Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft de Farizeën geërgerd, omdat Hij niet lette op hun » woord van bevel," maar op den wil Zijns Vaders. Daarom hebben zij den Christus gesmaad, gehoond en vervolgd, en de discipel is niet meer dan zijn meesier was." Deze brief is in Parijs bij duizenden verspreid en wordt er druk gelezen.

Pater Hyacinthe verwekt in Amerika algemeene belangstelling. De correspondenten van verschillende dagbladen volgen hem als op den voet, en houden het publiek aangaande hetgeen de gewezen pater spreekt en doet op de hoogte. Zijne vriendelijkheid en gemeenzaamheid worden door velen geroemd, en het wordt door de Amerikaansche bladen niet zonder ingenomenheid vermeld, dat hij verklaarde naar Amerika gekomen te zijn, omdat daar meer dan in eenig ander land voor hem te leeren viel.

Maandag 1 November, zijnde Luthers geboortedag , werd in de Pruisische staten als^ algemeene bededag gevierd. In de aanschrijving hiertoe, officiëel van de regering uitgegaan, werd o. a. gezegd •. De groote bewegingen van den tegenwoordigen tijd, in het godsdienstige leven der volkeren, zoowel als van bijzondere personen, — bewegingen die tot ernstige beslissingen dringen, — en de taak, die zij aan de Evangelische kerk in ons vaderland opleggen, springen ieder in het oog, en sporen ons aan, om den bijstand van den almagtigen God in te roepen." — Geheel anders in Nederland, waar men aan het slot der troonrede een beroep op den bijstand en den zegen Gods veilig meent te kunnen weglaten.

Sommige buitenlandsche bladen berigten, dat gedurende den tijd van het concilie alle vagebonden en andere personen, veroordeeld wegensof verdacht van politiek misdrijf, uit Bome zullen gezet worden, en voegen erbij, dat het voor de Italiaansche en andere bisschoppen gewis een zeer aangenaam gevoel moet zijn, de zekerheid te hebben van tijdens het heilige concilie niet te zullen worden bestolen door nationale en internationale zakkenrollers, noch ongezellig te zullen worden aangestaard door Garibaldisten, en Mazzinisten. Of de Italiaansche regering evenwel met dezen extra-vervoer van lediggaande en verdachte personen erg gediend zal zijn, meent men sterk te moeten betwijfelen.

De te Berlijn gevestigde Noord-Duitsche vereeniging tot bescherming van dieren , Androcles, heeft tot de leeraren van alle godsdienstige gezindten aldaar het verzoek gerigt om, ter bevordering van het goede doel der Vereeniging, eens in het jaar eene preek te houden over de bescherming der dieren; —• iets wat volgens het oordeel der Vereeniging, geenszins als niet van hunne roeping kan worden geacht, daar zoowel in het Oude als in het Nieuwe Testament herhaalde malen ernstig op liefderijke behandeling der dieren wordt aangedrongen. Ook bij gelegenheid van den laatsten te Berlijn gehouden Protestanten-dag verzocht de Vereeniging verschillende predikers, ook van elders, dergelijke preken te houden; doch zij gaven ten antwoord, dat niet te mogen doen zonder voorafgaande vergunning van het konsistorie. Dien ten gevolge wendde gemelde Vereeniging zich nu reeds ten tweeden male tot den minister van eeredienst, met het dringend verzoek, dat zoodanige preken eenmaal 's jaars door het geheele Pruisische rijk zouden mogen gehouden worden. De Vereeniging, die aldus ernstig hare taak ter harte wenscht te nemen, hoopt hare werkzaamheden over den ganschen Noord-Duitschen bondstaat uit te breiden.

In het wetsontwerp op het lager onderwijs, door de Pruisische regering bij het huis der afgevaardigden ingediend, wordt het beheer over de school overgelaten aan den staat. De band tusschen kerk en school blijft bestaan, daar volgens den minister de scholen moeten blijven christelijke scholen.

