is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 14, 1915, no 31, 31-07-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ritisme niet reeds lang openlijk van staatswege is verboden. Een desbetreffend verbod zou minstens even noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn als bij het hypnotisme.

De Kerk stelde zich van haar kant tegenover het spiritisme in de encycliek „Supremae" van 1856, alsmede door 'de censureering van de geschriften van Allen Cardec. Haar goed overwogen maatregelen zouden echter eerst dan algemeen succes kunnen hebben, wanneer de staten er toe zouden kunnen overgaan, hand in hand te gaan met de Kerk.

Gelukkig is sinds de jaren van '8o van de'vervlogen eeuw, nadat de stroovuurgeestdrift (gevoed door de opklaringsdenkbeelden en de vrijheidsroes van 1848) is gedoofd en de gemoederen weer rustiger zijn gaan denken, een geleidelijke achteruitgang van het spiritisme te merken. De spiritistische litteratuur neemt wel is waar nog steeds toe. In de praktijk is in de verste verte niet te denken aan een uitsterven van het spiritisme, evenmin als van het hypnotisme. ,.De geesten, die zij eens riepen, kunnen zij niet kwijt." Ook in hooge en allerhoogste kringen heeft het spiritisme in eenïgszins veranderden vorm ingang gevonden en verheugt zich daar niet zelden in een zekere opvallende begunstiging.

„Gij zult Gode gelijk zijn", (Genes. 35), sprak de duivel in slangengedaante tot Eva. .,Gij zijt als goden", predikt li ij thans in het spiritisme en ongeloof voor groot en klein. Hier vergoddelijking, daar verdierlijking van den mensch, is de quintessence der spiritistische ethiek: ,,Les extrèmes

se roucnent.

In dit opzicht heeft Napoleon I de waarde van het Christendom toch nog beter begrepen, toen hij zeide: ,,het Christendom is de eenige leer, die zich geen illusies maaki over de natuur der dingen. Men zou bijna kunnen meenen, dat hij met deze illusies de spiritistische bedriegerij heeft bedoeld of op het oog gehad, zooals men het tegenwoordig ontmoet. De Kerk van Christus bemint het licht,.zij is de stad op den berg. De „spiritjstenkërk" echter schuwt het licht en hult zich in den magischen schemer der mediumistische seances. Spiritisme is een nachtelijk gebied een broedplaats voor het bijgeloof. Het heeft wel is waar de negatieve „verdienste", de onbekwaamheid te hebben aangetoond der „moderne wetenschap", om den godsdienst te vervangen. Het heeft ook de verdienste, een asyl te zijn voor oververzadigde materialisten en slechte christenen

a/r^. ~u

ue1 ib nier in staat een positieven, vruchtbaren invloed uit te oefenen op het zedelijk leven. Het geheele en onvervalschte christendom zal steeds als weleer' de eenige en beste cultuurmacht blijven; de Katholieke Kerk met hare genademiddelen zal den geloovigen waren troost verschaffen, welke alle spiritistische „hokus-pokus" zijn aanhangers niet kan geven. Slechts een Christus kan den moeden aardschen pelgrims toeroepen: „Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt,; Ik zal u verkwikken en gij zult rust vinden voor uwe zielen; want Mijn juk is zoet en Mijn last is licht." (Matth. 11, 21 v.v.). „Wie Hem volgt, wandelt niet in de duisternis, maar zal het licht des levens bezitten." (Joh. 8, 12.) ,,Wie in Hem gelooft^ zal leven, al ware hij ook gestorven." (Joh. 11, 25). „Een vloek is het den zoon der aarde, het-zoeken naar duistere machten. Onze God is een God des lichts en der zonneschijn." „In quo quis peccaverit, in eo punietur." (Boek d. Wijsh. 11. 16.) Maar: „Gloria in exc elsis Deo et in terra pa-; hominibus bonas voluntatis." ^Luk. 2. 14). Deze woorden der Eeuwige Waarheid worden door hypnotisme en spiritisme in alle eeuwigheid niet weerlegd, maar schitterend bevestigd. R

BERICHTEN EN MEDEDEEL IN GEN.

