is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 5, 29-01-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT TIJDSCHRIFTEN.

DE WERELDPOLITIEK EN DE MOGENDHEDEN VAN DEN DRIEBOND SINDS 1871. — II.

Wat de samenstelling betreft, bestaan wereldmachten uit een hoofdland en bijlanden. Daar alle wereldmogendheden, met uitzondering van Rusland, overzeesch bezit hebben, springt dit onderscheid in het oog en veroorzaakt het geen moeilijkheden. Moet men nu Rusland als uitzondering aanzien en ervan afzien deze samenstelling als gemeenschappelijk kenmerk van alle wereldmachten, als de voorwaarde tot de positie van wereldmogendheid te beschouwen? Noch Noord-Satsjalin, noch de Koerilen hoeven daarom als het Russisch overzeesch bezit beschouwd te worden; daarvoor zijn die eilanden en deelen van eilanden te onbeduidend. Evenmin willen wij ten bewijze, dat het Russische Rijk bijlanden heeft, wijzen op het emiraat Boekhara of het khanaat Khiwa. Ook kan worden toegegeven, dat, van zuiver geographisch standpunt beschouwd, het de vraag zou kunnen zijn, of niet misschien Aziatisch Rusland het hoofdland en het Europeesche het bijland zou zijn. En men moet toegeven, dat het Russische Rijk van de grens bij Polen tot aan Kamtsjatka een administratieve eenheid is. Maar het begrip hoofdland is een historisch begrip en duidt dat staatsgebied aan, waarvan de vestiging van het wereldrijk uitging; het is een begrip van politieke macht en duidt op het land, waarin de regeering haar zetel heeft. En diensvolgens zal men niet mogen ontkennen, dat het Europeesche Rusland als hoofdland, Aziatisch Rusland als bijland te beschouwen is.

Intusschen blijkt daaruit een omstandigheid, van belang voor de wereldpolitiek, waaraan Rusland onder de wereldïn 7iin soort eeniee positie van wereldlandmacht

iuav.iii.v'" -~J~- ^ •li l*

ontleent. De omstandigheid namelijk, dat de ontwikkeling van groote mogendheid tot wereldmogendheid niet docr de aanwinst van een over landen en zeeën verstrooide buitenbezittingen geschiedde, maar ononderbroken verder gaat langs de lijn van den eenen territorialen Staat. Daaruit volgt, dat het Russische Rijk de weermacht niet van een groote mogendheid, maar van een wereldmogendheid kan verzamelen, en dat aan al zijn grenzen, 't Vormt een reuzenmachtsblok en drukt op twee werelddeel en.

Voor de samenstelling van een wereldmacht is het machtsoverwicht van het hoofdland over de bijlanden van beslissend belang. In een wereldmacht, die cegelijk territoriaal militair en administratief een staatkundige eenheid vormt, is in het centraal punt alle machtsoverwicht geconcentreerd.

Tegenpool van deze wereldlandmacht schijnt op den eersten blik de wereldzeemacht van het Britsche Rijk, evenzeer eenig in haar soort. Alle verhoudingen van ruimte en getal vinden we hier het sterkste: dat Engelands bijlanden aan uitgebreidheid die van Frankrijk en Rusland samen verre overtreffen; dat het aantal inwoners van zijn bijlanden ongeveer tienmaal zoo groot is als van de Russische bijlanden, en (zich dus tot deze Verhoudt als het zielenRiik tot dat van Bohemen, dat het

idi. v exil xj.^1 j j

Britsche Rijk niet alleen een Europeesche groote mogend-

... i • • - i ': 1 1 ^^1^ öo*-» A m nrik-Q P nc;rV)P

heid is, maar aoor zijn üijiaiiucu —*

Aziatische, Afrikaansche en Australische. De verhouding in grootte tusschen hoofdland en bijlanden heeft men willen veraanschouwelijken door de vergelijking met een op zijn punt gezette pyramide. En inderdaad heeft de samenstelling van het Britsche Rijk iets koens, dat aan waaghalzerij grenst; het hoofdland heeft een minimale uitbreiding tegenover een maximale uitgebreidheid der bijlanden. Is uit deze en dergelijke feiten op te maken, hoezeer het Britsche Rijk in zijn samenstelling eenig in zijn soort is, de tegenstel¬

