Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den aard der zaak niet veel wonschte te zeggen over het leven in het ouderlijk huis en zich met groote bescheidenheid en voorzigtigheid uitliet over hare moeder, was het toch duidelijk, dat zij aan groote en zware mishandelingen had blootgestaan. In hare woede greep deze al wat voor de hand lag, scharen, messen en vorken, alles werd naar het hoofd van de dochter geworpen, en zij werd bij de haren door de kamer gesleept, zoodat niet zelden, haar leven in gevaar was, en de vader tusschen beide moest komen, om zijne vrouw van zijne dochter los te scheuren. Sommigen der dienstboden werden met diep medelijden vervuld en beschermden de dochter tegen de moeder.

Alle deze feiten werden door de leden van het huisgezin voor den regter ontkend, en enkele getuigen werden door hen, — ik zal niet zeggen door welke middelen — bewogen om te bewijzen, dat zij, ofschoon dikwerf in het huis komende, niet gezien hadden, dat de dochter mishandeld werd door hare moeder; alsof de moeder jiyst die oogenblikken wanneer vreemdelingen in het huis waren, kiezeii moest cm hare dochter bij de haren door de kamer te slepen. Voorts werd er gewigt op gelegd, dat Esther nooit hierover gesproken had tot hare bloedverwanten, alsof er niet een zeker gevoel in elk lid van een huisgezin leeft, om niet tot anderen buiten het huis te spreken, vooral wanneer eene dochter hare eigene moeder aanklagen moet, van zulke wreedheden gepleegd te hebben. Ik heb Esther Lyons telkens gesproken, haar verscheidene keeren na het regtsgeding gezien, en haar op de meest plegtigc wijze gevraagd, of zij als getuige voor den regter gedagvaard zijnde, de waarheid en niets dan de waarheid had gezegd, en met tranen in de oogen verklaarde zij, dat zij slechts gezegd had wat zij zeggen moest; maar dat zij ook niet een enkel woord had gezegd, dat zij niet voor God kon verantwoorden; want, voegde zij er bij, de zaak zelve is zoo vreeselijk, dat ik waarlijk mijne moeder niets ten laste zoude willen leggen, wat niet den toets van het alziend oog van God kan doorstaan. Ik voor mij, die de zaak zeer van nabij heb gadegeslagen, Esther Lyons en hare geheele familie heb gezien en gesproken en het getuigenverhoor van den beginne tot aan het einde heb bijgewoond, heb niet den minsten twijfel, dat Esther gedurende verscheidene jaren aan onophoudelijke gruwelijke mishandelingen heeft blootgestaan, en dat haar leven in het ouderlijk huis allerellendigst was, zoo zelfs, dat zij menigwerf er aan dacht, hieraan op de eene of andere wijze een einde te maken.

Het is van het hoogste belang dit in het oog te houden, zoo men over deze zaak, die zooveel gerucht heeft gemaakt en met den roof van Edgard Mortara vergelekeu is geworden, een regtvaardig oordeel wil vellen. De Ultramontanen en de Joden hadden er belang bij, om deze vergelijking te maken. De eersten hadden en teregt de verontwaardiging van gansch Europa verwekt door den roof van den zevenjarigen küaap, en zij trachtten nu hun nietswaardig gedrag te vergoelijken door te beweren, dat ook van Protestantsche zijde iets dergelijks was geschied zonder algemeen afgekeurd te worden. De Joden wilden sympathie voor den vader van Esther Lyons verwekken en tevens eene vlek aanwrijven op den arbeid der liefde onder Israël, en begrepen zeer wel dat zij hierin het best zouden slagen, zoo zij het vrijwillig verlaten van Esther Lyons van baars vaders huis, op éérfe lijn konden plaatsen met den roof van Edgard Mortara. De vrijwillige daad van een meisje van negentien jaeen, die elk oogenblik vrij was om naar huis te gaan, te vergelijken bij het heimelijk wegnemen of stelen van een knaap van zeven jaren, en hem dan in een klooster op te sluiten, is zoo dwaas, dat men waarlijk hierover niet vele woorden behoeft te verliezen. Evenwel de menigte is ligtelijk opgewonden, en zij die op hare hartstogten weten te speculeren, kunnen haar zeer gemakkelijk, althans voor een zekeren tijd, misleiden, en men kan daarom gemakkelijk begrijpen, dat het woord vEene nieuwe Mortara''' velen met vooringenomenheid had vervuld tegen Esthor Lyons, zoowel als tegen hare vrienden.

