is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 26, 1903, 01-01-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOBBEZAK.

Onze Ministers, Kamerleden en Professoren hebben herhaaldelijk onze taal met nieuwe (niet altijd mooie) woorden verrijkt of bijna vergeten woorden weder in herinnering gebracht. Zoo leverde Minister Kuyper als bijdrage tot het Woordenboek het woord persmuskieten d. i. journalisten, die, iemand uithoorende om stof voor een artikel te krijgen, geestelijk werken gelijk de muskieten, zuigende tot de laatste druppel er uit is, m a. w. hoogst onbescheiden reporters, een ministerieele schimpnaam, die een degelijk en beschaafd journalist zich niet behoeft aan te trekken.

Prof. T r e u b doet het woord hobbezak herleven en dit woord, dat in mijn jeugd nog veel gebruikt werd, blijkt thans zoo onbekend, dat dadelijk overal naar de beteekenis gevraagd werd.

In het Handelsblad van Amsterdam werd die vraag openlijk gedaan en onmiddellijk daarop verscheen het volgend artikel van onzen geachten medewerker J. E. ter Gouw:

Dit is een samengesteld woord en bestaat uit hobbe en zak. H o b b e is de stam van 't oude werkwoord h o b b e n, springen, dansen, waarvan 't frequentatief luidt: hobbelen, en dat verwant is met huppen en huppelen. Kiliaan geeft voor hobb e n : saltare, motare. Z a k is hier figuurlijk gebruikt voor o nbehouwen, menschel ij k lichaam, en bij uitbreiding voor den incnsch, maar in ongunstigen zin Zoo spreken wij van een leugenzak, een goedzak, een papzak. In een kluchtspel van 1620 hebben twee wijven ruzie. De eene zegt: sHooi- wat Tryntgen, hoor wat, spreekt wat soet om de Bueren", en de andere daarop :

»Ick wil niet, karonje, hart-gaeuwe, en trouwelooze sack!"

Breeroo gebruikt dit woord in het diminutief met een vleiende beteekenis :

»Wel Vroutje, wat sel iek seggen? ick selt me Vrou eens vraghen, Je bint seker al te goelycken saekje, dat me jou sou inde kou jaghen."

Kiliaan kende reeds 1 o g h e n-s a c k(mendax).

Yerder geeft deze 16e eeuwsche taalkenner het w.w. h o b-s a ck e n en vertaalt dit door : inepte saltare aut tripudiare, dare motus incompositos, hetgeen beteekent: op een onbeschofte manier dansen en springen, ongepaste bewegingen maken.