijkheid van een volk, zn eigen wezen zijn voor ons dingen die bestaan, « voorhanden grootheden ». De wetenschap heeft ze met te ontdekken, maar kan ze beschrijven en verklaren. Zij zal ach daatoe op vele gebieden moeten bewegen, van het biologische tot het culturee . Zij zal zich tevens hiervan bewust moeten zijn, dat het volkskarakter ï laatste instantie te maken heeft met geheimenissen der ziel, welke buiten

het bereik liggen der exacte methoden... v„iv«t=,rakters»

In hun voorrede tot «De Nederlandsche Uormolnkp

spreken De Vries en Meertens over «de ontstentenis van wetenschappelijke aeqevens» waardoor aan de uitgave een «voorloopige» beteekenis moet worden toegekend. Wanneer met die « wetenschappelijke gegevens >> exacte bevindingen zijn gemeend (zooals men het verstaan kanj stattstiek^ est rezultaten en dergelijke, dan gaat het ekskuus maar ten deele op. Cultuuruitoqen (van lagere en hoogere orde), taal, zede en gebruik, de met elkaar te verqelijken, subjectief-gekleurde oordeelen van volksgenooten en vreemdelingen, behooren eveneens tot het materiaal, waarmee de we ensc aP haar beschrijving en verklaring van het volkskarakter te werken dan eens zal blijken, dat de intuïtie, het instinctieve speuren en aanvoelen verder en dieper leiden dan welk exact onderzoek ook.