Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 leden committeeren. Juist dus het getal ongeveer, dat de kerkenordening voor een Synode gewenscht heeft, terwijl als men ook nu 4 leden deputeerde, de vergadering uit 64 leden zou bestaan, behalve de adviseerende leden, wat de zaken én te groot én te kostbaar én te langdurig zou maken.

Op Dinsdag 17 Juni hoopt het Gymnasium te Zetten, blijkens ontvangen aankondiging, zijn vijf-en-twintigjarig bestaan te vieren.

. Van harte hopen we, dat deze feestviering voor het Gymnasium een blijde dag moge zijn, en de keuze die op Dr. Van Goor als feestredenaar viel, wettigt de hoop,, dat deze wensch in vervulling zal gaan.

Het Gymnasium te Zetten is een onzer oudste stichtingen, die in 's Heeren gunste er niet weinig toe heeft bijgedragen, om ook in hooger kringen de belijdenis des Heeren te handhaven.

Ongeloofliik is de insoannins? en volhar¬

ding die Ds. Van Lingen zich heeft moetcii^^seoopten, om, tegen de ongunst der tijden in, zijn stichting te doen ontluik :: en bloeien.

_ En wie van nabij weet, hoe er in deze vijf en twintig jaren getobd is met gcldehjken nood, getobd cm de noodige leerkrachten te vinden, en getobd om met de taatsgyrnnasia te concurreeren, kan een woord van waardeering en dank niet terughouden voor den Christelijken geloofsmoed waardoor deze stichting gedragen werd.

Groot is dan ook het aantal mannen, ^ie in kerk en maatschappij met eere genoemd worden en als dappere getuigen voor den Heere en zijn naam bekend staan, die aan dit Gymnasium hun opleiding genoten.

Er is een rijke, rijpe vrucht voor land en volk van dit Gymnasium uitgegaan.

En wanneer de herdenking van dit vele Soede tot ootmoedigen dank stemt, en alle zelfverheffing uitblijft, mag dit eerste halve jubilaeum als een profetie begroet van wat ?ns dit Anti-paganistische Gymnasium ook in de toekomst nog zal kunnen schenken.

Zoo wordt de vrucht der Doleantie ook op indirecte wijze openbaar in een hoek, waar men dit het minst zou verwacht hebben.

Toch bevreemdde het ons op dit Aqendum o. a. ook dit voorstel te vinden : „De Algemeene vergadeiing wijze den weg aan, die bewandeld meet worden, opdat de bediening van den heiligen Doop ook kunne geschieden in het lokaal aan eeneVereeniging tot bevordering der Evangelisatie toebehoorende."

Blijkbaar toch is hier bedoeld Doopsbediening in zulk een kerk, waar de kerkeraad ongeloovig is, en dus in geen geval Doopsbediening in zulk een lokaal zal aanrichten.

Is nu een kerkeraad „ongeloovig', dan kan natuurlijk in zulk een dorpskerk de Doopsbediening alleen door de classis aangericht.

Maar ook dit kan weer de zin van deze vraag niet zijnj want de mannen der Confessioneele Vereeniging erkennen de bestaande classicale besturen nog. Zonder

deze besturen kan hun classis niet nanaelen. En deze besturen mogen natumlijk zulk een Doopsbediening niet aanrichten zonder in conflict te komen met het Reglement. hun booze démon.

Van het heilig Avondmaal geldt natuurlijk hetzelfde.

Wat dusver in sommige Evangelisatielokalen wierd aangerecht was geen Avondmaal des Heeren, maar eenvoudig een

liefdemaal.

Men mag dan ook de hope koesteren,

dat de Confessioneele vereeniging, nu ze met de Gereformeerde beginselen meer ernst gaat maken, niet alleen deze Doopsbediening niet organiseeren zal, maar ook aan de illusie, als kon men in een Evangelisatielokaal zoo maar op eigen hand bet Sacrament des Avondmaals aanrichten, eens voorgoed een einde zal maken.

Zulk een handeling is Darbistisch, en niet Gereformeerd.

Kuyper.

Weldra zal men niets meer overhouden dan de woorden zedelijkheid en godsdienst, en daarbij denken wat men wil

In verband met die ketterij zegt Dr. Zahn, dat een predikant, naar de mate des geloofs, te allen tijde en dus ook thans een martelaar imoet zijn Wil hi) dat niet zijn, zoo kan hij slechts een leugenaar wezen. Ui martelaar, óf leugenaar, een derde is er niet.