Hierbij komt nog dat velen, zonder zich daarvan rekenschap te geven, bijna zoude ik zeggen, zonder te weten wat zij doen, met vooroordeel, ja met vijandschap tegen elk werk van bekeering zijn vervuld. Mij dunkt, wij houden niet genoeg in het oog de wezenlijkheid van de getuigenissen der Schrift omtrent de bedriegelijkheid van het menschelijn. hart, en meer bepaaldelijk van zijne vijandschap tegen God en Zijn Woord. Het is een verschrikkelijk, maar helaas tevens een waar woord, dat wij van nature vijanden Gods zijn. Gods woord zegt het, en het is waar; want Hij schreef het, die tevens het hart vormde en zijne verborgenste gedachten doorgrondt; maar de dagelijksche ondervinding bevestigt het tevens. Men behoeft slechts met eenige oplettendheid zijn eigen hart en de harten van anderen gade te slaan, zoo als zij openbaar worden in hun gedrag en in hunne oordeelvellingen, om zich te overtuigen, dat zij bewust of onbewust met bitterheid zijn vervuld jegens al wat wezenlijk uit God is en tot Zijne verheerlijking verstrekt. Men kan daarom ook gemakkelijk begrijpen, hoezeer deze toestand van het natuurlijk hart der duizenden en tienduizenden, die overal liet publiek vormen, invloed heeft uitgeoefend op hunne oordeelvellingen.

Ik hecht aan deze feiten het hoogste gewigt, want het geldt in deze pijnlijke zaak niet slechts eene dochter, dio h^ar ouderlijk huis verlaat, maar een Joodsch meisje, dat door eene wonderbare leiding Gods, nadat zij om gansch andere redenen haar ouderlijk huis had verlaten, tot de kennis der waarheid, zoo als zij in Christus is, werd gebragt. Ware zij met een minnaar weggeloopen, dan had men er niets in gevonden, en welligt ook weinig er over gesproken, zoo zij Jodin was gebleven. Maar dit is de steen des aanstoots, dat Esther Christin werd, en wel niet slechts in naam, maar in opregtheid en waarheid, en juist dit heeft allo natuurlijke harten, en hun getal is legio, in beweging gebragt.

Evenwel Esther Lyons heeft op 23 Maart 1868 haar vaders huis niet verlaten om Christin te worden, maar is enkel en alleen gevlugt, omdat de wreede behandeling van de zijde van hare moeder, het haar onmogelijk maakte, onder het ouderlijk dak te vertoeven. C. S.

ï>e Evangelisatie der lagere volksklassen.

in het vorig artikel heb ik er kortelijk op gewezen, hoe de kerk, of liever de godsdienst¬

oefening zooals zij tegenwoordig is ingerigt, en de predikatie onmogelijk aan de behoefte der Massas voldoen kan, alsmede wat er op een anderen weg gedaan kan worden, om deze leemte aan te vullen.

In Engeland heeft men de schouwburgen, concertzalen en andere publieke plaatsen van vermaak, waar de menigte gedurende de week bij elkander komt, voor den Zondag gehuurd en uitstekende predikanten uitgenoodigd om te spreken. Volgens de verslagen, werden en worden de diensten bijgewoond door de klasse, voor welke zij bestemd waren. Want men heeft dikwijls opgemerkt, dat de bijzondere diensten wanneer zij in eene fatsoenlijke buurt werden gehouden, bezocht werden door menschen, die kerkgangers zijn, hetgeen natuurlijk volstrekt niet de bedoeling was.

Het is zeker dat velen, die geene kerk zouden willen binnentreden, geen bezwaar vinden in eene publieke zaal te komen. In do kerk zouden zij zich gecompromitteerd vinden; hunne kameraden zouden hun verwijten, dat zjj naar de kerk gegaan en vroom geworden zijn. Maar zoo de dienst in eene concertzaal gehouden wordt, denkt niemand er aan den bezoeker te verdenken. Ook is er eene zekere nieuwsgierigheid. die menschen lokt. Zij zijn in de week op die plaats geweest eu hebben er een of ander stuk gezien. De, toegangsprijs (laagste rang 1 stuiver, hoogste rang 6 stuivers) is zoodanig, dat de meesten gaan kunnen. £lu hoorden zij dat er des Zondags gesproken zal worden, en half uit verveling, nadat zij 2/3 van den dag in slenteren en dobbelen doorgebragt hebben, en half uit nieuwsgierigheid; om te zien 'hoe de zaal er des Zondags uitziet, gaan velen er heen. Er is zeker eene vraag, die wel opkomen kan, of niet de associatiën die natuurlijk bij de hoorders opkomen, eenen zeer nadeeligen invloed uitoefenen en een beletsel zijn voor de opname van het woord. Dit zoude voor eene andefe klasse ongetwijfeld het geval zijn, maar of het niet eerder voordeelig werkt op de klassen, voor welke de diensten bestemd zjjn, zouden wij niet ontkennen kunnen. Zeker is het, dat het zingen der liederen op volkswijze — straatliedjes maar de mode van den dag — hetgeen voor ons niet alleen al het stichtelijke zou wegnemen maar bepaald walgelijk is — op de hoorders eenen grooter indruk maakt dan wanneer zij voor een prachtig tooneel gezet waren. In het eerste geval kunnen zij mede zingen — hebben zij toch de wijze met andere woorden gedurende de week dikwerf geschreeuwd.

