is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 18, 29-04-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i5e Jaargang.

ZATERDAG 29 APRIL 1916.

No. 18.

KATHOLIEK SOCIAAL WEEKBLAD

Redacteur: Mr. P. J. M. AALBERSE.

Alle stukken voor de Redactie te adresseeren, Oude Singel 78, Leiden. — Alles wat de Administratie betreft,

aan de Uitgeversvennootschap „FuturaLeiden.

DIT BLAD VERSCHIJNT ELKEN ZATERDAG.

Prijs per drie maanden f 1,00. fr.p.post f UVA; afzonderlijke nummers 15 cent. — Advertentiën van 1—6 regels f 1.50, iedere regel meer f 0.20.

INHOUD: Dekking van oorlogskosten, V (Slot), door Mr. A. Tepe. — Systematische sociale ontwikkeling, door j. p. UylinGS. — De economische toestand in de tweede helft van 1915, door Minister posthuma. V. — Berichten en Mededeelingen: Actie voor Zondagsrust. — Korte Berichten: Vierweeksche Sociale Cursus voor Voormannen in de R. K. Vakbeweging. — De Duitsche R. Kath. Vrouwenbond. — Wet op de huishuren. — Ontvangen Boeken. — Nieuwe Boeken. — Feuilleton: Afgedwaald en bekeerd. Door Kardinaal Newman. 15.

DEKKING VAN OORLOGSKOSTEN,. - l/. - (SM).

Voor oorlogvoerende Staten heeft de chartaal-theorie iets ongemeen verleidelijks. De Staat behoeft slechts biljetten te lalten drukken, o|f door een Bank te laten uitgeven, om over milliarden aan nieuwe koopkracht te beschikken. En, naar den schijn te oordeelen, is dat ook een volmaakt juiste politiek. De nieuw uitgegeven biljetten immers zijn in niets te onderscheiden van de oude, beter of geheel gedekte, en wanneer de Staat er slechts voor zoirgt, dat hij de metaaldekking niet laat dalen beneden het in de practijk voldoende gebleken percentage van 33Va, dan is er ook aan de praktische inwisselbaarheid van den geheelen biljetten-voorraad niets veranderd. Het goud' zal weliswaar in de brandkasten worden opgestapeld, maar uit niets blijkt het nadeelige gevolg hiervan. De nieuwe biljetten vervangen het verdwenen goud dubbel en drievoudig, en verschaffen niet slechts den Staat geld voor de oorlogvoering, maar veroorzaken tevens in het organisme de nationale huishouding verhoogde koopkracht.

Voornamelijk deze laatste omstandigheid schijnt sterk te pleiten voor het nu!t der, ongedekte biljetten, en schijnt het middel verkieslijk te maken boven alle andere middelen tot kostendekking. Immers, wanneer de Staat zich de benoodigde middelen verschaft uit de aanwezige geldvoorraden der natie, door belastingen op te leggen of leeningen uit te geven, dan is de koopkracht, waarvan hij zich hierdoor verzekert, eene zuiver voppressieve". Dat wil zeggen, in dezelfde mate, waarin de koopkracht van den Staat is toegenomen, is de overige koopkracht in 't land verminderd; de volkshuishouding is dus gedwongen van een gelijke hoeveelheid omzet afstand te doen.

Geheel anders echter is het gesteld, wanneei de Staat zijn toevlucht neemt tot het middel van uitgifte van biljetten. Het nieuwe papieren geld stelt hem in staat de grootste [uitgaven te dekken, zonder dat de particuliere huishouding ook slechts eenigszins behoeft te verliezen. De private consumptie kan ongestoord voortgaan, en de oorlogs-oonsumptie van den Staat, die hieraan toegevoegd wordt, beteekent dus een volstrekte aanwinst aan bestellingen en werkzaamheid. Door uitgifte van biljetten iop groote schaal, kan de Staat de door den oorlog verminderde productie niet slechts weer op peil brengen, maar zelfs aanzienlijk daarboven verheffen, zoodat er midden in den oorlog een naar den schijn bloeiend zakenleven, een hoog-donjunctuur is waar te nemen.

De uiterlijke schijn bedriegt hier echter. Het zoo uiterst gemakkelijke en eenvoudige middel van onbeperkte uitgifte van biljetten, heeft in den regel zeer bedenkelijke en vaak zelfs verderfelijke gevolgen. De helft van alle Europeesche groote mogendheden, (RusLand, Oostenrijk en Italië) heeft deze gevolgen voor 20 tot 30 jaar zoo gevoelig ondervonden, dat de herinnenering daaraan bij alle cultuur-landen een heiligen eerbied en vrees voor de biljetten-pers heeft teweeg gebracht. Zelfs thans, midden in den oorlog, zijn de oorlogvoerende landen er huiverig van de uitgifte van papiergeld tot het maximum op te voeren, zoolang er nog een ander middel mogelijk is; wanneer desondanks de voorraad papiergeld in de oorlogvoerende landen, met uitzondering van Engeland aanzienlijk', ja in sommige landen zelfs bedenkelijk groot is, dan mag men dit niet toeschrijven aan miskenning der fatale uitwerkingen der chartale geldtheorie, maar aan redenen van het hoogste Staatsbelang.

De ziektekiem, die het ongedekte geld in het economisch leven legt, tast namelijk niet onmiddellijk de takken van het verkeersleven aan, maar zijne onzichtbare wortels. De groote menigte neem't, bemerkt er derhalve voorloopig niets van. En zelfs, wanneer hare uitwerking zich begint te openbaren, wordt die uitwerking in den regel aan andere oorzaken toegeschreven. De duurte b.v., die een van de meest sprekende gevolgen van de uitgifte van te veel papiergeld is, wordt toegeschreven