De oorsprong der ketterij in de kerk en de valsche grondstellingen in staat en huisgezin komen voort uit ons gemis aan de rechte trouw fn het ambt Een ambt is een dienst; en wel een dienst, waarmede men niet zichzelven, maar anderen dient. Christus kwam om te dienen; desgelijks zijne apostelen, en evenzoo heb ben te dienen die met zijn Geest zijn vervuld. Denken wij in het ambt in de eerste plaats aan onszelven, zoo verzaken wij onze roeping.

Ook de nieuwe uitgave van de Heilige Schrift komt in dit nummer ter sprake, en bedenking wordt geopperd, of »erfbegrafenisse," miin heere!'1 »de st-arl wel uitdruk¬

kingen kunnen genoemd worden uit de thans gangbare taal.

Het antwoord hierop is eenvoudig.

Onze taal is evenals elke taal gangbaar,_ niet op éénerlei manier, maar op velerlei manieren.

«Gangbaar" onder de conversatie. «Gangbaar' in briefstijl. »Gangbaar" in gewonen hoekstijl. »Gangbaar" in kanselstijl. »Gangbaar' in den hoogsten stijl.

Nu is de Heilige Schrift in hoogen stijl.

En in dien hoogen redenaarstijl zijn uitdrukkingen als de genoemde naar het oordeel van taalkundigen als Prof. TV Tip Vries, volstrekt

niet misplaatst.

Kuyper.

—-—

Uit fa Jpers.

Effatha, de vereeniging, die pogingen aanwendt om een Instituut voor doofstommen, op Gereformeerden grondslag in het leven te roepen, zond ons een blijde tijding.

Wel is ze nog niet waar ze wezen wilde. Zelfs zocht ze dusver nog vruchteloos naar een huis, dat haar stichting zal kunnen opnemen; maar er is dan toch een begin van uitvoering verkregen, door de aanstelling Van een directeur, waartoe benoemd is de heer L. C. Oranje, van Dedemsvaart,

Terecht dringt het bestuur er dan ook °P aan, dat het Christelijk publiek thans in uitgebreider kring zijn pogingen ga

steunen.

De circulaire zegt er van:

Tot nu toe namen vele broeders en zusters, die wel groot belang stellen in doofstomme kinderen en hun Christelijke opvoeding, een afwachtende houding aan. Zij wilden eerst zien, °f er van deze nieuwe, veelomvattende, grootsche doch bezwaarvolle onderneming iets meer komen zou dan plannen, reglementen, vergaderingen enz. Ook dezulken roepen wij thans, de opening eener Christelijke school voor doofstommen nabij is, met vrijmoedigheid en goede verwachting op tot medearbeid. Broeders, zusters, gij allen, die de zaak begeert, •'-'och, om welke reden ook, tot nu toe niet zijt toegetreden, komt en sterkt onze harten en panden, zoowel door een gift ineens en jaarüjksche bijdrage als door uw gebed en invloed. Inzonderheid u, Kerkeraden, Diaconiën en Verenigingen, Predikanten en Onderwijzers, en v°oral ouders en familie van doofstomme kinderen. moue het erewicht des arbeids en de

Zegen, dien de Heere ons reeds in den benoemden hoofdonderwijzer heeft geschonken, dringen om spoedig uwe schouders mede te ?etten ook onder dit deel van het werk des Weeren, die Zich over de ellendigen ontfermt, en die barmhartigheid doen zal dengenen, die 0lQ Zijnentwil barmhartigheid bewijzen.

Het bedrag uwer jaarlijksche bijdrage kunt §ij zelf bepalen, naar mate de Heere u verm°gen geeft. Wij hebben leden van ƒ 25, ƒ 10, {.5, ƒ 3, / 1 en ook van 50 cent. Groote pften en contributiën zullen ons weldra te pas komen, en ook de geringste zal welkom zijn en steun geven, want immers: »vele kleine naaken één groote". Hier is een veld, waar de riJkste en mingegoede broeder en zuster kunnen samenwerken. En is deze tak van Christelijk onderwijs niet reeds al te lang verwaarloosd? Hadden onze doofstomme kinderen, en ook de blinde,- (voor welke wij later hopen te kunnen zorgen) niet ten allen tijde evenzeer behoefte aan en recht op Christelijk onderwijs als onze hoorende en ziende zonen en dochteren? Laat ons dan nu tezamen hiertoe ons p.ode ten dienste stellen, onder inroeping van zijne genade!