ling tot zijn tegenhanger, het Russische Rijk bestaat hierin, dat het Britsche Rijk slechts samenhang ter zee, het Russische te land heeft, dat het Britsche rijk slechts over zee en het Russische over land aangroeit. Daarbij komt een tegenstelling in de samenstelling des Rijks: Rusland heeft zijn bijlanden in de hand als een koetsier zijn paarden; de Rijkseenheid van Engeland zou men echter overdrijven,, als men aan een herder met zijn kudde dacht. Iedere vergelijking gaat mank en biedt gelegenheid tot misverstand; wij wilden echter noch bij die van den koetsier aan de z*weep herinneren, noch bij die van den herder aan de schapenschaar. Terwijl het Russische Rijk, hoofd- en bijlanden een eenheidsstaat is, bestaat het probleem van het Britsche imperialisme in de vraag, of het machtsoverwicht van het hoofdland op de bijlanden (Canada, Australië en vooral Zuid-Afrika) langs den kveg van verdragen versterkt of zelfs wel voldoende verzekerd kan worden.

Intusschen kan de samenstelling uit hoofdland en bijlanden wel als voorwaarde tot de positie als wereldmarkt worden beschouwd; een kenteeken is het echter niet, daar alle koloniale mogendheden het hebben, bijv. ook Dene¬

marken en Nederland. Wij hebben het eenter wat uitvoerig moeten uiteenzetten, daar het geëigend scheen, om het begrip wereldmacht te bepalen.

Alle zeven wereldmachten echter en alleen deze zeven wereldmachten zijn groote mogendheden, wat het hoofdland betreft. De wereldmogendheid is daarom te beschouwen als een hoogere ontwikkelingstrap van de groote mogendheid. Wereldmachten voeren daarom de buitenlandsche politiek, ook van hun bijlanden met het gewicht van grootmachten.

Daar zij uit hoofd- en bijlanden bestaan en elk dier gebieden hen in betrekking brengt tot dichtbij- of verafwonende buren, heeft hun buitenlandsche politiek twee sfeerenr twee tooneelen, speelt zij zich op twee of op meer schaakborden af en de Ministers van Buitenlandsche Zaken van wereldmogendheden moeten als groote schaakmeesters meei dere partijen tegelijk kunnen spelen.

Men kan ook aan het buurtverkeer en grootverkeer op de stations denken. De koloniale politiek, allereerst gevoerd in het belang van het stamland lijkt op het buurtverkeer; op het grootverkeer lijkt de wereldpolitiek, die op de eerste plaats in het belang der bijlanden wordt gedreven. En toch zijn deze beide niet tweeërlei, zooals buurtverkeer en grootverkeer. Want de koloniale politiek heeft het gewicht van

de 'wereldmogendheid en de wereldpoiitieK gewiciu ais grootmacht. Ook middelmatig groote Staten met koloniaal bezit zorgen voor de belangen van hoofdland en bijlanden. Als ïnen 'wil, kan men dat laatste ook wereldpolitiek noemen. Daar zij het echter niet kunnen doen met het gewicht van groote mogendheden hebben zij minderen rang dan de wereldmachten en worden niet als zoodanig beschouwd, hoe groot hun koloniaal bezit ook zij. Het machtsoverwicht is het beslissende; daarnaar onderscheidt men immers ook groote mogendheden en mogendheden van den tweeden rang; het overwicht in economische, in cultuurmacht en vooral het overwicht in militaire macht.

Men zal er wel geen aanstoot aan nemen, als alle nadruk op de macht schijnt gelegd te worden. Men hoort wel eens spreken, alsof de menschen in hun waardeering voor de keus tusschen recht en macht geplaatst zouden zijn waarbij dan de rechtschapen mensch natuurlijk' het recht kiest en geneigd is om op de macht als een physieke en brutale fei• teliikheid neer te zien. Brutaal echter is slechts de stelling, dat macht boven recht gaat. Politieke studie, die geschoold is in historische beschouwing, brengt tot het inzicht, dat het niet om een keuze ertusschen gaat, maar om een verbinding van macht en recht. De afdwingbaarheid van het v-wP7P/n. ia. zelfs niet een deel van

reciiL iiictd.lvL *v*_/i J J—/

het 'wezen des rechts uit, maar zij is een natuurnoodzakelijke en onvermijdelijke eigenschap van het recht. De afdwingbaarheid van het publieke recht wordt door de weermacht