Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE

Het auteursrecht van den inhoud, van dit blad wordt verzekerd overeenkomstig de wet van 28 Juni ,881 {Staatsblad N°. is4).

Dit blad wordt" geregeld des V r ij d a g s aan de ^«Weerden verzonden^

«SSbkd betreft^teaXïssem-'enaar/deREDACTIE. Abonnementen en Advertentie* i a timttstïSTB.A.TÏ32 vaii 13©-Söröiitj Amsterdam.

rannen voor net nmmuw

Zondag 20 November 1892. N°. 778.

Abonnamontaprys: franco raa huis, per drie maanden /1.20. Afzonderlijke

Bommers aan het Bureel 10 Cent. . ,.t

Abonnementen worden aangenomen door alle Boekhandelaren, Postdirecteuren! eas.

en aan het Bureel te Amsterdam. „ „ . , K _

Advertentiën: van 1 tot ö regels 90 Cent; voor eiken regel meer 15 Cent. Aanvragen en vermelding van liefdegaven en Verslagen van Vereemgingen 10 Ct. per rege..

%t vijföc €>ebotr.

ZONDAOSAFl>KELI\G XXXIX

Want wederspannigheid is eene zonde der tooverij. en wederstreven is atgoderij en beeldendienst, Omdat gij des Heeren woord verworpen hebt, zoo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.

i Sam. i>: 23.

VII. (Slot.)

Toen Saul weerspannig was gebleken aan Gods ordinantie, werd hij door Samuel o. a. met dit scherpe woord bestraft: „ Wederspannigheid is een zonde der tooverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst.' Dit diepzinnig woord nu werpt een helder licht ook op de overtreding van het vijfde Gebod, Immers de zonde,'die door dit vijfde Gebod gewraakt wordt, is ongehoorzaamheid, wederstreving, wederspannigheid, verzet, opstand, revolutig. Nu denkt iemand, rlif» wee der weerbarstigheid ingaai,

dat hij zijn eigen heer en meester is, en juist door zijn niet gehoorzamen toont dit te zijn. En hiertegen komt Samuël nu op. Integendeel, zegt hij, wie tegen Gods ordinantiën in verzet komt, is zóó weinig zijn eigen heer en meester, dat hij veeleer gelijk is aan die hall ontzinde toovenaars, die zich aan een demonische macht overgeven en ten slotte zeiven niet meer weten wat ze zeggen of doen. Of ook ze gelijken op die mannen en vrouwen, die in de Aziatische tempels in een sooit veirukking van geest

voor de afgodsbeelden neervallen en ze ven

nauwlijks weten wat ze doen. Dit ziet natuurlijk op de zielkundige verschijnselen die men in Samuels dagen bij deze erger» lijke toovenarijen en afgoderijen waarnam.

r rm nnfï Hp amok-maker op iava een

halve bezetene is, die wel verre van zien zeiven meester te zijn, zich opwindt en ten slotte in een soort razernij vervalt, zoo zag men ook destijds soortgelijke tafereelen m de afgodische tempels. Personen die zien opwonden, die buiten zich zeiven geraakten, en in dien verwilderden toestand halt op bezetenen geleken. Tooverij en afgoderij duiden hier alzoo op een toestand, waarin de mensch zich zeiven niet meer meester is maar in de macht komt van zekeren dèmonischen geest en in een soort verwilvan peest zich door deze demonische

vtw * —— o ...

geesten laat inspireeren. En nu zegt Samuel, wedersnannioheiri1' en ..wederstfevine".

zind en bezeten waren en, in nog wilder zin dan een amok-maker in Indic, gedreven werden door een demonische macht. Iets

waarbij er tevens aan herinnerd zij, hoe men, bij het begin van een oproer, niet

zelden op kwistige wij?e sterken drank onder het volk uitdeelde, daar het zonder die verwildering, die de alcohol in de geesten aanricht, niet tot daden van verzet was te brengen. Nooit heeft het volk bij eigenlijk oproer dan ook den indruk gemaakt van een groep vastberaden, kalme lieden, die uit plichtsbesef handelden, maar steeds gaven ze op de barricaden en bij de straatgevechten den indruk óf van ontzindheid óf van een lijdelijk gevangen zijn onder een machtigen pathos.