Geen twiifel of ook deze schoone zaak

aal eerlang tot stand komen, en, is ze eenmaal gevestigd, een nieuwe openbaring kunnen zijn van dip reddende barmhartigheid,

V/aarmeê de liefde Christi in de zijnen uit^aat> niet alleen om aan zondaren het pad

IpVphcj fa mni* r\r\\r nfH 7. IC li

1 — * vu o lv. jjiv.uiivv.itj maai vv/iv v—

e ontfermen over wie lijdt, misdeeld is of

^uende verzonken ligt

Naar aanleiding van onze vraag, of de Bazuin zending onder de Heidenen dan voor onmogelijk hield, zoolang het ééne kerk genootschap der Chr. Gereformeerden niet geformeerd was, ontvangen we dit welwillend en alleszins afdoend antwoord:

We willen ons echter niet onttrekken aan het verzoek om nadere toelichting, al is zij o. i overbodig.

En dan zij gezegd, dat het vermoeden, dat men zulke gevolgtrekking uit onze woorden kan trekken, zelfs niet bij ons opgekomen is.

Wij waardeeren ten volle het werk der vaderen, dat zij naar den aard en de omstandigheden, waarin de kerk toenmaals verkeerde, gedaan hebben, om den Heidenen het Evangelie te verkondigen.

Maar wij die een paar eeuwen later leven, moeten roeien met de riemen die wij hebben.

In de dagen der vaderen kon een enkele classis wellicht meer doen dan nu al de driehonderd en zooveel Christelijke Gereformeerde kerken saam.

Ten overvloede verklaren wi] nog, aat we dij net schrijven van het genoemde stuk aan 1869 zelfs niet gedacht hebben. Dat jaar is onze nachtmerrie niet, en het vervolgt ons niet als een vervaarlijk spook op onze wegen. Het heeft voor ons de beteekenis niet, die het heeft voor de Heraut Want het zou toch «een al te kras voorbijzien van de waarheid der historie zijn" zoo we meenden, dat onze kerkgenootschappelijke eenheid pas in 1869 ware begonnen ! , .,. ,

Neen, onze kerkgenootschappelijke eenheid is begon nen in'1836, wortelt in 't kerkrechterlijk art. 36 der kerkorde van 1618, 19, en heeft zich, onder strijd van buiten en vrees van binnen, staande gehouden tot op dezen dag. . .

Lang voor 1869, m het jaar van de vrijlating der slavenkin Suriname, heeft de Christelijke Gereformeerde kerk, als vrucht van hare kerkgenootschappelijke een heid', twee zendelingen naar die kolonie gezonden om

den lichamelijk vrij verklaarden het hvangelie te pre-

^En zoo weinig hechten we, op het stuk der zending, aan wat de Heraut noemt: «collegialiter", — dat wij den dag zullen zegenen, waarop eene plaatselijke kerk

een dienaar ucï> wuuiu, ucuuumjK uuor ue

•xamineera en geapproDeera,voor nare rekening en

1 . .1. ^ J! „ J „ TT i . 1 _ . 1 ï - _ r. _1

naar ae macni uic ue ncere naar veneena neen, zaï uitzenden naar de heidenwereld.

Uit dit antwoord blijkt, dat de redactie toen ze van kerkgenootschappelijke eenheid sprak,

iets anders Deooeiae, en uai ze zens nu nog

onze bedenking tegen dit woord niet voelt,

Anders toch kon ze onmogelijk nu weer schrijven, dat de »kerkgenootschappelijke een¬

heid" in 1836 begonnen is.

Een •»\tr\igenootschap'" toch is een ö/zker-

kelijk en puur staatsrechtelijk begrip zoodra het toe wordt gepast op meerdere kerken sadm.

Nu echter blijkt dat dit woord raopzetteiijK gekozen is, vallen onze bezwaren geheel weg, en danken we de redactie voor haar nadere verklaring.

