is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 4, 01-04-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar eenige voorwerpen zich niet door gemakkelijk waarneembare, en bij de andere ontbrekende, kenmerken onderscheiden , de verlangde nauwkeurigheid en duidelijkheid slechts verkregen kunnen worden door het geven van eigennamen Daarom was de invoering der vreemde maandnamen , waarmede geene begrippen verbonden konden worden , een groote vooruitgang , en geene keizerlijke of koninklijke besluiten , noch patriottische drijverijen hebben dat ongedaan kunnen maken. Het gaat ook wat moeielijk b.v. te spreken van regenmaand , wanneer het baksteenen vriest.

Zoo hebben de vreemde namen der maanden de heerschappij behouden en zullen die wel nimmer behoeven af te staan. Maar de geschiedenis der verdrevene is er niet minder belangrijk om. Verscheidene geleerden hebben er dan ook reeds over geschreven. Behalve hetgeen in de groote woordenboeken, vooral het Middelnederlandsche op maent, in Kiliaen en in De Bo's Westvlaamsch Idiotikon, te vinden is, noem ik hier nog: Tydeman in Nieuwe Bydragen tot opbouw der Yaderlandsche Letterkunde (1763) I 3, 473; J. D. Meijer, Verhandelingen I, 75; Buddingh, Verhandeling over het Westland 339; Clarisse in zijne uitgave van de Natuurkunde des Geheel-als bl. 204; Hoeufft in Taalkundig Magazijn III, 225; Navorscher I, 155, 213; II, 34, 283; De Gheldere, Dietsce Rime.

Om het overzicht gemakkelijk te maken zal ik hier eerst voor iedere maand opgeven, met welke namen ze in den loop der tijden alzoo genoemd zijn, vervolgens de namen naar hunne beteekenis gerangschikt en eindelijk eene alfabetische lijst der namen met hunne beteekenis en, zoo mogelijk, de verklaring. Op te geven, wanneer en waar de verschillende namen gebruikt werden, is vooralsnog ondoenlijk ; verscheidene leven nog in den monds des volks, verscheidene ook worden tot ver buiten onze grenzen gehoord'. Eenparigheid in de spelling der namen vindt men hier niet: ik geef ze in een ouder of jonger kleed, al naar ik ze toevallig heb aangetroffen. De meeste heb ik gevonden in middeleeuwsche getijdeboeken in handschrift. In gedrukte boeken komen ze al dadelijk

1) Daarin, en niet in de lengte, ligt ook de oorzaak, waarom de jongens met termen als volmaakt verleden toekomende tijd zooveel meer moeite hebben dan b.v. met naamval: het laatste woord verstaan ze niet het is voor hen een eigennaam, terwijl zo het eerste meenen te verstaan of no°erger trachten te verstaan.