is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 2, 01-02-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt opgevat , wanneer de bovenbedoelde andere naam in den nominatief staat; b.v. : ieder was gelukkig, behalve hij; niemand was er, behalve zij; maar : ik heb ieder gezien , behalve haar. Het gebruik is hier niet altijd consequent geweest en Huydecoper in zijn Proeve van Taal- en Dichtkunde, III. 160 achtte de uitdrukking behalve ik onverdedigbaar. Zulke uitdrukkingen komen echter dikwijls voor, en in dat geval kan behalve niet met een voorzetsel worden gelijkgesteld.

Behalve heeft twee geheel tegenovergestelde beteekenissen, die van : ongerekend , te weten bij datgene , wat in de bepaling met behalve wordt genoemd, komt nog datgene, waarvan verder in den zin wordt gesproken en die van : uitgezonderd, te weten de bepaling met behalve duidt een beperking aan van hetgeen verder in den zin wordt vermeld.

Wanneer het voorafgaande woord is allen, dan kan de koppeling allesbehalve ontstaan, wanneer namelijk die verbinding ten slotte alleen dient om een sterke ontkenning uit te drukken. Zegt men daarentegen in eigenlijke opvatting: ik las alles, behalve hetgeen ik niet lezen mocht, dan blijven de twee woorden natuurlijk ieder op zich zelf.

Behandelen. Aangezien behandelen een transitief werkwoord is , zegt men : de behandeling van iemand (die het object der handeling is). Uitdrukkingen als de volgende, die in de Mist. van Willem Leevend voorkomen , worden derhalve door het gebruik niet goedgekeurd : uwe behandeling te mijwaard, mijne behandeling omtrent u, zijne behandeling omtrent Juffrouw lïoulin.

Behept. Dit adjectief, dat ook wel onder de vormen behebd of behebt voorkomt, wordt meest praedicatief gebruikt en zonder trappen van vergelijking , daar het wordt opgevat als een verleden deelwoord, wat het ook eigenlijk is. Men leidt het af van een werkwoord behebben, dat moet kunnen beteekenen : tot zich nemen. Yan dit werkwoord is dan afgeleid het dialectische behebbelijk, dat volgens het Arch. van Nederl. Taalkunde te Maastricht gebruikelijk is en gulzig, gretig, hebzuchtig beduidt. Noch in vroeger noch in later tijd evenwel heeft de algemeene taal hier te lande het werkwoord behebben gekend. Naast behept komt in de 17de eeuw herhaaldelijk voor behipt, dat wel hetzelfde woord schijnt te wezen, al wordt het ook in eenigszins andere toepassing gebruikt. In het Middelnederlandse!! komt eenmaal de vorm beheept voor. Indien