De predikanten, met eenige uitzonderingen, die er eene bijzondere gave voor hebben, zijn welligt niet het beste geschikt om op te treden. En al hadden zij de gave, zijn er betrekkelijk niet velen die, na des Zondags tweemaal gepredikt te hebben, geregeld des avonds nog eene derde maal zouden kunnen spreken. Wanneer men nagaat wat predikanten, behalve het zich voorbereiden voor den Zondag eu eene weekdienst, gedurende de week met bezoeken en menige andere dingen te doen hebben, zoude men dit ter naauwernood kunnen verwachten. Het zoude het laatste loodje kunnen zijn, dat het reeds zoo beladen lastdier op den grond doet vallen.

In deze zaak worden wij dus vooral op de ledematen gewezen. En waarom niet? Alles wat de .ledematen meer kan doen gevoelen, dat de kerk niet eene »dominees zaak" is, zooals ik het iemand hoorde noemen, moet dunkt mij welkom zijn. In Engeland heeft de zoogenaamde opwekkings-beweging zich de zaak aangetrokken.

Ik zal deze opwekkingen niet breedvoerig bespreken, daar het niet binnen het bestek van dit artikel valt. Ik ben voor de opwekking, ik ben niet voor de wijze, waarop velen der leiders ze trachten te weeg te brengen; ik ben tegen debuitensporigheden, het gerucht makende, het profane, waarmede velen ze meenen to moeten vergezellen. Ik houd er niet van het Evangelie, de wijsheid Gods in een narrenkleed te zien gestoken, want ik geloof dat het zoo als het is, in zijn heerlijk Godmenschelijk gewaad ingang zal vinden. Het Horatiaansche »Est modus in rebus etc. is ook in deze waar. Er zijn zekere grenzen, grenzen van eerbied, welker overschrijding voor mij ten minste in het land der godslastering voert. Maar men moot welligt bedenken, dat het vele aanstootelijke, in vorm en wijze bij >den bekeerden schoorsteenveger, die volgens een plakaat heden avond spreken zal," eene tweede natuur is; dat het zijne hoorders volkomen natuurlijk zal toeschijnen en welligt juist daardoor eenen indruk te weeg zal brengen.

Het is eene moeijelijko vraag wie het beste geschikt is tot die standen te spreken. Is het de man, die een hunner geweest is, die gestolen, gedronken en ik weet al niet wat gedaan heeft, die de klassen volkomen kent, hunne taal spreekt, hunne gevoelens voelt en in een woord in volkomen » overeenkomst" met hen is, of een welopgevoed, christelijk man uit den hoogeren stand. In het kort volgens de beginselen der politie, vroeger in Frankrijk gevolgd of die nu naar ik geloof in zwang zijn. (Vroeger nl. schold men eenen zeer behendigen dief zijne straf kwijt, en maakte men hem een politie agent, maar nu verkiest men eerlijke menschen, al zijn zij dan ook niet dommer).

Ik heb mannen uit die klassen gehoord, ik heb Eicliard Weaver verscheidene malen gehoord, en opgemerkt welken invloed hij op het volk had. Ik heb ook onlangs eenen man gehoord z/Jos the fiddler," ook in Holland bekend naar ik geloof, die steeds eene viool bij zich heeft en daarmede zijne psalmen begeleidt, en ik geloof, dat zij zeer veel goed onder hunne klassen gedaan hebben en doen, en dat een beschaafd man bedenkende voor wie zij spreken , en zich das niet ergerende, voor zich welven iets van hen ontvangen kan. Maar zij zijn op den top van de ladder, en zoo dit de hoogste sport is, wat moet de laagste zijn?

Het ware, geloof ik boter, zo3 de hoogere standen zich ook deze zaak wat aantrokken, zoo zij niet alleen hunnen eigenen stand, maar ook ouder dien stand evangeliseerden. Een eenvoudig woord door een hunner gesproken, zoude riaar ik denk ten minste evenveel goed doen, als het woord van een uit. de lagere klassen; want de nadeelen van den eerstgenoemde, waardoor hij bij den anderen ten achter is, zoude door de voordeelen waardoor hij den anderen te boven gaat, geneutraliseerd worden.

Ook in deze echter ligt de waarheid niet in het midden maar in de hoogte, niet in het juiste midden maar in de verstandige vereeniging der uitersten, om dus tot eene hoogere eenheid te geraken. Laten Christenen uit den hoogeren en lageren stand elk op hunne wijze werken. En laat de kerk, zoo zij dit wenschen, hen erkennen en ordeneu voor een zeker werk.

Laat ons in de kerk, niet buiten haar, de apostolische orde van evangelisten erkennen, mannen die onder het toezigt en met behulp van den leeraar, zoo noodig, een werk doen kunnen dat hij niet tot stand brengen kan.