Te Frankfort en omstreken zijn in de laatste dagen min of meer hevige schokken van aardbeving gevoeld. Uit natuurkundig oogpunt is dit verschijnsel gewis hoogst belangrijk. Veelzeggend en den geest onzer dagen kenmerkend is echter de ironische toon, waarop een ooggetuige en deelgenoot in het dreigende gevaar, in het Handelsblad van 8 dezer van het ge* beurde berigt geeft. Na onder ligtvaardige zinspeling op het bijbelsche verhaal aangaande het lot van Korah, Dathan en Abiram, eene beschrijving gegeven te hebben van de hevige golving van den grond, waardoor alles in het rond waggelde en schommelde, en waarbij »het denkbeeld van een vasten bodem voor hen eene mythe scheen te zullen worden," eindigt de berigtgever aldus: »Ten 3 ure 48 minuten hadden wij op ons bivouac nog eens een fermen schok, maar na al de rijpe ondervinding, welke wij gedurende de beide laatst verloopen dagen hadden opgedaan, kon die schok hoogstens de kraamvrouwen en de jonge juffertjes angst aanjagen. Wij mannen, vergrijsd in aardbevings-ervaringen, fronsden een oogenblik de wenkbrauwen, en daarmede was het uit. Ik hoop echter van harte, dat het voor goed met dat schokken en rommelen uit zal zijn." — Wie bij dergelijke ervaring van eigen nietigheid — wij zeggen niet eens tegenover God, maar slechts — tegenover de geweldige natuurkrachten, nog spotten kan, heeft wel

allen levensernst vaarwel gezegd. En een blad, dat voor zulke correspondenten zijne kolommen openstelt, schijnt wel alleen het ligtzinnigste deel des volks tot lezers te wenschen.

De koning van Italië, die plotseling ongesteld is geworden, en in zorgwekkenden toestand heeft verkeerd is aanvankelijk het gevaar te boven.

Het voorstel van het kabinet te Madrid , om de buitenlandsche schuldeischers van den staat i/5 deel van hunne aanspraken te ontnemen—zegt de Times — bewijst , dat finanteele oneerlijkheid kans heeft om evenzeer het verderf te zijn van het nieuwe bewind , als het zulks van het vorige geweest is. Mogt de maatregel in werking treden, dan zou aan het uitzigt op vooruitgang of stabiliteit een einde gekomen zijn , en alsdan zou het er weinig toe doen , of het Hoofd van den staat die na eene korte emancipatie dermate tót zijne oude verdorvenheid terugkeert, tot een oud of tot een nieuw geslacht behooren zal. .. . Op hetzelfde oogenblik , waarop de voorgestelde wet zal worden aangenomen, zal Spanje te Londen en op alle andere beuizen weder in den ban gedaan zijn.

De jongste republiekeinsche opstand in Spanje is van ernstiger aard geweest, dan sommige bladen wilden doen voormoeden. Uit officiëele bescheiden blijkt thans dat 40,000 man troepen waren uitgerukt en er aan de zijde der regeering gevoelige verliezen geleden zijn. Aan dooden telt men 4 generaals, 15 officieren en 91 soldaten; aan gekwetsten 9 generaals, 61 officieren 449 soldaten. De verliezen aan de zijde der opstandelingen zijn niet naauwkeurig op te geven, vooral niet het aantal gekwetsten, daar velen van hen in de woningen verborgen worden gehouden. In het geheel zijn er 1300 gevangenen gemaakt.

De Spaansche staatsbegroting voor 1870 raamt de inkomsten op 2624 millioen realen, zijnde eene vermeerdering van 508 millioen. Bezuinigd zijn 356 millioen. De afschaffing der accijnsen wordt opnieuw voorgesteld; de bezoldiging der geestelijkheid zal met 30 pCt. en alle binnen- en buitenlandsche rente, alle jaarwedden, pensioenen en andere lasten der schatkist met 20 pCt. verminderd worden. De rente-reductie zal echter slechts tijdelijk zijn, totdat het evenwicht op de begrooting zal zijn hersteld. De amortisatie zal, behoudens die der hypotheek-billetten, worden uitgesteld, de getalsterkte des legers op 70,000 man bepaald en de goederen, aan de kroon en aan de natie toebehoorende, zullen verkocht worden.