SCHOOL VOOR MAATSCHAPPEL/IK WERK TE AMSTERDAM.

De School voor Maatschappelijk Werk heeft ten doel:

I. De ethische en sociale vorming harer leerlingen.

II. De theoretische en practische voorbereiding tot een bepaalden tak van maatschappelijken arbeid.

Bij het onder II genoemde deel is gedacht: i°. aan zelfstandige werkers, wier arbeid hun levenstaak is: woningopzichteressen, hoofden van volkshuizen, bestuurders of bezoekers van vereenigingen voor armenzorg, directeuren van opvoedingsgestichten enz.; 2°. aan hen, die in eigen woonplaats, tijd en kracht en kennis beschikbaar stellen voor het gemeenebest, bestaande instellingen als bestuursleden willen helpen beheeren, of nieuwe inrichtingen tot bevordering van volksgeluk en volkswelvaart willen helpen stichten in in stand houden dooor persoonlijk dienstbetoon.

Het leerplan van de onder I bedoelde categorie van leerlingen loopt over. twee jaar; dat voor de onder II bedoelde over drie.

Heeft de leerling met vrucht de cursussen gevolgd en met ernst en toewijding den practischen arbeid verricht, dan kan hij, na afloop van den tweejarigen cursus, een certificaat ontvangen. .

Wenscht hij zich te wijden aan een hertaalden tal- van

maatschappelijKen arbeid, dan wordt hij. na een overgangsexamen, tot het derde leerjaar toegelaten en ontvangt vakonderwijs. Een diploma voor armenzorg, woningtoezicht, enz. kan hem daarna worden toegekend als aanvulling van het reeds verkregen certificaat.

In de opleiding van beide categoriën van leerlingen komt een voorname plaats toe aan practischen arbeid.

Het programma toont, dat zoowel naar het bijbrengen van kennis als naar practische vorming gestreefd is. Bij alles staat de hoogere vorming van het karakter 011 den voorgrond, en de opleiding tot belangstelling in het "leven der maatschappij.

Het volgende leerplan worde opgevat als norm, waarvan echter in bepaalde gevallen kan worden afgeweken, in verband met den leeftijd der leerlingen met reeds verkregen kennis of verrichten practischen arbeid.

Eischen van toelating: Eindexamen Gymnasium, H. B. S. met vijf jarigen cursus voor jongens en meisjes eïi daaraan gelijk te stellen inrichtingen, acte onderwijzeres I.. O. Vrijstelling van deze eischen is in bijzondere gevallen mogelijk.

Minimum-leeftijd 18 jaar.

Schoolgeld f 200 per jaar, bij vooruitbetaling; alleen in bijzondere gevallen is terugbetaling moeeliik. doch nimmpr

van het loopende kwartaal.

Het programma luidt:

EERSTE JAAR.

Theoretische Vakken. 1. Economische Geschiedenis. 2. Inleiding tot Kennis van Recht en Staat. 3. Kuituurgeschiedenis. 4. Geestelijke Grondslagen van ons Volksleven. 5. Ethische Problemen. 6. Psychologie. 7* Hygiëne en Verbandleer. 8. Volksopvoeding.

Practische Vakken. 1. Fröbelen. 2. Slöjd. 3. Spelleiding. 4. Verstelnaaien.

In verband met het bovenstaande: Bezoek aan Museum van Kunstnijverheid, Museum van Gevangeniswezen, aan een Tuchtschool, een Fröbelschool, een Weeshuis, enz.

Practtsch Werk. Leiding van clubs voor kinderen. Leiding van clubs voor jongens en meisjes. Leiding van een verstelles. Werken in een kinderziekenhuis enz.

TWEEDE JAAR.

Theoretische Vakken: 1. Staathuishoudkunde. 2. Economische Geschiedenis. 3. Inleiding tot de Kennis van