Het is een groot kwaad, dat velen .het zoo zeer gemakkelijk met de prediking nemen. Zoo zij, wat zij noemen bekeerd zijn, moeten zij dadelijk, wat zij noemen «getuigen." Maarzoo zij in stilte eenige jaren doorbragten en wachtten totdat hun baard gegroeid was, zoude het veel beter voor ben en de hoorders zijn. Voor hen zeiven. In de verschrikkelijke opwinding, waarmede zij dadelijk te werk gaan, gaat het hun veelal gelijk een wagen, welks wielen te snel rollende, in vuur geraken; het kleine zaadje in hen wordt door de vlammen en den rook verstikt. En voor de hoorders, —• voor hoeveel zouden zij gespaard worden, dat zij nu te slikken hebben.

Er is eene zucht in vele kinderen om soldaatje te spelen; er is eene zucht in vele groote kinderen om domineetje te spelen. Het eerste begrijp ik; het tweede zie ik, maar begrijp ik niet. En er is altijd onder de 101 secten, wel eene die deze begeerte voedt. Zoo gaat de man dan bijv. naar de »Darbisten" die tegen één dominé zijn, omdat zij allen domine's zijn willen,- en wordt welkom geheeten.

Het groote kwaad, dat ik gezien heb, telkens en telkens in predikatiën in de open lucht is, dat de spreker geene opvoeding gehad had. Het ware zeer nuttig voor allen , die geregeld spreken willen, dat zij eenige geregelde opvoeding ontvangen hadden, niet opdat de dames, die vroeger toen de man niet bekeerd was, de audere zijde van den weg zouden genomen hebben, wanneer hij aankwam, hem nu op de koffij zouden verzoeken, maar opdat hij eene reden zoude kunnen geven, voor do hope die in hem is.

De straatprediking is eene der moeijelijkste die men bedenken kan, en eene der belangrijkste. Het is dus eene groote, dwaasheid daarvoor pas bekeerden uit den lageren stand, zonder eenige vorming, of halfbakkene menschen aan te stellen. Het is niet genoeg Christus lief te hebben, om een straatprediker te kunnen zijn; tegenover deze tirannij der ongreleerdon en nnm-

letterden, veel verschrikkelijker dan die der geleerden protesteer ik; veel meer is noodig.

De prediker moet boven zijn gehoor staan , zal hij niet met de voeten vertreden worden. Onder do hoorders zijn vele ongeloovigen, die den spreker dikwijls tegenspreken.. Twee dingen zijn opmerkelijk in deze mannen: hunne groote oppervlakkigheid en ontzettende onbeschaamdheid. Maar deze twee winnen den slag niet alleen onder de lagere klassen, maar ook onder hoogere, ofschoon wij daar natuurlijk voor onbeschaamdheid een fatsoanlijker woord gebruiken. De ongeloovige, die naar deze bijeenkomsten gaat om ze te storen, heeft Colenso en Renan, om maar wat te noemen, gelezen; do spreker heeft denkelijk nooit van hen gehoord.

De ongeloovige heeft hunne resultaten van buiten geleerd; want begrijpen kan hij hen waarschijnlijk niet, en heeft eerie zekere oplossing voor de meeste dingen; daarbij heeft hij door gedurige oefening en spreken over hetzelfde onderwerp eene zekere waardigheid en door veel disputeren eene zekere vlugheid ontvangen, die de andere dikwijls mist.

Zoo heb ik b. v. iemand, nadat de spreker om de waarheid der Schrift te bewijzen, de overeenstemming van Jesaja 53 met de lijdensgeschiedenis aangehaald had, hooren uitroepen, dat het niet waar was; en op de vraag van den spreker op wien het dan toepasselijk was, hooren antwoorden: natuurlijk op de profeten, en vooral Jeremia. De spreker, die daarvan nooit gehoord had, was geheel overbluft.

Dikwijls heeft de spreker het veld te ruimen,

om het dan in de handen van den Eilistijn te laten, die de schare aanspreekt. Zoo is dan het voorafgegane slechts eene, goede voorbereiding voor den duivel geweest.

Zelfs wanneer de spreker niet het veld ruimen moet is de zaak meestal verloren, wanneer hij met den ongeloovige in het strijdperk treedt. Al is het een rustige strijd en niet een, zoo als dikwijls gebeurt, en daarmede eindigt dat de een tracht den anderen te overschreeuwen , is het met zijn overwigt over de hoorders gedaan, wanneer zij meenen dat het een strijd over twee verschillende meeningen is. Zij mogen dien met zekere belangstelling gadeslaan, zooals zij naar een gevecht tusschen twee boksers zouden kijken, maar met den invloed is het gedaan.

