is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 15, 1916, no 27, 01-07-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1909 werd in dit district van de 6964 stemmen slechts 1167 op den Soc.-Dem. candidaat uitgebracht.

Wel is merkwaardig, dat in Maastricht het geboortegetal van kinderen beneden 10 jaar per 1000 zielen slechts 237 bedroeg, tegen b.v. 251 in 's-Hertogenbosch en 267 in Tilburg, terwijl juist in Maastricht in 1909 van de 6289 stemmen 1178 op een Sociaal-Democraat werden uitgebracht.

En zoo kan er ook op gewezen, dat Rotterdam met aanmerkelijk grooter kindertal dan Amsterdam of Den Haag bij de stemming van 1909 ook veel kleiner percentage Soc. Dem. stemmen telde dan deze twee steden.

Op stuk van Godsdienstige indeeling geven bovenstaande cijfers echter zeer duidelijke aanwijzing. De verschillen zijn soms treffend. Op de 1000 niet Roomsch-Katholieke inwoners van Alkmaar vielen er 187 kinderen beneden de 10 jaar, op de 1000 Nederl. Israëlieten in heel het rijk 183, daarentegen op de 1000 Roomsch-Katholieken in heel het Rijk 251, da,t wil dus zeggen 1/3 meer kinderen, op de 1000 Roomsch-Katholieken van Hilversum 300, dat wil dus zeggen 3/5 meer kinderen dan bij het niet Roomsche deel van Alkmaar en bij de Israëlieten.

Bij de Roomsch-Katholieke Kerk en bij de Gereformeerde Kerken het grootste kindertal. Op uitzonderingen bij de Roomsch-Katholieken wezen wij reeds, merkwaardig zijn ook sommige cijfers bij de Gereformeerde Kerken. In Alkmaar is bij deze Kerken het kindertal beneden 10 jaar per 1000 zielen 256, in deze sterk Neo-Malthusiaansche stad, waar dit cijfer voor heel de stad slechts 199, ook voor de Roomsch-Katholieken slechts 218 bedraagt, treft u dit bijzonder. Voor Leeuwarden en voor heel Friesland zijn deze cijfers voor de Geref. Kerken 233 en 247. In Leeuwarden bleken deze Kerken, al is ook het cijfer van 233 lager dan gewoonlijk, tegen de zonde der kinderbeperking, toch wel veel krachtiger te staan dan de Roomsch-Katholieke Kerk in deze stad.

Maar nu vormt voor de Ger. Kerken Amsterdam een uitzondering, die schier niet valt te verstaan. In deze stad bedroeg bij de Geref. Kerken het kindertal ben. 10 jaar per 1000 zielen slechts 203, dus buitengewoon laag, veel lager dan het Roomsch-Kath. cijfer voor deze stad (228), aanmerkelijk lager zelfs dan het cijfer voor heel Amsterdam (213). Al blijven wij hier naar een ander verklaring zaeken, die wij echter tot heden niet kunnen vinden, men ontkomt voorloopig niet aan de conclusie, dat in de Geref. Kerken, die in dezen in heel het land zoo bij uitstek gunstig staan, in Amsterdam de zonde van het Neo-Malthusianisme op ernstige wijze voet kreeg. Want dit cijfer der Ger. Kerken voor Amsterdam treft u te meer, waar het in Rotterdam en 's-Gravenhage voor deze kerken 264 en 250 bedroeg. Welk een verschil met het Amsterdamsche cijfer van 203.

Letten wij nu echter bizonderlijk op de verhouding tusschen Roomsch-Katholicisme en Protestantisme in ons land, waar het hier vooral om ging, dan blijkt, dat keer op keer in tal van plaatsen het kindertal (beneden 10 jaar) per 1000 zielen bij de Roomsch-Katholieken aanmerkelijk grooter was dan bij de niet-Roomsch-Katholieken. En in die enkele streken of plaatsen, waar ook bij de Roomsch-Katholieken, naar uit de cijfers duidelijk bleek, de kinderbeperking ingang vond, is toch nimmer het Neo-Malthusianisme bij de Roomschen aanmerkelijk meer doorgedrongen dan bij de niet-Roomschen.

