is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 6, 01-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te herinneren, dat ook Jonker Jan met den lauwerkrans werd getooid.1)

Ten deele hebben dezelfde zaken, die de Renaissance in Zuid-Nederland bevorderden, ook in 't Noorden gewerkt. De invloed, die de Grieksch-Romeinsche oudheid kan gehad hebben, mete men af naar een feit als dit, dat in het begin der 16de eeuw te Amsterdam op de 100000 inwoners, 600 leerlingen de Latijnsche scholen bezochten, terwijl er nu slechts 400 op de 500000 inwoners naar het gymnasium gaan. Groot was ook de beteekenis van het verloop der revolutie voor 't Noorden door de komst van honderden Zuid-Nederlanders, vooral na den val van Antwerpen (1585).

Zoo komen we over de Zuid-Nederlanders Karei Van Mander en Marnix van St. Aldegonde op Coornhert Spieghel en Roemer Yisscheren van hen op Hooft, en Y o n d e 1, naast en tegenover B r e e r o de schitterendste figuren uit onze 17de-eeuwsche letterkunde. Karei van Man der als zijn leermeester Lucas de Heere, schilder-litterator en nog bovendien geschiedschrijver in zijn onschatbaar Schildersboel•, beminnaar en vertaler van Yirgilius, schrijver van de Zftleghingh op den Metamorphosis (van Yirgilius), die de waarde heeft van een mythologisch handboek, een der eersten, die het ongeletterden gemakkelijk maakte, zich in een goedkoop Itenaissance-modepakje te steken, als dichter oneindig meer merkwaardig om de teekenen des Renaissance-tijds, die ons zijn werk biedt, dan door eenig meesterschap in scheppen van schoonheid.

Marnix, de edelman, rijk aan kennis en ervaring door zijn studie en reizen in het buitenland, humanist en Renaissance-man beide, een scherp geteekende persoonlijkheid. De vrije ontwikkeling van het individueele, wat juist een kenmerk is van de beweging in haar geheel, uit zich in hem al zeer sterk. Maar hij is niet de eenige. Wat een mooie sprekende figuren zijn naast elkaar Anna B ij n s, de vurige, heftige kampioen voor de rechten van de oude christelijke kerk, Marnix, de overtuigde Calvinist met zijn bijtenden spot voor het oude geloof, Coornhert, de man van de kalme, waardige wereldwijsheid.

!) Aug. Vermeylen zegt in zijn zeer belangrijk artikel over Van der Noot in 't Ticeemaandelijtxch Tijdschrift 1899, I, 107: «Nergens blijkt, dat dichterkroningen hier te lande in gebruik zijn geweest." Dat is eenigszins onjuist. Reeds in 1507 werd o. a. te Tienen in Brabant nog wel door Keizer Maximiliaan Gerardus Geldenhauer Noviomagus tot dichter gekroond. Matthaeus Analecta I, p. 209 en mijn biographie van G. p. 31.