Het is belangrijk over een veld te gaan en de verschillende groepen te zien. Ongeloovigen van allerlei schakeringen, afschaffers, die gewoonlijk in sterken getale zijn, en geloovigen, die naar ik hoop goed doen, maar die veel meer zouden doen, zoo zij anders waren en eene andere methode volgden, en rondom eene afwisselende , woelende, spottende, schreeuwende, lagchende, spelende, luisterende, geboeide, atgestooten, aangetrokken, dooreen wemelende schare.

Zoo ergens, dan zijn daar takt, kennis, geloof en vooral liefde onmisbaar, dan heeft men daar behoefte aan den Geest in Zijne zevenvormige doxa. A. S.

Klieven uit Palestina.

Uit Jeruzalem ontving de ondergeteekende een vriendelyken brief in dato 25 September labJ, vanmejufvr. Ch. Pilz, inhoudende hartelijke dankbetuiging voor de aldaar onlangs ontvangen kist niet nieuwe en doelmatige kleederen. Zeer welkom waren deze, daar voor de 84 kinderen en het verdere personeel zeer veel noodig was tot onderhoud, zoo aan levensmiddelen als kleederen. Ook was het bezit van een eigen dokter in het gesticht wel zeer aangenaam, maar tevens een bezwaar voor de onkosten. Intusschen vertrouwde de diaeonesse, dat de Heere ook in dezen liefderijke harten zouden bewegen tot voortdurende en milde hulpVan de kinderen mogt men veel vreugde beleven, en als eenigen het gesticht verlieten, dan stonden reeds meerderen gereed om hunne plaats te vervullen.

Zes meisjes hadden op Paschen belgdenis gedaan. Eene van haar keert tot hare betrekkingen terug,, e>en was gehuwd met een schoolonderwijzer te Betn' . ^ eene ander is onderwijzeres te Nazareth, eene g ^ dienstbode, en twee blijven nog in het g „csticht behulpzaam te zgn bij het onderwijs..ui fzu|ter ge_ te Beyruth hadden zij een meisje, ais i ^ het regt kregen. Deze was de eerste Arabisci ,

wel maakte. rini^sche gemeente had de

Tot groot leedwezen, der' / vc"rlaten, en een beroep predikant Hoffman Jeruzalem JIci| wist nog n;et wie naai' Duitschland aangeno™ • tg z(mde yervu]len In en wanneet een ander zy cQnsul had men een regt aan. den nieuwc" ^"tellend vriend der zending gevonden. gc?;aa/nl,CnvfnH kec'heilbede en dankbetuiging aan alle

Met harifc,"vorderaars dezer Evangelische werkzaamvriendcn alelUi besluit de geachte diaeonesse ha-

rer^belangrijken brief

Uit Beyruth in Syrië schrijft mejufvr. Louiza van Trotha in dato 27 Sept, 1869, dat zij om reden van

gezondheid 5 weken in koelere luchtstreken heelt moeten doorbrengen; doch nu zich wat beter gevoelde, en met nieuwe krachten weder in het gesticht hoopte werkzaam te zijn. Het huis was geheel bezet met kinderen, en immer waren er zeer velen, die eene opname verzochten, en daaronder dikwerf zeer dringende gevallen; maar gebrek aan plaats en middelen tot onderhoud veroorzaakten steeds een weigerend antwoord. Toch had men onlangs twee meisjes opgenomen, die weezen waren van oen vroegeren Nederlandsehen konsul, en die men wel gaarne herwaarts gezonden had, indien men middelen voor hare overkomst en opvoeding wilde beschikbaar stellen. Een niet gering onheil had het huis getroffen, door de noodzakelijkheid ter vernieuwing van de waterbakken. Deze waren zoo lek geworden, dat zij al het water lieten wegloopen, zoodat men den ganschen zomer zonder water had gezeten, en dit van verre plaatsen moest halen. Wat dit is, zegt de schrijfster, voor een huis waarin 160 menschen zijn, daarvan kan men zich in Europa geen denkbeeld maken. Ook waren er vele onkosten, veroorzaakt door de vorming eener 4de klasse voor de leerlingen. Dit was wel zeer noodig; maar voor stoelen, banken enz. moest men zich groote onkosten getroosten. Bij vernieuwing beveelt zij het gesticht aan ook tot ontvangst van kisten met doelmatige kleederen, die immer hoogst welkom zijn, en ook thans met verlangen tegemoet gezien worden. Mogt het medegedeelde veler harten openen en milde gaven mij in staat stellen om niet aan deze aanvrage alleen, maar aan soortgelijke uit Bethlehem, Nazareth, Smirna, Oonstantinopel, Alexandrie en elders, alwaar van tijd tot tijd hulpe van hier gezonden werd, en alzoo bij herhaling met verlangen daarnaar wordt uitgezien, te kunnen beantwoorden. Mogten inzonderheid heeren predikanten telkens bij de behandeling van gebeurtenissen, plaats gevonden inde genoemde steden, de gemeente opwekken om mildelijk bij te dragen tot uitbreiding van het Evangelie aldaar; zeer veel zoude er voor gedaan kunnen worden, en de moeijelijke taak der diaconessen en zendelingen grootelijks 'worden verligt. De door hen gevolgde weg namelijk, om kinderen inet het Evangelie bekend te maken, is toch de beste, en meest vruchtbare om eenmaal Christelijke huisgezinnen en gemeenten te vormen. Mogten daartoe ook milde bijdragen uit Nederland dienstbaar worden, en niet alleen in gevallen van schreeuwenden tijdelijkcn, nood zooals voor eenige jaren de moordtooneelen in Syrië, de sprinkhanenplaag en hongersnood in geheel Palestina, milde hulp worden bewezen, maar ook in den voortdurenden geestelijken hongersnood naar het brood des eeuwigen levens, milde giften de zendelingen en diaconessen in staat stellen, om het Woord te verkondigen, Bijbels en geschriften te verspreiden, kerken te stichten en in wees- en gasthuizen kinderen te onderwijzen en krankeu te verplegen, en alzoo te volbrengen het bevel des Heeren, namelijk, den armen het Evangelie te verkondigen, kranken te bezoeken en genezen, hongerigen te spijzigen, naakten te kleeden, en vooral de kinderen te brengen tot Hem, die gezegd heeft: „Komt allen tot Mij, gij die vermoeid en belast zijt. Ik zal u ruste geven. Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, dat lk zachtmoedig ben en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uwe zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is ligt." Matth. 11: 28—30.