In de Geref. Bijdr. wordt de aandacht gevestigd op den stil doorgaanden arbeid van Dr. Zahn. O. a. op zijn uitlegging van Rom. 12 en op wat hij nu onlangs gaf over de Pentateuch critiek.

In de recensie van het eerste lezen we:

Hl

, bestuurders van deze vereeniging zijn de

t\, tt t> 1 t \T 1- t t fron

Asch

Ds. H. Reuker. T. Vonk. T. I. van

t ,

ihom !_

Min ü,"g'

bunnen.

van Wijck,

Doe. L.

H. Groenendijk, P. J

Lindeboom. Ds. Van

de^t belangstelling namen we kennis van Agenda der Confessioneele Vereeniging

T Hare Junj e. k.

. bliikf

algemeene vergadering op 4

X» uiliKt lllr naf HP> I nnk" nCZC

kereeniginS "it haar indolentie heeft wakkra Jgeschud en dat zij zich tot nieuwe gen !s°ntwikkeling, haast zouden we zegtnaa'kt0 zu'verc'er Gereformeerden geest op-

Schoon moet genoemd worden, 't geen de schrijver bij de ontvouwing van vers 4—8 zegt van de eenheid van het lichaam van Christus. De gemeente des Heeren

is een. riet lichaam bestaat zonder de Jeden niet. L>e leden dienen niet zichzelven, ze dienen het lichaam; willen ze het lichaam niet dienen, zoo worden ze onbruikbaar.

Een lid meent gewoonlijk, dat het in kracht ver mindert, wanneer het geheel in dienst der andere leden is, terwijl het toch juist alzoo toeneemt in kracht, gezondheid en leven. Op zichzelven beteekent een niensch niets, neen, in de menschheid is hij iets; zoo betee kent een Christen slechts iets in de gemeente, en geen Onze Vader kan hij bidden, zonder aan zijn broeders te worden herinnerd.

Van het menschelijk lichaam spreekt het vanzelf, dat de leden afzonderlijk, van het lichaam gescheiden, niets zijn; maar hoe moeilijk verstaan wij dit van het lichaam des Heeren!

Niet zoo dikwijls zou Paulus dat beeld gebruikt hebben, bijaldien niet de leden telkenmale tegen elkander en tegen het lichaam gestreden hadden.

Van de gave der profetie sprekende, denkt hij hier niet zoozeer aan een onthullen van de toekomst, als wel aan een profetisch kennen en toepassen van wat God gesproken heelt. De proletie staat onder de gaven aan de spits. De profetie is niet gebonden aan de dienaren des Woords, elk lid der kerk kan een profeet zijn, d. w. z. God en zichzelven dusdanig kennen, dat het hiervan tot stichting spreken kan. De profetie moet bediend worden naar de mate des geloofs, en mag dus niet in een eigenwillig spreken over Gods Woord verloopen Van menigen katheder en kansel worden in onze dagen de jammerlijkste dwalingen verkondigd. Nergens wordt meer gelogen, dan daar waar men van God, van zijn wil en werk spreekt.

©ffirifetc berichten uit öe ttrö. ©eref. kerken.

VOORLOOPIGE SYNODE

VAN

LEEUWARDEN.

De kerkeraad der synodale kerk brengt bij dezen ter kennisse der Ned. Geref. kerken, dat van verschillende classicale vergaderingen ter behandeling op de Synode zijn ingekomen de volgende punten:

Uit de classis Arnhem c. a.:

1. de vraag, of het tegen de bedoeling is van art. 25 D. K. beginselen toe te pas¬

sen, die uitgesproken zijn op het convent te Wesel (art. Wes. Cap. V, 5, 6, 7) en indien niet, welke maatregelen dan moeten genomen worden, om aan het aldaar uitgesprokene uitvoering te geven;

2. het verzoek, om thans in overweging te nemen het rapport omtrent de diakonie (Acta Voorl. Synode Utrecht, pag. 57) en vooral de aandacht te wijden aan het praeadvies, in genoemd rapport voorkomende, omtrent het voor-

loopig verbinden van diaconale aan de gewone classicale vergaderingen, eventueel ook aan particuliere Synoden;

3. een memorie in zaKe net diaconaat en oe «Christelijke philanthropie;"

4. een voorstel, dat de Synode in zoover terugkome op de uitspraak der voorl. Synode van Utrecht (Acta Voorl. Synode Art. 193^) in zake Bijbeluitgave, dat ze aanwijze, welke bijbels betrouwbaar zijn, welke niet;

5. de vraag: kan er correspondentie worden aangeknoopt met den kerkeraad eener Chr. Geref. Gemeente, die opgetreden is r.a Reformatie der plaatselijke kerk door doleantie, welke kerkeraad thans correspondentie zoekt.