Tot zoover zal dan ook bijna elk le'zer met ons meegaan, en de wondere juistheid van Samuëls woord toegeven. Maar gaan we nu verder, en willen we ditzelfde woord nu ook toepassen op gewone ongehoorzaamheid, od murmureering of overtreding

. I t 4- ,4 < £» < r> _

£VW»V' i— ^ . Jf-

dat „wederspannigheid" en „wederstreving ,

waar het de ordinantiën Wods gelat, m at» grond der zaak met zulke tooverij en afgoderij op één lijn staat, want dat de mensch die zich aan zulk een opstand tegen God waagt, wel waant, dat hij nu zijn eigen

meester is, maar leitelijK veeieer unuci uC macht van een demonischen geest geraakt, zich door dezen boozen geest inspireeren .laat, en, nauwlijks wetende wat hij uoet, dezen demonischen geest als heer en meester over zich aanneemt.

Nu klinkt dit, bij het eerste hooren, zeker vreemd. Maar als ge deze uitspraak van Samuël nu legt naast de met bloed bedropen bladzijde der Historie, die u den gruwel der Franschs Revolutie, of naast die andere die u de ontzettendheden van de Fransche Commune verhaalt, dan gaat u toch terstond een licht op, en gevoelt ge zelf hoe die Parijzenaars en Provincialen, die op zulk een wijs in 1793 eli I^7° in de Seinestad gewoed hebben, metterdaad ont-

in het dagelij ksch leven, aan nouuu u»..»

stemming op, en weigert men in die gewone eigendunkelijkheden iets anders te zien, an een stellen van het eigen ik tegenover hem orehïeden heeft. Een kma

U1U UVU <• — Cs ,

is ongehoorzaam tegen vader en moeder.

omdat het geen zin neen om ie uuwi

■ en een onderdaan is weer¬

spannig tegen zijn overheid, omdat de

*■ - - t 4. ~4- a 1 At'HP.

bepalingen aer wei ui v^u uv.

7.;in belang ot zijn lust ingaan

£n natuurlijk geven we dit verschil^ grii toe, en zijn zelfs bereid het breed uit te meten. Een moeder, die. als vader uit is

gegaan, tot haar kinderen zegt: „Nu neemt Han vanavond maar eens vriiaf". ofschoon

vader rfezesrd had. dat ze werken moesten,

Iran riaarhii zelfs een zeer lief. moederüik

crpzirht zetten, dat 11 in niets doet denken

» , .

aan de verwilderde tronie van de harpijen onder de Dames de la Halle, die op open wagens naar de guillotine reden, om te genieten in het bloedbad dat stond te worden aangericht. En toch, hoe breed, en nog eens breed, we dit verschil ook uitmeten, het beginsel, als beginsel, blijft niettemin één. Het is beide malen ongehoorzaamheid, het is conspiratie, het is verzet tegen de nrrlinan tifin van hem. die van Godswege

recht had ons de wet te stellen en gehoorzaamheid aan die wet af te eischen. Ot ik van iemand duizend, gulden of een dubbeltje steel, scheelt zoo in het oogloopend veel, dat de bestolene zich om dat dubbeltje nauwlijks bekreur.en zal, terwijl hij voor die duizend gulden er de politie en het gerecht bij zal halen. En toch in beginsel is en Kliitt. heide diefstal. Eén in soort van zonde,

M"j » " * '

en slechts verschillend in graad. En zoo nu is het ook hier. Allerlei kleine ongehoor7"anm heid cn insubordinatie op school, in

het gezin, cp straat, schijnt bijria niet de

moeite waard, dat ge er aanmermng op ^ïilke luttele bagatellen als hetziin.

