is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 5, 29-01-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welnu, bij Treub moet hij toch ook, zelfs hooger, invaliditeitspremie betalen, en als hij door ouderdom invalied geworden is, krijgt hij niets anders dan f 2, ten minste als men hem behoeftig vindt! Inderdaad, „onvervalschte voordeelen"!!

Aan het slot van zijn inleiding verklaarde schaper, dat de 5. D. A. P. uit de verwerping van het ontwerpTreub „de noodige conclusies zou weten te trekken". Ja, van „conclusies trekken" gesproken. Nadat de S. D. A. P. de arbeiders verlekkerd heeft op een ,,voldoend staatspensioen", een „onbekrompen staatspensioen", wil zij hen ten slotte warm maken voor het ontwerp-treub, dat zij zelf „teleurstellend" genoemd heeft en waarvan zij zelf gezegd heeft, dat „de Nederlandsche arbeidersklasse niet zwijgend kan dulden, dat een van haar vurigst begeerde hervormingen op zóó bekrompen wijze haar wordt voorgezet". Zouden de arbeiders daaruit niet de noodige conclusies weten te trekken?

(W\ordt vervolgd.) joh. C. Aalberse, Pr.

H OME-RU LE. — V,

Het kabinet gaf spoedig de noodige opheldering. De minister van Oorlog Seely deelde eerst de redenen mee, die de regeering hadden genoopt, militaire voorzorgsmaatregelen te treffen. Daarna gaf de minister een overzicht over de besprekingen met generaal gough, die verklaarde, dat de officieren ontslag hadden genomen, omdat ze veronderstelden dat de regeering hen wilde bezigen om Ulster te bedwingen. SEELY antwoordde, dat de regeering hiertoe het volste recht had, wanneer de burgerlijke overheid rust en orde niet meer kon handhaven. Hij voegde er aan toe, dat de regeering niet voornemens was, van haar recht in dit opzicht gebruik te maken. Deze laatste toevoeging nu wekte den indruk, dat de officieren voorwaarden hadden gesteld. Tenslotte verklaarde de minister ronduit, dat hij de toevoeging buiten voorkennis van het kabinet had gedaan, dat hij hierin zijn ambtgenooten had misleid en dat hij daarom zijn ontslag aanbood.

asquith nam hierop het woord en verzekerde dat hij niets van Seely's toevoeging had geweten toen

hij aan het Lagerhuis meedeelde, dat de officieren onvoorwaardelijk naar hun post waren teruggekeerd. ASquith laakte daarna de onrechtvaardige en boosaardige pogingen om den naam des Konings in deze zaak te mengen, door te beweren dat Zijne Majesteit de houding der officieren had goedgekeurd. De koning had zich immers ten einde toe volkomen correct en constitutioneel gedragen. De minister eindigde zijn rede met de toelichting, waarom hij het ontslag van den minister van oorlog niet aannam: die loyale bekentenis had hem de volle sympathie zijner ambtgenooten bezorgd.

Hij kon echter den indruk niet wegnemen, dat de

regeering zwak was 'geweest, |dat Seely Gough geducht dfe les had moeten lezen, dat ze het ontslag van den minister had moeten aannemen en de officieren moest noodzaken hun plicht te doen zonder meer. Ook twijfelde

men zeer aan de woorden van asquith, dat nl. de Koning zich niet met de kwestie bemoeid had. Men vroeg zich af, wat lord roberts en de aartsbisschop van Canterbury op het ministerie en in het koninklijk paleis te maken gehad hadden, en de liberale werkliedenafgevaardigde zei in het Lagerhuis zelfs: „Wij hebben nu te beslissen o-f het volk 's lands wetten moet maken zonder inmenging van den Koning of van het leger, en of het Parlement zijn gemaakte wetten aan een oommissie van officieren moet onderwerpen ter goed- of afkeuring."

De Regeering wist, dioior te verzekeren, dat de houding der officieren niet kon worden geduld, de onrust der liberalen en nationalisten tot bedaren te brengen en hen te verzoenen. Toch bleef de toestand gespannen. De linkerzijde bleef aandringen op het ontslag van Seely, die wel een beminnelijk man was, maar totaal ongeschikt om het leger te zuiveren van de politieke samenspanningen der aristocratische Tory-officieren. Daarenboven had de eenige opperofficier van den eersten rang, waarop de regeering kon staat maken, generaal French, moeten aftreden, omdat hij de dupe geworden was van Seely's domheid; French had nl. Seely's missive met het eigenmachtige bijvoegsel onderteekend. seely begreep spoedig, dat hij zijn ontslag moest nemen, evenals zijn beide mede-onderteekenaars French, chef van den generalen staf, en ewart, adjudant-generaal. asquith aanvaardde nu de portefeuille van oorlog en bracht in het Lagerhuis warmen lof aan de beide aftredende generaals. De premier herwon met zijn kordaten stap, om zelf het ministerie van oorlog op zich te nemen, in eens het vertrouwen van zijïi partij, die hem steeds had gehouden voor een man van gezag

met een koel hoofd en een vaste hand.

De meesterlijke zet op het politieke schaakbord, die asquith deed met zelf de moeilijke portefeuille van oorlog te aanvaarden en waardoor hij in eens zijn prestige herwon, deed de Unionisten bedacht zijn op een waardigen tegenzet. Deze bestond hierin, dat ze e'n groote betooging in Hyde Park organiseerden en 22 verschillende optochten hielden. De deelnemers droegen allen een roodwitblauwe Cocarde met de woorden: Steunt het trouwe Ulster. In het Londensche park stonden veertien spreekgestoelten en onder de sprekers waren Sir Edward Carson, Austin Chamberlain, de Lords Milner, Cecil Beresford, Londonderry en vele andere. De meeting werd geopend met het gezang: „O God, our Help in Ages Past", gevolgd door het volkslied en een eeresaluut aan de Engelsche vlag en three cheers voor den Koning. Twee dagen daarna, 6 April 1914, nam het Lagerhuis het Homeruleontwerp in tweede lezing aan met 356 tegen 276 stemmen, nadat vooral tusschen de twee Ieren redmond en Carson een vinnig debat was gehouden. carson, de trotsche, sombere Unionist vol hartstochtelijk vuur, stond daar nog even grimmig als altijd in de bres voor een zoo goed als verloren zaak; redmond daarentegen vol bewustheid van de aanstaande overwinning eener goede zaak, vol ingehouden kracht en toegeeflijk waar hij