Uit de classis Harderwijk c. a.

1. de vraag: op wat wijze wordt uitvoering gegeven aan het bepaalde in Art. 19 der D. K-

2. de vraag: hoe komen de kerken tot eenparigheid in zake de openbare belijdenis en de vragen, die daarbij gedaan moeten worden;

3. een voorstel van de vrije gemeente te Heerde om opgenomen te worden in het kerkverband der N. Geref. kerken.

Uit de classis Rotterdam c. a.

4 Voorstellen:

1. Dat het examen volgens art. VIII voortaan worde afgenomen door provinciale Sy-

2. Dat de Synode bii verzoekschrift zich

f-nt" flp f-T r\r\rve* OtrArheid Olfl in

WtUU^

V^nrisa-srnst". ha.ndha vincr rlpr Zondagswet

j" , ~— — ,

vragen, en te verzoeken, tegen het openDaar lasteren van Gods Naam, handelend op te treden.

3. Dat de combinatie aldus worde opgeheven, dat de classis Dordrecht op zichzelve bliive en classis Brielle en Botterdam voor-

loopig gecombineerd blijven. .

4. Dat de Synode overwege, of de tijd niet gekomen is, dat de Synoden, classen en kerkeraden met discipline meer actief optreden tegen hen, die tegen de reformatie der kerken zich stellen, opdat er eenheid van actie in dezen moge zijn.

Uit de classis Amsterdam c. a. nog niets.

Uit de classis Middelburg c. a. nog mets.

Uit de classis Utrecht c. a. .

De vraag: Waar heeft men, naar tBuitenland b.v. België vertrekkende, zijn attestatie in te dienen, bijaldien in de plaats zelve, waar men komt, geen kerk van Gereformeerde belijdenis is.

Uit de classis Amersfoort:

Een voorstel: De Synode stelle een termijn

van minstens een half jaar, binnen welke een bedienaar des Woords niet op nieuw kan beroepen worden in dezelfde vacature.

Uit de classis Leeuwarden nog niets.

Uit de classis Franeker nog niets.

Uit de classis Dokkum n°g niets.

Uit de classis Zwolle c-a-

2 voorstellen:

1. dat, wie volgens art. VIII D. K. toelating \x7pn erht t-nt- Hpn Dienst des Woords, zich niet

zelf voor het examen aanmelde, maar daartoe worde voorgedragen door twee of meer kerken;

2. dat de Synode inga °JP het rapport in zake de diaconie voorkofflen(ie.

Acta V. S. II pag. 97-

Uit de classis Groningen nog niets.

Uit de classis 's-Hertogenbosch c. a.

1. Het voorstel: De Synode, oordeelende, dat Bijbelvertaling en Bijbeluitgaven in de eerste plaats onder de leiding des Heiligen Geestes en dus in den van God verordenden Weg, onder het toezicht der kerk in hare meerdere vergaderingen behoort te geschieden, besluit, deze noodige en gewichtige zaak door Deputaten te doen ter hand nemen, en legge den te benoemen Deputaten op, te onderzoeken, of niet in de opgerichte Nederlandrche afdeeling van het Bntsch en Buitenlandsch Bijbelgenootschap en in de Bijbeluitgave, onlangs door eenige gereformeerde hoogleeraren ten onzent ondernomen, de noodige middelen aan¬

wezig zijn ter bereiking van het beoogde doel;

2. Het verzoek: de Synode lichte de kerken voor aangaande de beteekenis van de toelating tot het Heilig Avondmaal (en z.g. »bevestiging van lidmaten'') door predikanten, die na de vrijmaking eener kerk als tegen-predikanten door een tegen-kerkeraad geroepen in eenige plaats, zijn opgetreden, en mitsdien welke de houding zij, door de wettige Opzieners ten opzichte van zulke z.g. »toegelatenen" aan te nemen.