De tegenwoordige beheerscher van het Hei- j lige Land, de sultan van Turkije, heeft aan den koning van Pruisen, op verzoek van diens zoon, het deel gronds te Jeruzalem afgestaan, waar vroeger de kerk der ridders van St. Jan stond. Wat Pruisens koning met dezen grond zal aanvangen is nog niet bekend , doch waarschijnlijk zal het schenken dezer gift aan een protestantsch vorst, voor de protestautscho belangen in het Heilige Land niet zonder goede beteekenis zijn.

Uit Jeruzalem wordt dato 7 dezer berigt, dat de kroonprins van Pruisen die stad, hare omstreken en al de heilige plaatsen bezocht, de protestantsche godsdienstoefening bijgewoond en vervolgens gemeld terrein der ridders van St. Jan in bezit genomen heeft.

De Amerikaansche schuld is gedurende de maand October weder met 7]/s millioen dollards verminderd. De minister heeft aangekondigd dat hij gedurende de maand November met den inkoop van bonds en den verkoop van goud op de gewone wijze zal voortgaan.

Het aantal landverhuizers naar de VereenigdeStaten van Amerika was in de 12 laatste maanden grooter dan ooit te voren. In 1854, e jaar der aardappelenziekte, bedroeg het cijier 319,223, en men dacht, dat dit wel nooit overtroffen zou worden. Dit jaar steeg het evenwel tot 390,000. Men heeft berekend, dat door landverhuizers, die zich met goed gevolg in Amerika gevestigd hadden, dit jaar meer dan £ 450,000 aan de stoombootmaatschappijen betaald is voor plaatsbriefjes van Europa naar de Vereenigde Staten, die zij hunne betrekkingen in Europa toezonden. Met het oog op de op te rigten stoomvaart op Amerika zijn deze cijfers gewis allezins aanmoedigend.

Evangelisatie.

Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uwe hand des avonds niet af.

Naar aanleiding van deze vermaning van den wijzen Prediker rigt de Vereeniging tot verspreiding van godsdienstige blaadjes, te TJtrecht, een opwekkend woord tot allen, die de uitbreiding van het koningrijk Gods ter harte gaat. De korte hoofdinhoud dezer opwekking laten wij hier volgen.

,/De gelijkenis van den Zaaijer is ons allen bekend. De zaaijer is »die het woord zaait." Allereerst Jezus zelf, doch na Hem zijn Zijne discipelen tot dit werk geroepen. Zij moesten, na Zijne hemelvaart, heengaan in de geheele we¬

reld, predikende het Evangelie aan alle kreaturen." — Diezelfde last ontvangt bij zijne wedergeboorte elk discipel en elke discipelin van Christus, en elk hunner zal eenmaal aan den Heer rekenschap moeten geven, of en in hoeverre hij aan dezen last heeft voldaan.

»Het zaad, dat elk geloovige te zaaijen heeft, is dus het woord?' En daartoe behooren wij aan het werk te gaan, uit te gaan; want de zaaijer in de gelijkenis bleef niet stil te huis zitten, maar »ging uit om te zaaijen." Hij droeg dit werk aan geen anderen op; hij ging zelf, in eigen persoon. Of nu elke zaaijer zoo getrouw handelde of handelt is de vraag niet, maar »zoo behoorde het te zijn." En opdat niemand zich van dit werk uitgesloten zou kunnen achten, heeft de Heilige Geest gezorgd, dat er, vooral in onzen tijd, kleine christelijke geschriften of blaadjes, meer algemeen onder den naam van traktaatjes bekend, geschreven en zoo goedkoop verkrijgbaar gesteld worden, dat ook de onbemiddelde discipel zich ze kan aanschaffen. Bovendien geeft Hij het vele meervermogenden in het hart, de armsten onder de Christenen op hun verzoek zooveel van die blaadjes te schenken, dat zij er nimmer gebrek aan behoeven te hebben."

»Volgens Jesaja's profetie zou Johannes den Dooper voor den Heer den weg bereiden. Evenzop zijn deze blaadjes de voorloopers of wegbereiders van het Woord. Zij brengen den Bijbel tot de lezers en de lezers tot den Bijbel. Het komt er echter op aan, of al hetgeen onder den naam van traktaatjes geschreven wordt, dit eigenaardig karakter bezit."