U mogt een ieder mee alleen zen dien iigten last kennen en dragen , maar ook ijverig medewerken om ook anderen daarmede öckend te doen worden, en wel allermeest in dat land, dat steeds eenig was in do geheele wereldgeschiedenis, en waaruit welligtnog« maals groote gebeurtenissen zullen plaats vinden.

Amsterdam , A. A. BERGENDAHL.

18 October 1869. N. Z. Voorburgwal L. 560.

Nazareth.

nNathunaël zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn ? Filippus zeide tot hem: Kom en zie

Nazareth in Galilea — hetzelfde Nazareth, waarde Heer 30 jaren Zijns levens hier op aarde doorbragt, en als timmerman werkzaam was, — is nu eene der meest bloeijende steden in dat gedeelte van het heilige land. Hare tegenwoordige inwoners zijn verschillende godsdienstige gezindheden toegedaan; sommigen onder hen zijn Mahomedanen, sommigen Christenen. Van de Christenen behooren er sommigen tot de Latijnscne (Koouisch-katliolieken), anderen tot de Grieksche kerk, (die iets zuiverder in beginsel is) terwijl anderen Protestantsch zijn. Als predikant bij deze laatsten staat Ds. J. Zeiler, uitgezonden door de Church Missionary Society in Engeland; hij is, met zijne vrouw, eene dochter van den Protestantschen,- bisschop van Jeruzalem — in Nazareth komen wonen. De Church Missionary Society bouwt thans eene kerk in Nazareth voor de Protestantsche geineeute, die ouder den heer Zeiler tot 500 leden is geklommen.

Het geneeskundig genootschap van Edinburg stelt groot belang in Nazareth, en heeft een in alle opzigten bekwamen ziekenoppasser uitgezonden, om zijnen agent Dl-. Vartan bij te staan; deze heett aldaar een hospitaal voor zieken opgerigt. Het genootschap voor vrouwelijke opvoeding (Society lor Female Education in the East) heeft reeds lang eene school in Nazareth gehad; deze staat onder het toezigt eener Engelsche dame (Miss M. Hobbs), die daartoe door het Genootschap uitgezonden werd; om de armoede en het gebrek van een groot deel der inwoners van Nazareth eenigzins te gemoet te komen, werd er ook een weeshuis of te" huis voor kleine meisjes gesticht, waarin thans 4 kleine meisjes op kosten van het Genootschap voor ƒ 120 jaarlijks worden opgevoed, terwijl verschillende andere genootschappen voor de opleiding van 6 andere zorgen. Buitendien zijn er 38 a 40 dagscholieren. Het voornemen is zoo_ spoedig mogelijk een geschikt huis voor het weeshuis te bouwen; de behoefte daaraan wordt het best bewezen door de volgende uittreksels uit Miss Hobb's brieven.

ir , ■ , Nazareth, 14 Julij 1S67.

Het is zeer noodzakelijk, daar de huizen hier zoo volkomen ongeschikt zijn voor ieder ander dan Arabieren, en indien wij reparatiën maken, •— en dit is zeer noodzakelijk in het huis, dat wij thans bewonen, als zijnde net eenige geschikte voor onze zaak —- dan is het bijna alsot ons geld weggeworpen is; de huisheer wil zelfs geen slot laten heïstellen, en toch wanneer wij het gansche huis in orde zullen gebragt hebben, zal hij misschien ons zeer eenvoudig te kennen geven, dat hij het zelf noodio- heeft, of wel onze huur zeer •opslaan, en ons dan vragen, waar wij een huis Konden vinden, dat beter geschikt is dan het zijne. Daaiom moeten wij, zoo spoedig mogelijk, voor ons zelven bouwen, op eene goede, vrije, gezonde en luchtige plaats, in elk opzigt te verkiezen boven het centrum

eener Oostersche stad: „ ,„„

Nazareth, < Aug. 1868.