3. Het verzoek: de Synode lichte de kerken voor aangaande de wijze, waarop de reg eerouderlingen de z.g. »Synodele" leden hunner kerken (en in het bijzonder degenen, die zich in kerkelijke bedieningen gesteld achten), hebben te bearbeiden enz.

4. Gemotiveerd voorstel tot ondersteuning der N.-Braband-Limburgsche keiken.

5. Voorstel inzake het verstrekken van onderwijs aan schipperskinderen.

6. Voorstel inzake de oprichting eener Ned. Geref. kostschool te Helmond, ten behoeve van kinderen in geheel Roomsche of ongeloovige omgeving.

7. Voorstel in zake Ds W. Raman.

8. Voorstel: De Synode verklare alle pre¬

dikers uit kerken van min vaste formatie onberoepbaar in de N. G. K. en onbevoegd om aldaar de Heilige Sacramenten te bedienen, tenzij zij met hunne kerken tot de N. G. K. mogen zijn overgekomen of hun langs den weg van het gewone examen, of dat naar art. VIII D. K. wettiglijk toegang tot het ambt des B. des W. zij verleend; opdat onvermijde¬

lijke teleurstellingen voorkomen worden.

9. Voorstel: de Synode spreke uit, dat het noodzakelijk is, dat de kerken handelend optreden tegenover de ongeloovige predikanten en dat ook hierin de grootere gemeenten de kleinere voorgaan.

10. Protest van eenige lidmaten uit Sprang tegen een besluit der classis.

Namens de Synodale kerk b. q.

Ds. L. H. Wagen aar, praeses.

W. C. v. Munster, scriba.

Classis Amersfoort.

zake

te

De Classis Amersfoort vergaderde 21 Mei 1890 te Amersfoort. Al de kerken waren vertegenwoordigd, tot praeses werd gekozen Ds. Bouman, tot assesor Ds. Westerbeek van Eerten, tot scriba Ds. L. Adriaanse. De heer Weiman van Nigtevecht werd na een onderzoek toegelaten om in de kerken te oefenen. Bij de

omvraag naar art. 41 D. K. werden verschillende mededeelingen gedaan, vragen beantwoord of adviezen gegeven.

Naar aanleiding van een vraag van Zeist of art. 38 D. K. al of niet op die kerk van toepassing moet worden geacht, wordt er op gewezen dat in bedoeld artikel staat »zullen de diakenen mede tot den kerkeraad mogen en niet moeten genomen worden." De Classis raadt aan bedoeld art. in Zeist te blijven toepassen, zooals tot nu toe is geschied.

De kerk van Soest had een vraag gedaan of de dank- en bededag voor het gewas niet tegelijk in deze Classis kan gehouden worden. Er werd eenerzij ds op het houden van zulk

een dag of althans van een Dede- en danustond aangedrongen, maar anderzijds gewaarschuwd,

Ö 1 - 1- _ 1 ^ A ^

geen scneiamg ie mciK.cn nwi.5^1*

Heere vereenigd heeft; er behoort in de gemeente op den rustdag niet alleen gebeden te worden: »Vergeef ons onze schulden", maar ook: »Geef ons heden ons dagelijksch brood."

Voorts werd ook gewaarschuwd toch niet kunstmatig bededagen in het leven te roepen, wijl die uit den nood geboren moeten worden en de geschiedenis heeft geleerd dat waar men

de bededagen vermeerdert het gebed dikwerf

vermindert. Ook werd gewezen op de moeielijkheid om het in alle kerken op een zelfden tiid te doen en ontraden vaste bepalingen dien¬

aangaande te maken. Ten laatste sprak de Classis met algemeene stemmen de wenscheliikheid uit om in het voor- en najaar bid- en

dankuur voor het gewas te houden.

lot deputaten voor ue aanstaande synode werden benoemd Dr. Van Goor en de ouderling J. de Ruig, tot secundi Ds. L, Adriaanse

en ouderling C. Verhoef.

Met algemeene' stemmen besloot de Classis

op de Synode het voorstel te doen: een bepaalde termijn, minstens een half jaar, te stellen, binnen welke een predikant niet opnieuw kan

beroepen worden in dezelfde vacature.

Tot Classicale deputaten werden benoemd Dr. Van Goor en Ds. L Adriaanse. Het verzoek van de kerk van Baarn, dat op de volgende gewone vergadering der Classis, zou worden onderzocht haar beroepen dienaar des Woords, werd ingewilligd.