»In een Eransch blad van 26 September 11. wordt gezegd: Heden ten dage bloeit de godloochening onder de meest geestdriftige onzer denkers en onder de jongelieden; het volk volgt als van zelf, en wij zijn nu zoover gekomen, dat het onmogelijk zou zijn om in openbare vergaderingen te Parijs den naam van God te noemen, zonder gesmaad en uitgefloten te worden." Nu is het onder ons zoo erg nog niet, maar toch maakt diezelfde anti-christelijke geest ook in ons land schrikbarende vorderingen. Indien dit nu alzoo is, hoe moest dan niet elk, die van het Christendom nog niet vervreemd is, al ware het alleen uit liefde tot zijn eigen fand en volk, mede de hand aan den ploeg slaan en door het gezegend middel van traktaatverspreiding doen wat hij doen kon om te redden wat nog te redden is.

Welnu, doet gij dit, gij die een Christen zijt? Waarlijk aan goede gelegenheid ontbreekt het nimmer. Gii leeft en beweegt u te midden van

ongewaarschuwde zondaren, waarvan zooveler hart klaagt en beschuldigend kan vragen: »Is er dan niemand, die mij opzoekt ?" Wat staat gij dan ledig? Welk middel kan toch ter wereld gemakkelijker uitgedacht zijn, om iets voor uwen Heer te doen, dan om uw zaad te nemen en uit te gaan om te zaaijen, en alzoo Zijn Evangelie aan arme zondaren te prediken? Wat kan men zich goedkooper aanschaffen dan traktaatjes, die u slechts één cent, bij getallen slechts een halve cent kosten, en zelfs om niet te bekomen zijn, om er winst mede te doen voor het koningrijk Gods? Elke verontschuldiging is u ontnomen.

Velen, die zich voor kinderen Gods uitgeven, noemen dit zaaijen werkheiligheid, eigen eer zoeken, en »zich dood werkeri," en houden zoo tot nadeel van duizenden zielen, menigen zaaijer

terug. Maar wat is de ijverigste zaaijer meer dan een onnutte dienstknecht, dio een verwerpelijk werk werkt, indien hij dat werk maakt tot zijnen zaligmaker. De zoodanige zou zijn loon gewisselijk weg hebben, al had hij ook tot reddinc van duizenden zielen een millioen traktaatjes gestrooid. Maar wat doen velen bij dit bevel des Heeren ? Zij zijn Hem ongehoorzaam, willen zich niet laten gebruiken, luisteren liever naar hun eigenlievend, vreesachtig hart, zien overal leeuwen op den weg, en de siddering der menschen wordt de strik, waarin de booze hen gevangen houdt."

>En gij, lezer, wat hebt gij onder het lezen van dit opwekkend woord in uw hart voorgenomen ? Ook te zaaijen, ijveriger te zaaijen dan tot hiertoe? Laat u niet terughouden door de gedachte, dat veel zaad bij den weg zal vallen. Indien er door uw zaaijen slechts eene enkele ziel gered werd, zou dit niet reeds zeer groot zijn?"

»Maar gij kunt meer doen, en dat met geringe moeite, door de vereeniging in staat te stellen om op eene veel grootere schaal te arbeiden, dan tot hiertoe. Dit kunt gij:

1°. Door lid onzer vereeniging te worden, voor een enkelen gulden in het jaar, zoo gij het nog niet zijt.

2°. Door, ingeval gij reeds lid zijt voor één gulden, lid te worden voor twee gulden.

3". Door anderen op te wekken zich op dezelfde wijze aan onze Vereeniging te verj binden.

»Vooral tot de met vele aardsche goederen gezegende Christenen rigten wij de bede: Helpt ons. Gij kunt door vrijwillige jaarlijksche bijdragen onze Vereeniging in staat stellen tot het bezoldigen van een bekwamen agent, die alom door het land hare blaadjes verspreidt, vooral op de kermissen en bij andere dergelijke gelegenheden.

