is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 13, 1914, no 39, 26-09-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondergeteekenden hebben zich daarom vereenigd tot een comité, met het doel:

lo. bemiddeling te verleenen bij het zoeken naar passende gezinnen voor uitgeweken en onverzorgd achtergebleven kinderen.

2o. de adressen in ontvangst te nemen van gezinnen, genegen een kind op te nemen.

3o. indien de geldmiddelen het toelaten en de nood het noodig maakt kinderen uit geteisterde streken in veiligheid brengen.

4o. alle hiermee samenhangende werkzaamheden als het onderbrengen van aanstaande kraamvrouwen en hare zuigelingen, het steunen van onderwijs en geestelijke hulp in de kampen, enz.

Reeds spontaan bereikten ons talrijke liefdadige aanvragen om een kind op te nemen, terwijl het Centraal Bureau der K. S. A. te Leiden reeds de aandacht van de Diocesane en PI. comité's op deze hoogst gewichtige zaak gevestigd heeft. Voor zoover er nog meerdere kinderen in nood verkeeren, houden wij ons aanbevolen voor meerdere aanvragen aan het adres van den laatst ondergeteekende.

Onnoodig te zeggen dat het bereiken van ons doel ook geld zal vorderen : voor het verplaatsen der kinderen, voor eventueele geneeskundige verzorging van kinderen, voor het plaatsen in gestichten in geval niet allen in gezinnen ondergebracht kunnen worden, voor eventueele redding der kinderen.

Z. D. H. Mgr. de Aartsbisschop van Utrecht was zoo goed het Beschermheerschap over dit Comité te aanvaarden.

Wij hopen niet te vergeefs een beroep gedaan te hebben op den liefdadigheidszin van Katholiek Nederland en hopen dat giften en aanvragen rijkelijk en veelvuldig zullen inkomen.

R. K. Huisvestings-Comité.

Bestuur:

Z. D. H. Mgr. H. VAN DE WETERING,

Aartsbischop van Utrecht, Beschermheer.

Mgr. A. F. DIEPEN, 's-Hertogenbosch, President.

Mevrouw A. KELLENAERS-Damerau, Leiden, vice-pres.

Mr. P. J. M. AALBERSE, Directeur K. S. A., Leiden.

Mevrouw VAN BASTEN BATENBURG-Jurgens, Utrecht.

Mevr. J. DE CARITAT DE PERUZZIS, Roosendaal, N. -Br.

Kapelaan A. A. DA MEN, Breda.

Dr. L. DECKERS, Eindhoven.

CHR. DEVOGHEL, Pastoor, Oosterblokker.

W. FRANSEN, Jz., Leeuwarden.

Mr. J. N. J. E. HEERKENS THIJSSEN, Haarlem.

HENRI HERMANS, Maastricht.

Mej. H, P. LEFEBURE, Amsterdam.

P. C. P. DE LOUW, Helmond.

L. J. J. M. POELL, Kapelaan, Tilburg.

J. L. TH. SANDERS, Burgemeester, Roermond.

Mevrouw A. R. SCHAEPMAN-Ehrhardt, Utrecht.

P. DE SEVAUX, Venlo.

Mevr. J. W. J. VOS DE WAAL, bar. Van Voorst tot Voorst,

Elden bij Arnhem

Mevrouw JOS. v. WAESBERGHE, Hulst.

Dr. EMILE VERVIERS, Leiden, Secretaris-Penningmeester.

Giften waarvan verantwoording in de voornaamste bladen geschieden zal, worden gaarne ingewacht aan het adres van laatst ondergeteekende.

VON GR UB ER' S VOORS'1 ELLEN TOT BEVORDERING DER BEVOL KIN GST OENEM1NG.

Prof. Max von Gruber heeft te Aken een redevoering gehouden over de oorzaken en bestrijding van den achteruitgang der geboorten in het Duitsche Rijk.

Het T. v. G. deelt de volgende conclusiën van die rede mee :

'Na den toestand, de oorzaken en gevolgen te hebben besproken, stelt Von Gruber voor: lo. aan echtparen, die geen persoonlijke eigenschappen bezitten, waardoor hun nakomelingschap ongewenscht is, en meer dan twee kinderen beneden de 14 jaren hebben, een toelage uit te keeren, voldoende om in hun stand één kind groot te brengen. Hierdoor zou het gezin met drie kinderen niet meer kosten dan met twee. Deze toelage zou tot den gezeten middenstand moeten worden doorgevoerd. Aan ouders beneden zekeren weistandsgrens, die 3 of meer kinderen tot den volwassen leeftijd hebben grootgebracht zou een ouderspensioen worden toegekend, evenredig met het aantal kinderen tot een maximum van 6. 2o. Aan ouders, die meer dan twee kinderen boven de 14 jaren hebben grootgebracht, een meervoudig stemrecht te geven, evenredig aan het aantal kinderen. 3o. Burgerlijke eerbewijzen in te voeren voor ouders van goed verzorgde groote gezinnen: eerbewijzen, gelijk beambten en bedienden voor veeljarige dienstvervulling krijgen; dit zou een tegenwicht zijn tegen de onverschilligheid of zelfs den spot, waarmede thans het groote gezin wordt begroet. 4o. Opklimmende belasting en hoogere successie-rechten voor ongehuwden en kinderloozen en andere fiscale maatregelen, opdat de grooten kosten (100 millioen mark per jaar) worden gedekt door hen, die niet kunnen en willen deelnemen aan de instandhouding van het volk. Verder: onderdrukking van de propaganda voor het twee-kinderstelsel, van den handel in voorbehoedmiddelen (beperking van den verkoop van enkele met name genoemde tot bepaalde handelaren), en verbod van de reclame voor deze middelen. Vóór alles: terugkeer tot eenvoud in de levenswijze".

Aldus Prof. Max von Gruber.

Wij gelooven echter, dat de ervaring zal leeren, dat de door hem aanbevolen middelen, hoewel ieder op zich zelf wel aan te bevelen, toch niet het verlangde resultaat zullen hebben.

De oorzaken der geboorten-vermindering worden er niet door weggenomen.

En de hoofdoorzaak is de afstomping van het zedelijk bewustzijn, als een gevolg van den verminderden godsdienstzin.

Zoolang hier niet zware zonde wordt genoemd, wat toch werkelijk zware zonde is, — en ook Prof. v. Gruber blijkt het zondige in de geboortebeperking niet te zien — zullen alle deze stoffelijke middelen slechts palliatieven blijken te zijn.

Wat de menschen niet nalaten uit vrees voor de hel, zullen zij niet nalaten uit verlangen naar een eereblijk.

De mentaliteit moet veranderd worden. Zoo niet, dan zullen ook von Gruber's krachtige middelen krachteloos blijken.

H. L.

EEN NIEUW WETSONTWERP TOT BESTRIJDING DER WERKLOOSHEID.

Ingediend is een suppletoire waterstaatsbegrooting 1914 (beoogende een verhooging van het eindcijfer met f8,500,000), waaromtrent in de toelichting o.a. het volgende wordt gezegd:

7 engevolge van de thans bestaande buitengewone omstandigheden is gedurende den eerstvolgenden tijd een ongunstige economische toestand der bevolking te verwachten, voornamelijk doordat de werkloosheid vee] grooter omvang zal verkrijgen dan anders in het najaar en in den winter het jgeval is.

In verband hiermede is het noodzakelijk, maatregelen te nemen om door werkverschaffing juist in dit jaargetijde deze te verwachten werkloosheid zooveel mogelijk te verminderen.

Daartoe zullen niet alleen alle werken, die thans on-