u

En toch als kinderen, die men zoo heeft

gewend, en m wie men at zuik verzet siraiiilnns cednld heeft, straks, tot mannen op¬

gegroeid, de politie te lijf gaan, of barricaden opwerpen, doen ze in den grond der •/aak nrecies hetzelfde wat ze vroeger deden:

alleen nu in het groot, wat ze toen in het trlr-in rieden. Tn kinderen vindt men dat

dan aardig; ja, er zijn moeders zoo verdwaasd, dat ze zulk een insubordinatie tegen meesters aanmoedigen, en er om lachen

als een kind van zijn heldendaden tegen

in

den onderwijzer vertelt, en soms zelf meedoen om een nieuw guitenstreekje tegen meester te verzinnen.

Bij een moeder vindt j^e dat m een regei veel sterker dan bij een vader. En dat

komt weer daar vandaan, dat cte moeu^-rs,

door de vergoding der vrouw in aeze eeuw misleid, er eigenlijk om lachen, als men

J . .i . 1 * CL^.A(y

haar nog aankomt met ae oramauuc uuuo, dat een vrouw haar man onderdanig heeft te zijn. In de wereld wil men hiervan reeds

~ t «n

niets hoegenaamd meer weien,

eingen er stemmen op om deze ongerijmde

bepaling 00K uit ons uuiS«ujn.

Ken man moet met langer

Ulb IC — _

het hoofd van zijn vrouw zijn. De huislijke

. _ « 1 . Z IMM min P tl

eenheid moet m ae iwccuuu »«> "«*» —• «KrnWn wnrrien. Toch ZOU dit nog

vruuw . . , .... -

zoo erg niet zijn, zoo althans in Christelijke

kringen de ordinantie ltoqs nog

rwh nnW dit is niet meer zoo. Al

WCIU. '-'VV" __T ,

staat er nog zoo stellig m Gods Woora.

,1Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen unutr1 nr.h lacht men er zelfs onder onze

L-t- LU I v y ~ —— - > .

Christenvrouwen om, zoo dikwijls deze zaak

in. het gesprek tepas komt. JJat ruerin tx7<=>rkeliik een nrdirsantie Gods schuilt, ge¬

looft men ternauwernood meer, en in een

. 1* .

gegeven geval acht zoo menige vrouw, Gie toch anders voor den Christus pleit,^ dat er zekere eer in steekt, om duidelijk te toonen, dat ze het wel doen wil, omdat ze het zelve goed vindt, of ook om haarman

genoegen te doen, maar volstrekt niet uit gehoorzaamheid, uit onderdanigheid, of omdat het moet. Die geest van verzet wordt dan, op zeer natuurlijke wijze, maar al te gretig "door de kinderwereld aan moeders schoot ingedronken. Iets wat dan soms wel botsing geeft, als de kinderen tegen moeder zelve in verzet komen; maar anders zich gemeeniijk tegen de onderwijzers en tegen vader keert. Nu i;<. vader is wel het hoofd,

maar hij meent dat z60 niet. Ge moet zijn

•' . TT* _ .1

woord z:o streng niet opnemen, uan er is ook nog een zeer verleidelijk spreekwoord, ons influisterend dat wat niet gezien wordt, ook niet deert. Het vrouwelijk hart schijnt dan ook veel meer dan dat van den man tot deze zonde over te neigen. Althans zoo ge de verhalen hoort, die deze vrouwen zeiven gedurig doen van haar getob met haar dienstboden, dan slaat ge een blik in een droeve onordelijkheid, gelijk die noch in de kazerne, noch op de fabriek, noch op het kantoor in die mate denkbaar is. Niet natuurlijk alsof de geest van verzet in den man minder zou woelen, maar het schijnt dat de man gemeenlijk inziet, dat al zulk klein verzet toch niet baat, en daarom in den regel in het gareel loopt, om bij verzet op grooter schaal en van ernstiger consequentie al zijn kracht van weerstand uit te putten. Ia onze vrouwenwereld daarentegen geldt het minder groote zaken, minder ernstige aangelegenheden, meest allerlei kleine dingen van het huislijk ieven, en juist dat minder gewichtige schijnt ongemerkt tot verzet te prikkelen; en als de'zwakkere in kracht schijnt zij in de slimheid, soms in de sluwheid, waarmee zij zich aan de onderdanigheid weet te onttrekken, bijna altijd iets geoorloofds, soms iets eervols, niet zelden iets genottelijks te vinden.