Maar is stoffelijke hulp noodig, de Vereeni' ging behoeft allereerst der geloovigen gebeden.

En wie hunner zou haar dezen bijstand ont' zeggen?"

Dit uit het opwekkend woord. Hare gezegende ! werkzaamheid en vooral de degelijke evangelische inhoud harer blaadjes, geven de Vereeniging op de gevraagde veelzijdige ondersteuning allezins aanspraak. Moge dan hare roepstem bij velen weerklank vinden."

Opening' van een Evangelisatie-locaal te Zwolle.

Den avond van 9 dezer, waarop bovengenoemd locaal werd ingewijd, was — naar ons »een ooggetuige" berigt — voor de belangstellenden in de uitbreiding van Gods koningrijk te Zwolle een onvergetelijke.

Aan zulk een locaal toch bestond aldaar reeds jaren behoefte. Er bestond geene geschikte gelegenheid voor het houden van christelijke vergaderingen, zendingsbidstonden, enz. De jongelings-vereeniging moest zich in een van particulieren gehuurd gebouw veel onaangenaams getroosten, en voor hare zondagscholen, die door 350 kinderen worden bezocht, miste zij almede eene geschikte localiteit. Eene sedert eenige maanden opgerigte en als regtspersoon erkende Vireeniging voor christelijke belangen, sloeg dus aanstonds de handen aan het werk, kocht een gebouw en liet het doelmatig inrigten. Het bevat eene spreekzaal, gelegenheid voor zondagscholen, jongelings- en jongelieden-vereeniging en eene woning voor den concierge.

De feestelijke opening werd geleid door Ds. Vermeer, terwijl de zaal door leden, begunstigers en vrienden geheel werd ingenomen. Na gebed en psalmgezang en vierstemmig feestlied der jongelings-vereeniging, stelde spreker het doel en de werkzaamheden der vereeniging in het licht, en bragt naast God dank aan allen, die door hunne bijdragen het gebouw hadden helpen stichten. Daarna voegde de president der jongelings-vereeniging, deheer Serné, zijnen dank bij dien des eersten sprekers, en herinnerde er aan, dat de gronding van het zoo lang gewenschte gebouw mede als eene gezegende vrucht van den arbeid der jongelings-vereeniging te beschouwen was. Andermaal zong deze vereeniging thans een feestlied, waarna Ds. Vermeer uit aller naam den heer Serné dank zeide voor al zijne ijverige bemoeijingen als bestuurder van gemelde vereeniging. Daarna werd Gezang 96 gemeenschappelijk aangeheven, de dank aan God gebragt, en ging de feestvierende schare dankbaar en gezegend uiteen.

Twee en twintigste Jaarfeest der Vereeniging; tot Verbreiding: der Waarheid.

I.

De eerste helft van dit feest werd gisteren, Donderdagavond, in het lokaal der Vereeniging in de Elandstraat gevierd.

Na opening met gebed en psalmgezang gaf de president, de heer Looman, een kort algemeen overzicht van den toestand en de werkzaamheden der Vereeniging in liet afgeloopen jaar, waaraan wij het volgende ontleenen:

Het Bestuur was door herkiezing der aftredende leden onveranderd gebleven. Het ledental bedroeg thans 1038 tegen 1054 ten vorigen jare. Het getal begunstigers is 658 tegen 666 ten vorigen jare. Het doel der Vereeniging, is de kerk te steunen: niet eene kerk in of naast of tegenover de kerk te, zijn. En dat de Vereeniging in dit opzigt iets beteekende en vermogt, was in den loop des laatsten jaars overtuigend gebleken, zoodat de Elandstraat een naam gekregen heeft, 't Is de wensch der Vereeniging, dat de kerk eenmaal nog zoo worde, dat het bestaan der Vereeniging overbodig wordt. Zoolang dit niet het geval is, wenscht zij ijverig voort te gaan om allen, die levende leden der kerk zijn, te doen arbeiden in het werk des Heeren.

