is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 6, 01-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Repliek van F. A. Stoett, die (loor de Redactie in een naschrift niet afdoende wordt genoemd.

Deelwoorden in vorm. Vallende ziekte , inkomende rechten , liggende houding, enz. Uit D. Claes , Het Belfort 1899.

9e jg. afl. 6.

Dit. E. C. Boer, Hendrik Ibsen. Er zijn weinig levende schrijvers van Ibsens vermaardheid. Ook niet in Noorwegen zelf: in tegenstelling met Björnson is hij cosmopoliet: men vergelijke Paul Lange Of) Tora Parsierg van den laatste met Ibsens Rosmersholm. Henrik Jaeger, Ibsens biograaf, schrijft dit cosmopolitisme toe aan zijn afstamming van verschillende nationaliteiten. Ibsen is kind van zijn tijd , in zooverre hij de hedendaagsche maatschappij — weliswaar idealistisch gekleurd — in beeld brengt, en kind van zijn volk, o.a. door zijn godsdienstzin. Ibsen, eerst apothekersleerling te Grimstad, ging in 1850 voor zijn studie naar Kristiani, waar hij in 18.57 als regisseur aan het tooneel werd verbonden, na reeds in 1851 te Bergen in dergelijke functie te zijn benoemd , na de schouwburgen te Dresden en Kopenhagen bezocht, Shakespeare en Holberg bestudeerd en zelf vele stukken te hebben geschreven , die echter zijn naam nog niet in 't buitenland bekend maakten. Maar na 18o7 krijgen zijn stukken een internationaal karakter, bv. Keizer en Galilaeer, zijn laatste en omvangrijkste historisch drama. Hij begint met zijn satyrische familiedrama's, aanvankelijk scherp, bv. de lomedie der Liefde. In 1864 geeft de Regeering hem een reis-stipendium en gaat hij naar Rome. Daar schrijft hij Brand, nog idealistisch , Per Gynt, meer een stuk werkelijkheid , waarvan do hoofdpersoon misschien een satyre is op het Noorweegsche volk. Een beeld van het hedendaagsche leven geeft het Verbond der ■jeugd, een blijspel, dat des dichters oordeel over den partijstrijd in zijn land illustreert.

C. G., Taal op school. Men begint op de lagere school te vroeg met lezen en men moet niet uit schoolboekjes van de boekjesmakers leeren lezen maar eigen beschrijvingen of verhalen.

Een citaat uit den Gids van Mei '99: uit Dr. R. C. Boer, Het thema van liet lied van Geraert van Vel zen. Dit lied hangt samen met dat van den Deenschen liederencyclus over Marsk Stig en met de Nederduitsche sago van Sibiche en Ermanarik.

Di. B. hit de praktijlc IV. Bogaers en Koenen keuren af maken,