7.nn mra 1!U f?elooven hoe deze schiin-

woord, ons influisterend dat wat niet gezien

. . „ • t? ;i_. 1 ..i

staat voor de ontzettende gruwelen, die bij zoo menigen volksopstand tot moord en dnndslsp hebben geleid? En toch is dit zoo.

Het is nog altoos F.va, die in het eten van 1

0 . . . s. * 11 1

een verboden boomvruent, neuscn, zuik een kwaad niet zien kan, en daarom er schik in heeft om in zoo kleine zaak tegen het gebod in te gaan, en toe te geven aan haar

lust. De bcnriit getuigt net aan ook *.civc

Tim. 2 : 14: „Adam is niet verleid

baar onschuldige weerspannigheid van het vrouwelijk gemoed, die zelfs tot in onze Urimren vrii sterk is doorge-

drongen, metterdaad mede verantwoordelijk

crewr.rden. maar de vrouw, verleid zijnde,

is in overtreding geweest." En diezelfde geest zit ook thans nog zoo zeer in de vrouw in, dat als haar nóg geboden werd: „Van alle boom dezes hofs zult ge eten, maar van dien éénen boom moet ge afblijven", ze nóg zou zeggen: „Wat gekheid, 0111 aan dien éénen boom niet te mogen komen," en er nog van plukken zou.

Dat nu deze e-eest van verzet veeleer

van de vrouw dan van den man uitgaat, is

zeer natuurlijk. Immers de vrouw is de zwakkere en de vrouw is het creatuur dat met zelfbewustheid onder een ander gesteld is, terwijl de man wel geroepen werd, om onder God te staan, maar tevens boven de vrouw werd gesteld. De vrouw stond dus van meet af onder een dubbele macht boven | zich, terwijl de man wel God boven zich, maar ook zijn vrouw onder zich had. De triomf der gehoorzaamheid zou dus bij de vrouw het schitterendst zijn geweest, maar ook moest voor haar de verleiding tot ongehoorzaamheid wel het sterkst wezen. Het is dan ook opmerkelijk, hoe in het vijfde Gebod de moeder met name er bij wordt genoemd, i alsom door de bewoordingen van het gebod zelf de vrouw te prikkelen tot eerbiediging van de Goddelijke ordinantiën, door het inzicht, hoe het hoog houden van Gods gebod, tevens strekt om haar positie als vrouw en moeder te verhoogen.

Maar. en dit is het waarmee we tot

Samuëls uitspraak terugkeeren, ook van

Eva wordt gezegd, dat ze overtraa, nu ru-i-Jr/// tr sim. 10. w z. na eerst onder

een andere macht, t. w. onder de macht

. . • • TTT . ..i. 2 —

van batan gekomen te zijn. waart ge nu m het Paradijs daarbij geweest. Die prachtige hof, en te midden van die ocftweelde,

van één boom gezegd: „ Uaarvan zult ge niet eten"; en hadt ge dan straks Eva toch van dat boompje zien plukken, dan

zoudt ge er meê gelacnen neDDen, ais iemand beweerd had, dat Eva dit deed

1 : „ «

onder de inspiratie van een atmonibuuc,

duivelsche macht. JLL,ven awaas au* gc nu nog zoudt vinden, zoo een huisvrouw uit¬