De werkzaamheden der Vereeniging zijn van veelzijdigen aard en van grooten omvang. De hoofdtak Evangelisatie bevat zeven afdeelingen, n.1. 1. Zondagscholen, — 18 in getal met 2110 kinderen, waaronder 2 scholen buiten de stad (Sloterdijk en Diemerbrug) en één voor kinderen uit den deftigen stand; — 2. Huisbezoek, waarin 15 broeders geregeld werkzaam zijn, welke dit jaar c. a. 2000 bezoeken aflegden en 4000 traktaatjes verspreidden. _ 3. Katecliisaiiën voor kinderen en volwassenen; — 4. Evangelisatie onder de zeelieden, door ' den heer Jesse, die 230 schepen bezocht, met vele zeelieden kon spreken en 4000 traktaatjes verspreidde; — 5. eene leesschoolvoor volwassenen, 2 maal per week, waarvan 28 bejaarden en 38 grootere jongens met goed gevolg gebruik maakten; — 6. Evangelisatie onder doofstommen, door Br. en Zr. Hinse op verschillende plaatsen in de stad en ook elders, met zeer bemoedigende en gezegende uitkomsten; — en 7. de Dorkas-vereeniging, met 14 werkende en 74 contribueerende vrouwelijke leden, eene vereeniging zich getrouw en met opoffering wijdende aan het vervaardigen van kleedingstukken voor, en het bezoeken van de gezinnen der armen.

De leesbibliotheek telt thans het belangrijk aantal van 10,224 werken, behalve nog de kinderbibliotheek. Aan het locaal Elandstraat werden dit jaar ter lezing afgehaald 29,785 boeken; aan de verschillende depots, door de stad verspreid, circa 62,000. Behalve de Zondagscholen, heeft de Vereeniging Naai-, Brei- en Teekenscholen, te zamen negen in getal. Het onderwijs wordt geregeld gegeven en draagt over het geheel goede vruchten. Ook in deze scholen is het onderwijs in Gods woord hoofdzaak, en uit beantwoording der vragen, die tot de aanwezige leerlingen deiZondag- en teekenscholen gericht werden , bleek , dat de leerlingen met de hoofdwaarheden der Schrift alleszins vertrouwd zijn gemaakt.

Al deze veelzijdige arbeid eischt belangrijke geldelijke opoffering, doch de Vereeniging kon den Heer dankzeggen, die het haar ook dit jaar niet aan het noodige had laten ontbreken. Naar gewoonte konden weder 7 aandeelen a f 100 in de 2 aangegane leeningen uitgeloot worden, zoodat de schuld weder met ƒ 700 verminderde.

Boekaankondiging-.

»Old Town en zijne bewoners," naar het Engelsch van Mrs. Harriët Beecher Stowe, door P. J. de Boode, Predikant te Harencarspel. Twee deelen 8°. Botterdam H. Nijgh. 1869.

Een historiseho Boman, en dan van de schrijfster van, Uncle Tom's Cabin! wie zou ze niet met sympathie in handen nemen! Met [een nauwkeurigheid van oorspronkelijk coloriet, in karakterteekening en spreekwijzen, die aan onze begaafde romancière , aan Mevr. Bosboom-Toussaint herinnert, heeft Mevr. Beecher Stowe ons hier een daguereotype geleverd van het maatschappelijk, zedelijk en godsdienstig leven van de Amerikaansche Colonie's in de dagen van den vrijheidsoorlog. Zij wijst ons met tact en kennis op de ontkieming der eerste teedere twijgjes, die nu reeds tot een forschen stam in het volk der Vereenigde Staten zijn uitgewassen. En zoo ge u dat alles denkt in den vorm van mémorien gekleed, an als in handschrift uit die dagen tot ons komende, dan kunt ge het betooverend effect u voorstellen door zulk een terugleven in een interessant verleden bewerkt.

Toch kunnen we voor onzen tijd do lezing van het boek niet onbepaald aanbevelen. Hoe uiterst gewichtig de kennis van Oldtown ook uit een wetenschappelijk oogpunt zij, een teekening, afdalende in zoo fijn detail, van een leven dat aan het onze geheel vreemd is, mist voor den kring onzer Bomanlezers en lezeressen, haar objectief belang. En hoe verfrisschend dan ook een historische roman van dit gehalte te midden van zooveel wekelijke, sentimenteele romanlectuur zij, toch hebben we te groot bezwaar tegen dit werk, om het als soliede voedsel voor de geesten onzer dagen te beschouwen.

