is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 26, 1903, 01-01-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plautus, Homeros e. v a. daar moeten dat voor een verstandig, denkend mensch iets meer zijn dan namen, daar moet men zich door het lezen van vertalingen een denkbeeld zoeken te vormen aangaande de soort kunst hen geboden en moet men de feiten leeren kennen, die de kern vormen van menig werk onzer eigen dichters.

Bij de beoordeeling der opstellen vinden we nauwkeurig dezelfde aanmerkingen, die wij herhaaldelijk ook hebben gemaakt, gevolg van verkeerde voorbereiding.

Men maakt een opstel en meent, dat het al heel mooi is als er maar niet veel taalfouten in zijn ; alsof het eene taaloefening was ! Er zijn onder de meesterstukken van Eafael schilderijen met allerlei fouten, er is er zelfs een met een engel met zes vingers; maar dat belet niet, dat het toch een meesterstuk is. Als de opstellen niet deugen (m) en dat is mede meestal het geval, dan is het omdat vele candidaten door een opstel maken verstaan, het volschrijven of volbabbelen van eenige bladzijden met zoo min mogelijk taalfouten. Zij bedenken niet, dat het opstel meer dan eenig examen een juiste maatstaf is ter beoordeeling van de mate van geestesontwikkeling van den candidaat, die — let wel — zich bij voorkeur aan de studie der Nederlandsche letteren wil wijden. Zonder een plan te ontwerpen, zonder zich rekenschap te vragen, van wat hij zal en moet zeggen, wordt er gedachteloos voortgekrabbeld ; over het opgegeven onderwerp weet de candidaat stellig genoeg en toch weet hij niet, wat hij schrijven zal. Hij heeft zijne gedachten niet geconcentreerd, hij heeft niet eene schets gemaakt en daarin met enkele woorden punt voor punt opgegeven wat hij wilde schrijven en eindelijk al schrjjvende zijn hem (n) enkele snippertjes boekenwijsheid ingevallen, zinsneden uit andere opstellen of wie weet waaruit en met een gewaanden humoristischen of genialen zwaai eindigt het stuk. En als men daarop wijst is het onveranderlijk : „Ja, maar ik kan nu eenmaal geen opstellen maken !" Alsof dat verstandige taal was ! Er is een tijd geweest, dat de man niet lezen, dat hij niet praten, dat hij zelfs niet alleen eten kon en ... . dat alles heeft hij geleerd.

En heeft hij ook geleerd opstellen te maken ! Heeft hij zich geoefend, er iets voor gedaan, zich den weg laten wijzen ? Neen, hij heeft nog een partijtje taalregels en nog een lading voetnoten van buiten geleerd, — men kon er eens naar vragen .... maar opstellen