Voorts kwam nog in behandeling een vraag van twee kerken in de Classis, die zich hadden

gecombineerd om te zamen een dienaar te beroepen. De vraag was of de Classis geldelijken steun wilde verleenen als de financieele krachten der Kerken tekort schoten.

Er werd uitgesproken dat de Classis zooveel mogelijk behoort te helpen, mits duidelijk blijke dat de bedoelde kerken alles doen wat in hun vermogen is. Hierbij werd met nadruk uitgesproken dat de leden der kerk niet moeten meenen, dat het zorgen voor den dienst des Woords een zaak van barmhartigheid is, maar zij verplicht zijn naar vermogen zooveel mogelijk door vaste bijdragen daarin te voorzien.

Met eenparige stemmen besluit daarop de Classis om, zoodra een beroeping in die gecombineerde kerken zal zijn aangenomen, uitvoering te geven aan wat vroeger werd vastgesteld in zake de Classikale kas, afdeeling 3, noodlijdende kerken; en wel in dier voege, dat in elke Kerk tweemaal per jaar een collecte daarvoor zal worden gehouden.

De vergadering werd daarna door den praeses met dankzegging gesloten.

L. Adriaanse, scriba.

de beroeping naar Groningen door ZEw. werd aangenomen. Naar aanleiding van 2 Tim. 1 :13 sprak de beminde leeraar de gemeente toe, haar nogmaals vermanende om bij Gods Woord te blijven. Eene overtalrijke schare vulde het kerkgebouw.

Wat aan het einde van de godsdienstoefening den vertrekkenden leeraar zingende werd toegebeden uit Ps. 121:4 is ook de hartelijke wensch voor ZEw. van den kerkeraad.

Moge God ZEw. ten rijken zegen stellen voor de kerk van Groningen.

Het adres van den kerkeraad is voortaan aan den ondergeteekende.

Namens den kerkeraad M. C. Krommenhoek, scriba.

De collecte voor de Vrije Universiteit gehouden te Kralingen 18 Mei jl. heeft opgebracht / 57.82'fa-

A. O. Schaafsma, Predikant.

Op 20 Mei 1890 vergaderden de Ned. Ger. kerken van Noord-Brabant en Limburg te Binnen-Moerdijk. Vertegenwoordigd waren 8 kerken door r5 afgevaardigden. Het moderamen werd samengesteld Ds. J. H. Feringa praeses, Ds. F. H. T- Smith scriba, Br. H. Gay van

Werkendam assessor. Als classicaal correspondent werd herkozen Ds. Feringa; voor eventueele approbatiën tusschentijds aangewezen de kerken van Helmond en Werkendam. De benoeming van een praeses geschiede voortaan bij toerbeurt; als quaestor trede telkens de assessor op.

De rapporten van den classic, corresp. werden goedgekeurd en zijn voorstellen aangenomen. Evenzoo die der kerkenvisitatoren. Eenparig werd goedgekeurd het verrichte door Depp. Class. inzake Vrijhoeven-Kapel, Bergenop-Zoom, en Zwingelspaan.

De rondvraag naar Art. 41 en de korte predicatie werden verdaagd tot de buitengewone

classe in Juni door den class. corr. te tfergenop-Zoom samen te roepen ter behandeling van het agendum der Synode.

Ook werden Deputaten benoemd ter voorbereiding van een kerkelijken Zendingsdag te Bergen op-Zoom nl. Ds. F. H. J. Smith van Helmond en BB. C. Rubsaam en H. Kok te Bergen-op-Zoom.

De Deputaten voor de finantieele regelingen werden gecontinueerd; de vrijmaking der zusterkerken besproken; de redactie van het voorstel over Bijbeluitgave goedgekeurd.

De voorstellen ter e. K. bynooe in te zenoen vastgesteld en geteekend, en derwaarts afgevaardigd als primi Ds. J. H. Feringa en A. C. van Drimmelen van Klundert en als secundi Ds. F. H. J. Smith van Helmond en K. Dane Czn. van Willemstad.

Naar Art. 180 Act. Syn. besloot men zich over punt 15 tot Depp. Syn. te wenden. De overige zaken werden verdaagd.

J. H. Feringa, h. c. praeses.

F. H. J. Smith, h. c. scriba.

>iuiUutland,

Frankryk. De Luthersehe en de Gereformeerde kerk.