En zoo kan met groote waarschijnlijkheid voorspeld, dat bij de volkstelling van 1919 het percentage der Roomsch-Katholieken van heel de bevolking zal zijn ge¬

stegen. Alleen de gemengde huwelijken, die talrijk blijken te zijn, zullen sterke stijging van het Roomsch-Katholiek percentage nog tegenhouden. Maar men vergete niet, dat deze gezinnen, door gemengd huwelijk ontstaan, vaak geheel G.odsdienstig-onverschillig zijn. Protestantsch kunnen zij feitelijk niet geheeten.

Naast de gemengde huwelijken moet de Sociaal-Democratie genoemd als een factor, waardoor Rome's macht, dan bijzonderlijk op politiek terrein, wordt verzwakt. Dit geldt bizonderlijk voor Duitschland. Bij de Rijksdagverkiezing van 1912 had noch in Keulen met pl.m. 82 pCt. Roomsch-Katholieken, noch in Dusseldorp met pl.m. 73 pCt. Roomsch-Katholieken, de Centrum-candidaat de meerderheid; in Dusseldorp kreeg hij slechts pl.m. 37 pCt. der stemmen, van de Roomsch-Katholieken in deze stad stemde dus slechts even de helft op den Centrum-Candidaat. In München met een bevolking van 84 pCt. Roomsch-Katholieken werd in één der twee districten de Sociaal-Democraat bij eerste stemming gekozen, in het andere district kwam herstemming tusschen den Socialist en den NationaalLiberaal. De Centrum-candidaten konden het hier niet eens tot herstemming brengen.

Het stemmen percentage, dat voor het Centrum in heel Duitschland werd uitgebracht, is dan ook in den loop der jaren voortdurend gedaald.

Met mederekening van een deel der stemmen thans op Poolsche en "Elzas-Lotharingsche candidaten uitgebracht, komt men bij de Rijksdagverkiezing van 1912 vooi het Centrum op een percentage van heel het kiezerstal van pl.m. 21 pCt. Terwijl het Roomsch-Katholiek percentage der bevolking 36 bedraagt. Van de Roomsch-Katholieken in Duitschland ging dus ruim 40 pCt. in politicis niet met de leiding der Roomsche kerk mede. En dit is wel vooral aan den invloed der Sociaal-Democraten te wijten.

Nu staat dit ten onzent geheel anders. De Sociaal-Democratie kreeg in Nederland op de Roomsche kiezers nog weinig vat. Maar toch wel eenigszins, men denke aan een stad als Maastricht, ook wel aan Amsterdam.

Roomsch-Katholieken, die op den Sociaal-Democraat stemmen zijn echter — men vergete dit toch niet — daarom nog geenszins Protestanten. Wanneer in een oorspronkelijk in meerderheid Protestantsch land, als Pruisen of Nederland, straks de Roomschen de meerderheid erlangden, beteekent dit een gansche omzetting in volkskarakter en in volksovertuiging, ook al volgt een deel dier Roomschen hun eigen kerk niet op politiek terrein, ook al is een deel op Godsdienstig terrein vrij wel onverschillig. En het zou dan toch wel een zonderling en droef feit zijn, dat oorspronkelijk Protestantsche landen ten slotte voor een algeheele politieke overheersching der Roomsch-Katholieke Kerk alleen werden bewaard door den invloed eener vrijwel ongeloovige Sociaal-Democratie.

Hoe dit alles ook zij, voor ons land geldt onweerlegbaar, dat het toenemende Neo-Malthusianisme bij het nietRoomsch-Katholieke volksdeel de macht van Rome voortdurend versterkt. Het treft u, dat een man als Prof. Wolf in zijn boven genoemd werk ,,Der Geburtenrückgang" een afzonderlijk hoofdstuk heeft betiteld „Katholisierung der Schweiz und Hollands?" Prof. wolf wijst er dan met nadruk op, hoe het geboortecijfer in Noord-Brabant en Limburg veel hooger is dan in de Protestantsche provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland en Groningen. Feiten, die wij hierboven dan voor het geheele land wat hebben nagespeurd.

Het toenemend Neo-Malthsianisme bij het nietRoomsch--