Ik heb u geschreven, dat dit de laatste week vóór

de vacanties" is. lk. ploof v^„^re in™ K-e Zija' want het is een tijd van byzondeie inspanning geweest. Wil hebben nu eene maand lust, gedurende welken tijd er eenige noodzakelijke verbeteringen in

huis zullen moeten geschieden en nog eene kamer

aangebouwd. Onze huisheei heett luerin toegestemd, mits dat ik het huis weer voor 2 jaar inhuur, hetgeen ik genoodzaakt ben te doen, en hoop gedurende dien tijd, "^oo de Heer mij gezondheid en krachten

verleent, de noodige gelden bijeen te zamelen, om een huis te bouwen, en zoo doende ontslagen te zijn

van zoo veel kosten en onaangenaamheden, want huurhuizen zijn eene gedurige kwelling des geestes in dit

la,,d' 0V^iieon7fnrr?,Klen, zal ^k u misschien vraaen, om mij ook in dit werk wat bij te staan. Schoon

mildst HoUandsche vrienden uiterst vriendelijk en mildadig jegens ons zijn geweest en ik hen

voor gwTeen voo?"6" W°- m°uCde maken' weten

niet Bdel l l T® nJ arbciden' en ^t deze arbeid 7^00 fl™ , den Heerc- Wij hebben ten minste f00 '» ,V00r het land' hot bouwen enz wbiiLhLV gekozen, en die zal 960guldenkos-' ten, nij behoort aan de dragoman van het zendinggenootschap, een braaf man, die voel belang stelt in de opvoeding der vrouwen. Met dezen grond geeft hij tevens vele voorregten. De ligging is buitendien zeer schoon. Ik vraag dringend uwe gestadige gebeden voor ons opdat onze harten en onze handen mogen gesterkt worden in God, en dat wij en onze leerlingen in den dag van Christus onder de verlosten mogen gevonden worden.

Bijdiagen voor het Nazareths bouwfonds, (Nazareth ouilaing lund) worden dringend gevraagd en zullen dankbaar in ontvangst genomen worden door:

Miss EMMA HOBBS, Clifton House, Clifton, near Brislol, Engeland enz.

Miss .TAMIESON, Episcopal Church. Amsterdam. ^Mej. VAN MANEN, LAAN VAN MEERDEKVOORT.

's Hage.

Ilerk.

He lieer P, W. Smits, Herv. predikant te Helvoetsluis heeft een latijnschen brief aan den paus gerigt, in antwoord op 's pausen bekende aitnoodiging aan alle Protestanten, ter bijwoning, of beter ter onderwerping aan Rome's leer bij gelegenheid van het aanstaand concilie. Volgens een Duitsch dagblad is die brief in duidelijk en goed lat-ijn en in een zeer gematigden toon o-esteld, en betoogt do schrijver, dat de paus van zijn standpunt wel is waar goede bedoelino-en koestert, maar dat dit standpunt zelf onjuist is. Na onderscheiden punten van geschil tusschen het Protestantisme en het Katholicisme behandeld te hebben, brengt de schrijver ook zeer vrijmoedig de gebreken der verschillende Protestantsche , bijzonder der Hollandsehe kerkgenootschappen ter sprake, en geeft hij toe, dat ook aldaar, wat aangaat de toenemende onverschilligheid bij »geestelijken" en »leeken" zoowel als ten aanzien van de inrigting der kerkgenootschappen veel te berispen en teÖ verbeteren valt. De heer Smits is van meening, dat de twee gedeelten der gemeente van Christus derhalve gelijkelijk behoefte hebben aan vernieuwing en hervorming, en dat de hereeniging der gescheiden kerken alleen op een zuiver apostolischen grondslag gedacht kan worden.

Te Zwartsluis zjjn 8 nieuwe leden van het kerkelijk kiescollegie gekozen, allen van de Evangelische rigting.

School.