De schrijfster verklaart, slechts objectief te willen teekenen, zonder uitspreken van eigen oordeel. En verdedigt deze handelwijze met de opmerking: »Ik zeil ben een bloot opmerker, die veel zie, veel twijfel, veel vraag, en slechts een klein aantal dingen van ganscher harte geloof." En dit nu juist maakt het werk o. i. zeer bedenkelijk.

Onze tijd is krank, omdat ze geen geestdrift heeft, geen geloof, geen overtuiging, maar altijd twijfelt. Wat we noodig hebben in die

malaise is dus juist een krachtig karakter, dat zijn vaste overtuiging uitspreekt, om door het toonen van geloof anderen tot geloof te wekken. En als dan nu in dit werk de verschillende godsdienstige overtuigingen, van de streng Calvinistische tot die der vrijdenkers toe, eenvoudig in een Pantheon naast elkander worden geplaatst, kan dit onzes inziens niet dan verslappend en ontzenuwend werken. Het zal de geloofskracht van het kranke hart niet stevigen, maar veeleer zijn laatste veerkracht ontnemen.

Vooral Tina's figuur moet schadelijk werken, waar zij eenvoudig geteekend, en noch door de schrijfster, noch door den gang der gebeurtenissen gecritiseerd wordt. Zij, hét ijdele, onbeduidende meisje, dat meer door een fladderend niaiseeren, een gestalte vol gratie, en zachte aanminnigheid, dan door waarachtig vrouwelijk talent uitmunt, verovert aller harten, speelt in grenzenlooze oppervlakkigheid met de grootste vraagstukken van het leven, en huwt ten laatste een losbol, die reeds te voren bij eene andere vrouw, door zondigen minnehandel een kind ten zijnen laste had. Tina neemt dat kind tot zich, en neemt het op voor de misleide. Wie juicht het niet toe. Maar wie gevoelt niet evenzeer met ons, dat een figuur als de hare te veel sympathie door gelijkheid bij honderden onzer jonge meisjes moet vinden, om anders dan schadelijk te kunnen werken. De onzedelijke gedachte, die in zoo menig vrouwenhart thans leeft, om haar liefde voor een onkuiseh jongman te vergoelijken door de zucht om den ongelukkige juist door haar liefde te redden, moet in Tina voedsel vinden.

En daarom, hoezeer we het boek ook in handen wenschen van hen, die over de problemen van ons kerkelijk en maatschappelijk leven wenschen meê te spreken, — als -volkslectuur kunnen we het niet met vreugde begroeten.

En daarom begrijpen we de raison d'etre der vertaling niet. De mannen van het debat hebben geen vertaling noodig om een werk van Mrs. Beecher Stowe te verstaan.

In Amerika zelf, waar de toestanden van het heden de natuurlijke critiek op Old town geven, kan het als volksboek nut doen. Bij ons, waar die critiek gemist wordt, niet. K.

Verbetering.

De secretatis van den Christelijken Broederkring inzonderheid bedoelende de afschaffing van sterken drank verzoekt ons eene kleine onnaauwkeurigheid, in ons verslag van het jaarfeest van gemelde vereeniging, voorkomende in het bijblad van 5 November. te herstellen. Te Utrecht, s'Hat/e, Haarlem, Zaandim, Leiden, Room, Dedemsvaart, Nijkerkerveen, Harderwijk en Amersfoort zijn geen evengelijke Broederkringen opgerigt, gelijk ons verslag zou kunnen doen vermoeden , maar de heer van Diemen heeft te Utrecht, 'tHage , Haarlem en Zaandam over de zaak door den Broederkring voorgestaan, mogen spreken, terwijl mondeling of schriftelijk betrekking is aangeknoopt met vrienden te Leiden, Hoorn, Vedemsvaart, Nijkerkerveen, Harderwijk en A">ersJoort.

Nederl. Stoomdrukkerij, Nieuwendijk L 76, Amsterdam,

Sluiten