gaf wat haar man zei dat ntet uitgegeven

mnrht- wnrrï^n. en als nu iemand oewcrcn

wilde, dat ze dit deed onder ingeving

. . -r-, 1 /->■ T \\1 ]

van den duivel. ü,n toen uoas vvuuiu verhaalt het u met kleuren en geuren, hoe

het wel terdege Satan was, die Eva's hart

belaagd, haar verleid, en lot oezen opstand tegen God geprikkeld heeft. En op dien grond nu zeggen we Samuël na, dat alle ongehoorzaamheid, alle weerstreven en alie weerspannigheid, al openbaart ze zich nog zoozeer in het schijnbaar nietige, evengoed uit demonische inspiratie voorkomt, als tooverij en beeldendienst. Het is een booze demonische geesr, die in de harten van oud en jong, van vrouw en man, bij het kleine en bij het groote, den lust en den zin om te gehoorzamen uitdooft, en er lust in doet scheppen orn in verzet te komen en zich te onttrekken aan de onderdanigheid.

En werpt ge tegen, dat de mensch, die

God niet gehoorzaamt, op die wijs feitelijk toch gehoorzamt, maar nu Satan in plaats van God, dan is dit ook zoo, en is hiermee niets anders uitgesproken, dan wat de Schrift zegt, dat wie de zonde doet, eivslaaf is. Geheel de voorstelling, alsof men door opstand en verzet vrij werd, is dan ook enkel zelfbedrog. Men wordt niet vrij, maar ruilt eenvoudig van meester. Men stond onder God, en nu gaat men staan onder Satan. Doch, gelijk Da Costa dit in zijn Kaïn zoo meesterlijk geteekend heeft, om dezen toeleg te doen gelukken, speelt Satan ons een bedrieglijken schijn voor het zielsoog, en brengt ons in de verbeelding, alsof we, door tegen God op te staan, eens vrij zouden worden als hij zelf waant te zijn. Hij verlokt ons tot nabootsing, en weet dat we door die nabootsing vanzelf onder de mnr.Vil- knmen van hf-rn. dien we nabootsen.

Alle nabootsing immers is van het origineel afhankelijk. Of, orn het nog dieper op te

•; . . i-- •• _i '

vatten, wij menscnen zijn aoor uruu zuu geschapen, dat we nooit onze eigen meester kunnen zijn, maar altoos door een, meerder

dan wij zijn, beheerscht moeten worden.

Die trek is ons ingeschapen, rleei onze positie als bewust creatuur brengt dit met

zich. Jien creatuur dat onathankeiijK zou zijn, is een vierkante cirkel, bevrozenvuur

ot droog water. Het is een ondenKDare gedachte. Een zich zelf weersprekende ongerijmdheid. Creatuur te zijn en afhankelijk te zijn, zegt hetzelfde. En overmits nu de mensch, wat hij ook doe, nooit zijn geaardheid als creatuur, nooit zijn positie, nooit dien diepsten trek van zijn natuur veranderen kan, helpt het hem ter wereld niets of hij al het ni Dieu, ni maitre uitkrijscht. Niet onder God, het zij zoo, maar dan onder Satan\ niet onder de menschen die God over ons gesteld heeft, maar dan in slavernij overgeleverd aan de trawanten van den Booze.

Nu vormen de druppels die uit de wolken op de bergen neervallen, eerst een plas; die plas ritselt als een klein beekje naar beneden; vele van die beekjes vormen allengs een breede beek; vele van die breede beken loopen in één stroom uit; en als die stroom machtig is geworden, rolt hij naar de diepte en stort zich over de velden uit, en richt, zoo geen menschelijke kunst zijn oevers ophoogt, een schrikkelijke verwoesting aan. En zoo ging het ook hier. Zoo in huis als op school waren het niet dan druppelkens van ongehoorzaamheid, en wat zouden die kleine weerstrevingen voor Waad doen? Maar zie. dis vele druppels

zijn allengs een beekje gaan vormen. Zulk een beekje uit het ééne gezin heeft zich op een noodlottig punt met het beekje der ongehoorzaamheid van een ander gezin of een andere school vereenigd. Zoo_ is er allengs kracht en vaart in het begin van een kleinen stroom gekomen. Die stroom heeft zich met het voortschrijden der jaren verbreed, heeft zijn bedding al dieper uitgegraven. En zoo is het gekomen, dat de *rt.n nnCTprerliticrheden. en met hem

