is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 21, 1898, no 4, 01-04-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luisteren van zijn vrienden, ons met hem vervelen op een Zondagmiddag in Amsterdam, hem vergezellen naar de Nes — ja erger nog !

Bijna dag voor dag leven wij zijn doodgewoon leven van kantoorheer met hem mede , waarvan de groote vraag langen tijd is , zal hij aan eon verliefde bui toegeven , ja dan neen. Er gebeurt letterlijk niets , niets belangrijks om of in hem , 't is alles wanhopend banaal en dat wordt nu een roman genoemd ! Honderden van zijn soort zullen voelen als Barend Bandt, maar wie maakte ooit aanspraak op de eer al zijn dageljjksche stemmingen zoo geanalyseerd, bestudeerd en — met onbetwistbaar talent — aldus beschreven te zien.

Een staaltje van Robbers manier, zoo maar op den tast gekozen, moge hier volstaan :

„Hij deed op de Beurs wat hij er te doen had , maar 't stond hem vandaag al bijzonder tegen, dat drukke, die handelsroezemoes, dat snelle praten over zaken alleen en geld, dat geschreeuw , dat leven van maak dat je 'r bijkomt, dat hard werkhjke, onbarmhartigkoude bij elkaar komen van menschen om gewin alleen, dat haastige gedribbel van mannen in 't zwart, met zenuwachtige gezichten , die smart zonder tranen, die vrooljjkheid van gisteren, vandaag dat brutale lachen om bofferij , dat zenuwzoete lachen om galgenhumor en grilligen spot. Hij kende verscheidene van die menschen particulier, toch voelde liij zich eenzaam. En zoo gauw mogelijk ging hij weg , moe en suffig, dof verlangend naar zijn kantoor om daar zijn middag rustig door te brengen , rustig ea-^nu en dan even soezend. Zijn middag verliep in stil gewerk en stemming van vage treurigheid en onbestemd verlangen."

Uit dit fragment ziet men hoe litterair hoog de kunst van Pliocius staat, maar tevens komt van zelf de vraag bij ons op :

„Wat kan 't ons schelen of die Bernard zich eenzaam voelt op de Beurs of hij liever soest in vage treurigheid dan effecten te koopen en te verkoopen, wat kunnen ons zijn straat- en cafévrienden deren ? Hoe is 't mogelijk, dat er iemand gevonden wordt met zooveel taai geduld , om deze ultra-gewone stemmingen het opschrijven en laten drukken waard te vinden , en menschen die hun tijd besteden om ze op hun gemak te lezen ? 't Is zoo druk om ons heen ; er valt zooveel te doen en dan moeten wij ons bezig houden met de verliefdheden of de katterigheid van een mijnheer Bandt, of naar de cynische grappen luisteren van een Samson of And ré ?