Te Utrecht zal Woensdag 27 dezer eene vergadering worden gehouden in het belang van het door de heeren Harting voorgestelde schoolverbond. Alle belangstellenden worden tot bijwoning dier vergadering uitgenoodigd. In de circulaire met dit doel verzonden, wordt voorgesteld, dat als hoofdbeginsels van het op te rigten verbond worden aangenomen: 1. »llet schoolverbond heeft ten doel het bezoek deischolen, waar lager onderwijs gegeven wordt, door alle gepaste middelen te bevorderen. 2. Het verbond onthoudt zich zorgvuldig van alles, waardoor de godsdienstige meeningen van dezen of genen zouden kunnen gekrenkt worden. 3. Zij die het lidmaatschap van het verbond aanvaarden , verklaren daarbij persoonljjk alles te zullen in het werk stellen, wat strekken kan om in hunnen bijzonderen kring do bedoelingen van het verbond te bevorderen." — Als middelen om het voorgestelde doel te bereiken worden genoemd: 1. Het opwekken van pligtbesef bij do ouders, dat zij aan hunne kinderen onderwijs verschuldigd zijn. 2. Het uitreiken van getuigschriften , belooningen of het toekennen van andeie voordeelen, hetzij aan de ouders of aan de kinderen, 3. Het inroepen van den steun van bijzondere personen of corporatiiln, die geacht mogen worden invloed te kunnen uitoefenen op de lagere klassen der maatschappij. 4. Het ondersteunen van geschikte maatregelen, die in het algemeen belang genomen worden, om te voorkomen, dat ten gevolge van eigenbelang en willekeur, de kinderen verstoken blijven van voldoend lager onderwijs. Verder wordt voorgesteld, om in het te maken reglement op te nemen, dat in alle gemeenten, waar minstens tien leden van het verbond wonen , deze eene tifdeeling vormen met een eigen bestuur en een eigen reglement; dat men lid kan worden tecen eene contributie van -minstens ƒ 0,50 's jaars; dat do in de kas van het algemeen verbond gestorte gelden zullen worden aangewend, o. a. tot het uitgeven van geschriften, die strekken kunnen tot bevordering van hot doel des verbonds, en verder tot ondersteuning van zulke a. elingen > llit eigen middelen niet in staat ?iju kosten te bestrijden van pogingen, om in haren kring het bezoek der scholen te bevorderen. Ten slotte wordt nog op de dringende noodzakelijkheid gewezen, dat in het te kiezen bestuur verschillende rigtingen vertegenwoordigd worden. De circslaire is onderteekend door de heeren: Mr. G. H. van Bolhuis, jhr. Mr. J. G. Bosch van Drakenstein, Dr. J. Bosscha Sr., A. M. E. van Deventer, Mr. J. A. Fruin, Dr! D. Harting, Dr. P. Harting, jhr. Mr. H. J. van der Heim, Dr. M P. Lindo, Dr. D. Lubach, Mr. W. C. Mees. L. Mulder, Dr. R. van Rees, Mr. W. J. baion van Weideren Rengers, Dr. 0. C. J. de Ridder, Mr. P. A. M. van Oosthuyse baron van Rijckevo rsel van Rijsenburg en Dr. M. Salverda.

; / at tuur der Vereeniging voor Chris-

te Lji,-Nationaal Schoolonderwijs doet met het oo om, door ontwikkeling van besef aan zelfs andigheid, en opwekking van belangstelling YY?, o^besef bij de Hulpvereenigingen, de zedelijke kracht der Vereeniging te verhoogen, in haar orgaan: de Iloop des Vaderlands aan de Hulpvereenigingen het volgende

Voorstel.

De Hoofdcommissie verklaart zich bereid, door tusschenkomst van daartoe bevoegden, voor dezen winter eene reeks van zes openbare lezingen te organiseren, ter verdediging van de Christelijk-Nationale beginselen. Voorshands zou zij wenschen, die reeks dezen winter in zes verschillende plaatsen te houden, door tusschenkomst en onder leiding der daar gevestigde Hulpvereenigingen. Zij wenscht hiervoor aan eiken spreker een honorarium van ƒ 150 voor de zes lezingen en nogmaals ƒ_ 100 voor de kopy der stukken aan te bieden. Elk der zes Hulpvereenigingen zoude zich dan bereid moeten verklaren . aan de Hoofdcommissie eene som van ƒ 200 te verstrekken en reis- en verblijfkosten voor eigen rekening te nemen. Het overige zal öf uit de opbrengst der kopy of uit de kas der Vereeniging gevonden worden. Zoodra dus zes Hulpvereenigingen zich bereid zullen verklaard hebben, deze voorwaarden aan te nemen, zal de Hoofdcommissie een drietal geachte mannen kunnen uitnoodigen, eene reeks van zes onderworpen op te maken en ter bespreking dier onderwerpen zoodanige personen aan te zoeken, wier Christolijk-wotenschappelijke gaven den goeden uitslag der onderneming waarborgen. Of men plaatselijk de daartoe vereischte gelden in den boezem der Vereeniging, of door entreegelden meent te moeten, vinden , blijft natuurlijk geheel aan do beslissing der Hulpvereenigingen

overgolaten.

Do heer Mr. J. C. de Vries, leeraar in de staatswetenschappen aan de hoogere burgerschool en do handelschool alhier, wenscht gedurende den aanstaanden winter voor jongelieden boven de zestien jaren, een tiental voorlezingen te houden over onze staatsinstellingen.

Sluiten