is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 6, 1939, no 7, 01-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn Zoo is dit het geval bij de kruising van witte en zwarte muizen (ZZ en WW). In de F 2 krijgt men dan :

Dat die uiterlijk zwarte maar ten deele homozygotisch zijn, blij dan uit de verhoudingen, die we bekomen bij verdere kruisingen met homozyqotisch witte dieren.

Hier staan we dus voor de dominantie van een ken®"k' nl de zwarte kleur bij de heterozygoten ; de witte kleur is dan recessief, ze ligt erfelijk overdekt maar komt later weer te voorschijn bij de volgende generaties. Dit is in t b^onder he

geval bij inteelt (kruising van verwanten en erfelijk gelijk

Hi^werd1 siechts met één kenmerk rekening gehouden ! Heeft men echter te doen met een veelheid van kenmerken, dan mo men verder rekening houden met de vele combinatiemogelijkheden tusschen de erffactoren, die progressief stijgen en waarbij sommige onafhankelijk zijn van elkaar en andere reeds bijeen

VoMhet geval dat men slechts met 10 o n a f h ankelij k e erffactoren moet rekenen, kunnen er reeds in de F 2 9enera 1024 uiterlijk te onderscheiden variaties onder de afstammelingen voorkomen. Bij den mensch zijn de combinatiemogel.jkhedennatuurlijk nog veel hooger, vermits er bij de voorplanting 24 paar

chromosomen optreden. ,

Het is evenwel een feit, dat er samenoptredende groepen kenmerken zijn, dus eigenaardige factorenkoppe-

DeDerffactoren zijn gelocaliseerd in zgn chromomeren tiaties van de chromosomen). Deze chromomeren zouden zich bfde reductie deeling - door dewelke het dubbeltal chromosomen (bij den mensch 48), dat voortkomt van vaderlijke en moederlijke zijde in de bevruchte eicel weer tot het normaal aantal (bij den mensch 24) herleid wordt - waarbij de helft respectievelijk van vaderlijke en moederlijke zijde komt op verschillende wijzen kunnen samenvoegen, terwijl ook. uitwisseling mo9e'> zou zijn. Uit den aard der zaak zelf zouden eigenschappen die in verder uit elkaar liggende chromomeren aanwezig zijn, vlugqer qedissocieerd worden dan de naast elkaar ïggen e.

ge zouden altijd samenblijven. Bepaalde eigenschappen zijn bijv.

gebonden aan het geslacht, zoo o.m. de bloedersziekte, daltonisme, e.a.