De Parijsche gemeenteraad is berucht van wege zijn radicalisme. Dit is er bij de jongste verkiezingen niet 'op verbeterd, en daarom zullen de vijandelijkheden tegen alles, wat naar godsdienst zweemt, onvermoeid voortgezet worden. Daaronder lijdt de Roomsche kerk zeker niet, maar zijn de Protestantsche kerken het kind van de rekening. Volgens de wet is de stad Parijs verplicht om den predikanten een deel van hun tractement en een vergoeding voor huishuur te geven; ook heeft genoemde raad, volgens de wet van 1809—1875 het te> kort van de rekening der Luthersche gemeente gedekt. Maar van 1875 acht de gemeenteraad dit al gansch overbodig, en betaalde sedert 1881 ook niet de minste vergoeding voor huishuur meer. Aldus werden de evangelischen zeer benadeeld, terwijl de priesters er niets onder leden, daar ieder R. K. geestelijke in Parijs zijn eigen pastorie heeft.

Alle aanvragen en persoonlijke verzoeken der evangelischen bij de invloedrijke leden van den gemeenteraad, ja zelfs een beroep op den

De kerkeraad der Nederd. Geref. kerk te Helder, tot de ervaring gekomen zijnde, dat zich onder de miliciens der lichting van 1890, 1 f*(*m pn landmacht ingedeeld, ook leden

der Nederd. Geref. kerken bevinden, noodigt de desbetreffende kerkeraden uit, hem kennis te geven van de namen hunner gemeenteleden, die als milicien alhier in garnizoen of aan boord van Zr. Ms. fregat Evertsen zijn, met opgave van de korpsen waarbij zij zijn in-

Namens voornoemden kerkeraad P. Reijling, scriba.

HARMELEN, 26 Mei. De dag van heden was voor de gemeente alhier een dag van droefheid. Onze herder en leeraar Ds. W. Ringnalda, dien wij groot 3V2 jaar mochten bezitten en wiens dienst de Heere als middel gebruikte om deze kerk bij aanvang te doen wederkeeren in den weg van gehoorzaamheid naar Gods Woord, nam van haar afscheid, daar

staatsraad Dieet vrucnteioos. ue gemeenteraau schreef o. a. aan het Luthersche consistorium: »Waarom hebt gij behalve de drie groote kerken nog andere gebouwen voor godsdienstige samenkomsten? Waarom behalve de tien predikanten nog hulppredikers ? Wij achten dit alles overbodig, de uitgaven daarvoor onnoodig, doe dezen weg en uwe geldmiddelen zullen toereikend zijn.''

Nu is evenwel het oprichten van plaatsen voor hulppredikers eene zaak, waarover niet de staatsraad, maar wel de kerk te beslissen heeft en die ook zelfs de meest onpartijdige zoo noodig keurt, dat daarover geen woorden behoeven gewisseld. De gemeenteraad blijft evenwel bij zijn zeggen en daarom heeft het Luthersche consistorium in 't midden van de maand April aan alle leden der kerk een circulaire gericht waarin het verklaart, dat de rekening over de kerken in 't jaar '89 met een deficit van 20.000 frs. is gesloten en dat wanneer er niet verandering kwam in de toestanden of wanneer de gemeenteleden niet op buitengewone wijze behulpzaam waren, het deficit in 1890 zeker 30.000 frs. zou bedragen.

Hoewel de gereformeerde kerk over 't algemeen over meer middelen te beschikken heeft dan de Lutherschen, toch is ook hun positie zeer ongunstig en beide kerken zullen voortgaan met voor hun recht op te komen, maar voorshands zijn zij gebonden aan de offervaardigheid harer leden. Tot nu toe is de onmacht van den staatsraad en derministeriën tegenover den gemeenteraad dikwijls genoeg gebleken.

Wanneer zal men gaan bedenken dat de kerk afgescheiden moet worden van den staat,

wil men niet in een knechtelijken toestand blijven!

Winckel.

§Mrr Ütmlerfn.

OLAF

»E

X.

NOOR.

De overganr.

Twee maanden later was de prins op zijn eiland teruggekeerd. Na veel moeite was 't hem en Sigurd eindelijk gelukt zekerheid te krijgen, omtrent hetgeen zij wenschten te weten.

Sluiten