is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 6, 01-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij en vonden glieen roose, maer alleene

Saghen wij heur bladerkens al ontdaen daer,

Ende berooft van heur schoon verwe reene

Die wy 't morghens seer schoone saghen staen claer.

Ay lief sprack ick, is dit niet groote schade Dat dees schoon bloeme aldus is of gheresen Eer yemanden gheschiet sy de ghenade Tc ghebruycken heuren reuck weert ghepresen.

Och iaet sprack sy, want het was een schoon bloeme,

Hier om schoon lief doet toch dat ick u rade,

En laet mij toe dat ick met recht u noeme Bermhertigh lief in eeren vrocch en spade.

't Is nu den tijt wilten toch nemen ware,

Ghij comt nu recht int beste van u leven.

Op dat met u oock niet alsoo en vare

Alst heeft ghedaan met dees bloeme voerschreven.

j. De bewerking, die Van der Noot van dit gedicht gaf, vindt men bij Verwey, p. 70 en gedeeltelijk in dit opstel. Ik waag mij liever niet aan een proza-vertaling van dergelijke dingen; bijna alles wat ze juist tot kunstwerk maakt, gaat daarbij natuurlijk verloren.

lc. Frankrijk, moeder der kunsten, der wapenen en wetten, gij hebt mij lang gevoed met de melk uwer borsten. Nu, als een lam, dat zijn voedster roept, vervul ik met uw naam de boomen en de bosschen.

P.

Enen metten cattenseel leiden.

De moeielijkheid der verklaring van deze uitdrukking (Mul. Wdb. 3, 1241) ligt in de beteekenis van het woord catte■

Is het onmogelijk, dat wij in deze zegswijze niets anders behoeven te zien dan een analogon van „aan het lijntje houden," waarin lijntje = oorspr, seheepslijn ? Catte toch was in de Middeleeuwen, het is waarschijnlijk niets dan toeval, dat 't woord in onze Middelnederlandsche geschriften niet voorkotnt1)—een veel op een galei gelijkend schip Mlat. gatus (vgl. S c h u 11 z, Bas höfische Leben zur Zult der Minnesinger II, 280).

Warffum. G. A. Nauta.

1) Of zit 't in 't raadselachtige woord cMeribbe (Z. Mnl. Wdb. t, a. p) ?