is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 27, 01-07-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is er een pretje aan de hand, moet er pot verteerd worden, is 't dafé -of kaartavond, men ziet hen prompt op tijd verschijnen.

Maar... de rekeningen uitschrijven!

Och, daarvoor komtt men steeds tijd te kort.

Zoolang de ambachtslieden, zich er niet aan gewennen, bij de levering der waren of de uitvoering van 't werk, de rekening te voegen, hebben zij geen recht te klagen over een publiek, dat te laat zijne rekeningen betaalt.

Met danik voor de plaatsruimte.

Uw trouw lezer.

Deze lezer sloeg inderdaad den spijker flink op den kop. Want het is werkelijk treurig om aan te zien, hoeveel op dit gebied door de belanghebbenden zelf verzuimd wordt.

Sterke staaltjes, aan de praktijk ontleend, las ik daarover reeds voor jaren in de middenstands-vakbladen. Ik doe slechts een greep uit de velen.

Mijnheer A. is zeer voor contante betaling en tracht ze ook toe te passen.

Maar, hij kan niet.

Haalt hij in den winkel, waar hij meermalen koopt, rijn beurs voor den dag, dan luidt 't steeds allervriendelijkst: „o laat u maar zitteri, mijnheer, 't komt wel terecht, we zullen 't wel opschrijven."

,,Ja, juffrouw, imlaar ik betaal liever contant. ,,0, 't is voor ons gemakkelijker en pleizieriger, als met Nieuwjaar gilles in eens komt; dan weten we dadelijk hoe we er voor staan."

Maar men vergeet uit te rekenen, hoeveel nteer men zou verdiend hebben, als alles Contant betaald werd. Of men kan het niet.

Want, met de boekhouding is 't vaak zoo ellendig gesteld.

Een ander voorbeeld:

Mijnheer A. heeft een klein karweitje gehad voor zijn tirnlmerman of metselaar.

„Morgen de rekening sturen, hoor baas."

„Goed mijnheer"!

Maar jawel! Mijnheer ziet geen rekening. Als hij 't nog een paar miaal gevraagd heeft ein ten slotte dreigt naar een ander te gaan, krijgt hij' 't dingetje thuis, doch met groote letters staat er boven: „Op verzoek

Men zal moeten toegeven, dat het zoo werkelijk in

het dagelijksch leven toegaat.

* *

Is er dan geen middel voorhanden om aan deze misbruiken paal en perk te stellen?

Ik huiver eenigszins deze vraag te beantwoorden. Want, waar én bij 't publiek, én bij den middenstand zelf het koopen en verkoopen „op den pof" zoo is doorgedrongen, daar is het mOeielijfc een afdoend middel

ter verbetering te vinden.

Toch zullen we even nagaan, wat er tot heden door het particulier initiatief en den wetgever tot bestrijding van dit euvel gedaan is.

't Kan ongetwijfeld tot leering strékken.

Vooreerst hebben hier te lande tal van miiddenstandsvereenigingen, zoowel de R. K. Hanzebonden als de bij den federatieven Middenstandsbond aangesloten neutrale organisatie's de zoogenaamde maandelijksche en halfmaandelijksche rekeningen ingevoerd en over het algemeen is men met dien maatregel in de practiik zeer tevreden. Het kostte wel heel wat moeite 't zoover te brengen, maar, is de maatregel eens doorgevoerd, dan zijn 't publiek, zoowel als de belanghebbenden er spoedig aan gewend, en er even spoedig geheel mede verzoend.

Een ander middel, waardoor men de contante betaling, zoowel in het binnen- als buitenland heeft trachten te bevorderen, is de in verschillende plaatsen vanwege de Middenstandsorganisaties opgerichte Rabatzegelvereeniging. Wat is zoo'n Rabatzegelvereeniging?

Het is een vereeniging van kleinhandelaren, die het rabat (de korting), welke bij het verkoopen van waren wordt toegestaan, tot redelijke grenzen tracht terug te brengen. De leden, die er aan willen deelnemen^ moeten zich verplichten, bij alle inkoopen, die in hunne winkels gedaan worden, een zeker rabat of korting (waarvan het bedrag te regelen is naar plaatselijke omstandigheden) toe te staan, mits natuurlijk bij de inkoopen betaald wordt.

De rabatzegels, Iwaarop 'het Merk der vereeniging staat, worden door de klanten in een boek vastgehecht, waarin gewoonlijk ook de zaken vermeld staan die rabatzegels uitgeven. Zijn alle vakjes van het boek met zegels gevuld dan kan het worden ingewisseld bij den penningmeester der Rabatzegelvereeniging, die het daarop verschuldigde bedrag uitkeert.

Wellicht zal menige lezeres van dit blad er belang in stellen te vernemen, welke resultaten tot heden met deze vereenigingen behaald zijn. Nemen wij b.v. eens Tilburg, waar reeds in 't jaar 1906 eene rabatzegelvereeniging door de Hanze (R. K. Middenstandsvereeniging) werd opgericht. In het eerste jaarverslag van den secretaris vermeldde deze reeds, dat door de vereeniging waren uitgegeven 800 boekjes en ruim 153.000 zegels. In 1910 bedroeg de inwisseling reeds 2279 boekjes, tot een bedrag van f 3396.50 en volgens het laatst voor ons liggend jaarverslag over 1914 werd vanaf de oprichting tot einde 1914 voor eene waarde van niet minder dan f43117.80

aan boekjes ingeleverd.

't Is dan ook niet te verwonderen, dat dit TilburgsChe voorbeeld in verschillende andere plaatsen van ons land navolging heeft gevonden.

Een der jongste en tegelijkertijd een der schoonste vruiéhten van dezen Tilburgschen boom is ongetwijfeld ! de nauwelijks een jaar geleden opgerichte Rabatzegelvereeniging der R. K. Middenstandsvereeniging „St. | Laurentius" te Weert. Het eerste verslag dezer vereeni! ging ligt voor ons. We ontleenen er het volgende aan: i Verslag van de Rabatspaarzegelvereeniging van 14 Augustus 1915 tot 1 Maart 1916. Het ledental, 24 bij de oprichting, klom tot 46 thans, verdeeld over Weert 38 en Nederweert 8. Er werden verkocht 1.149.600 zegels, waardoor f 3832 aan contante betaling werd gegeven. Hiervan werd reeds uitbetaald aan ingeleverde