is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 2, 08-01-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopig zullen wij den beschuldigde gevangen zetten.

Deze genoegdoening bevredigde geheel en al; de menigte verstrooide zich en de maarschalk kon na een kwartiertje naar huis gaan."

(Wordt vervolgd). S.

BOEKBESPREKING.

HET SOCIALISME DOOR VICTOR CATHREIN. TWEEDE DEEL: STELSEL VAN HET SOCIALISME. Futura,

Leiden.

Eenigen tijd geleden gaven wij in dit tijdschrift een aankondiging en bespreking der derde uitgave van het eerste deel van bovengenoemd boek; thans ligt het tweede deel voor ons. Wat wij toen meenden te mogen voorspellen, heeft zich bewaarheid. De wetenschappelijke uiteenzetting van het socialistische stelsel en zijn zoowel op theoretische als op practische gronden gebaseerde weerlegging beantwoorden geheel aan de hooge verwachtingen, welke de nauwkeurige en gedetailleerde behandeling der geschiedenis van het socialisme in het eerste deel, met recht had verwekt.

Het tweede deel is gesplitst in drie hoofdstukken, waarvan het eerste de toetsing der hoofdstelling van het socialisme, de materialistische geschiedenisopvatting, het tweede de overige grondslagen van het socialisme en het derde de onmogelijkheid van het socialisme behandelt. Elk hoofdstuk is verder in meerdere artikelen onderverdeeld, die, voor verreweg het grootste gedeelte, op hun beurt, wederom meerdere paragrafen bevatten. Iedere paragraaf vormt aan afgerond geheel, en staat als gespecialiseerd onderdeel, volkomen op zich zelf. Dit maakt het naslaan uiterst gemakkelijk. Wie nader ingelicht wil worden omtrent een of ander bijzonder puntje heeft eenvoudig in de inhoudsopgave de betreffende paragraaf op te zoeken (het moet al een heel eigenaardig puntje zijn, als hij het niet bij zoo rijken inhoud in een der paragrafen met name vindt aangeduid), en ziet zich dan verwezen naar een betrekkelijk gering aantal bladzijden, waar hij alles aantreft, wat het socialistische stelsel daaromtrent leert met de weerlegging erbij.

Wij meenden echter den schrijver, om wille eener nog grootere overzichtelijkheid, te moeten aanraden het geheele tweede deel in twee afdeelingen te splitsen, en daaraan de titels te geven van: Het socialisme als wetenschap en: Het socialisme als practisch economisch stelsel. Daarom behoeft hij aan den inhoud niets te veranderen. Hij late alles, zooals het thans is, maar brenge alleen hoofdstuk I en 11 van zijn werk in de eerste door ons genoemde afdeeling onder en make van zijn hoofdstuk III het eenige hoofdstuk der tweede afdeeling. Dan zal de opzet van het werk nog beter aan het licht komen, want de schrijver heeft blijkbaar de door ons aangegeven indeeling voor den geest gehad. De eerste twee hoofdstukken immers beschouwen het socialisme van de wetenschappelijke zijde, en bespreken zijn theoretische grondslagen; het historisch materialisme en de andere leerstukken van Marx over waarde en meer-waarde, over concentratie der bedrijven, opeenhooping van het kapitaal en industrieel reserveleger, alsmede de voorgewende gelijkheid van alle menschen en de ijzeren loonwet van Lassalle worden ieder afzonderlijk behandeld en geleidelijk weerlegd. Het derde hoofdstuk daarentegen houdt zich bezig met de doorvoering in de practijk van de socialistische beginselen. Na eenige voorafgaande beschouwingen over de moeilijkheid om uit de beweringen der socialisten zich een juist denkbeeld te vormen van den toekomststaat, dien zij voorgeven tot stand te willen brengen, worden

achtereenvolgens de regeling en vooruitgang der voortbrenging, de verdeeling der arbeidsproducten, het vraagstuk der overbevolking en het huisgezin in de socialistische maatschappij in beschouwing genomen en van ieder dezer punten wordt bewezen, dat de verwezenlijking der socialistische denkbeelden het menschdóm van den regen in den drup zou brengen. De conclusie ligt dan voor de hand, dat het socialisme als practisch economisch stelsel een onmogelijkheid is.

Men moet bij de lezing van het derde hoofdstuk goed voor oogen houden het doel, dat de schrijver zich voorstelt. Anders zou men bij de kennisneming van hetgeen hij zegt over het vraagstuk der overbevolking (art. V § i blz. 221—224) van de wijs kunnen geraken. Hij laat zich daar al te zeer beïnvloeden door zijn streven om aan te toonen, dat de socialisten niet in staat zullen wezen met hun stelsel verbetering aan te brengen in de gebreken, die zij van de tegenwoordige maatschappelijke inrichting meenen te moeten verwijten. Hij heeft zich er zóó zeer ingedacht, dat men onwillekeurig de gedachte krijgt, dat hij zelf er ook van overtuigd is, dat de huidige maatschappij aan overbevolking lijdt, en dat hij juist daarom van een socialistische maatschappij-inrichting niets wil weten, omdat deze nog slechter dan thans het geval is, het euvel der overbevolking zal kunnen keeren. Iedereen gevoelt, dat dit zijn bedoeling niet kan zijn; zijn wijze van uitdrukking echter mocht wat voorzichtiger zijn.

In de noot op blz. 221 zet de schrijver zeer beknopt de bevolkingsleer van Malthus uiteen. Deze noot wekt den indruk, alsof de onzedelijke theorieën, tegenwoordig bekend onder den naam van Neo-Malthusianisme, op de rekening van Malthus moeten worden geschoven, waarmede hem evenwel onrecht zou worden aangedaan.

Een bijzonder woord van lof verdient de schrijver voor de zorg, waarmede hij zijn werk met socialistische citaten heeft gekruid. Er wordt niets op rekening der socialisten geschoven, zonder dat met meerdere aanhalingen uit geschriften en redevoeringen onomstootelijk wordt bewezen, dat zoodanig inderdaad hun meening is.

Wij sluiten met den wensch, dat aan dit boek een ruime verspreiding moge ten deel vallen. Het verdient die ten volle.

Maastricht. Mr. Dr. A. borret S.J.

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN.

DE ONGEVALLENVERZEKERING IN DE VEREENIGDE STATEN.

Over de wijze, waarop deze verzekering in de verschillende Staten van Noord-Amerika is geregeld, alsmede over de hoofdbeginselen dier wetten en hare werking, is een uitvoerig overzicht bewerkt door Mr. Dr. A. L. Scholtens, Referendaris bij de afd. Arbeidersverzekering van het Ministerie van Financiën, waaraan het Maandblad van het Centraal Bureau voor de Statistiek het volgende ontleent:

In de jaren 191 1 —1913 is in niet minder dan 24 staten een wettelijke regeling der bedrijfsongevallenverzekering ingevoerd, omdat deze verzekering aan de onderscheidene Staten is overgelaten. Wel bestaat er een wet, die van de Unie in haar geheel is uitgegaan, ide algemeen werkende ongevallenwet van 30 Mei 1908, doch deze heeft slechts betrekking op personen, in dienst van de V ereenigde Staten

zelf. 1 I ! '

In 1882 reeds werd een regeling getroffen voor het personeel van reddingsbooten en in 1900 voor dat van de posterijen in treinen. In 1908 kwam een regeling tot stand voor vergoeding van bedrijfsongevallen van bepaalde groevan personen, in dienst der Unie. Daarna zijn die groepen