ÜUUUU1 «O** — ia 7

de stroom van ongehoorzaamheid en weerspannigheid tegen de Goddelijke ordinantiën zich al machtiger over de natiën en volkeren heeft uitgegoten, tot eindelijk in de principieele Fransche Revolutie, het Gode niet gehoorzamen tot beginsel is gesteld; aldus het rad der ordinantiën is omgekeerd; v/at boven lag naar beneden is gehaald en wat beneden lag naar boven is

SU martelaren.

CVIfl.

THOMAS R H E B 0

In het begin der 15e eeuw zoo verhaalt ons Antonius airtsbisschop van Florence, leefde in Frankrijk een Karmeliet uit Bretagne geboortig en Thomas Rhedon geheeterï. Hij was een prediker van naam. Omstreeks ,4-12 kreeg hij lust Italië te bezoeken. Daar zijnde, ging hii in het gevolg van de gezanten van Yenetië ook naar Rome. Hij had den vurigsten wensch zijns harten verkregen Hij aanschouwde het heilige Rome en zou in kennis' komen met geestelijken, wier verheven onderwijs en heiligen wandel hem eene rijke leering zouden wezen. Hii had het zoo anders in Frankrijk gezien, bij de geestelijken zoowel als bij de monnikenorden, de karmelieten niet uitgezonderd. Dit had hem zeer geërgerd en gehinderd, want hij wist wel, dat dit zoo met mocht. God de Heere had hem eenige kennis der waarheid gegeven.

Hoe geheel ;andefs vond Rhedon het in de hoofdstad der christenheid en aan het hof van den Paus dan hij gedacht had. Hij vond het tegendeel van wat hij verwacht had. Hij zag er veinzerij en huichelarij m plaats van heiligheid, ijdelheid en hoogmoed in plaats van hemelsche genade; in plaats vanvreeze Godsveifoeie.ijke ongebondenheid; in plaats van kennis lediggang en bij¬

geloof, in plaats van Apostolischen eenvoud meer dan barbaarsche tyrannie.

Toen kon hij zijn mond niet houden. Hij moest spreken tegen zoo vreeselijke verbastering. liet bloed van Johannes IIus en Hieronymus van Praag sprak nog tegen deze gruwelen. Maar zijne getuigenissen baatten niets. Het werd erger. Toch hield Rhedon vol, bereid om, zoo het noodig was ook zijn leven te geven voor den gehoonden Naam des Heeren.

Zoo werd hij die een leerling te Rome had willen wezen daar een leeraar. Maar de geestelijkheid kon zulke bestraffingen niet lang dulden. Zij haatten den prediker, die niemand en niets ontzag, zelfs de kardinalen niet, wier wandaden hij open legde.

Ten einde te zekerder den martelaar te kunnen treffen, namen zijne vijanden de toevlucht tot hun gewone middel, zij beschuldigden hem van ketterij.

Dit middel hielp. Op verzoek van den aartsbisschop van Rouaan, den kardinaal Guillaume d'Estouteville, toen vice-kanselier en op bevel van den prokureur der karmelieten orde Noel van Yenetië, werd Rhedon gevangen genomen en in den kerker geworpen. Daar werd hij ontrust met vragen, en beschuldigd van de volgende kettersche leeringen:

1. De kerk heeft behoefte aan reformatie, zij zal zwaar beproefd en gereformeerd worden.

2. In deze laatste tijden zullen de ongeloovigen (Joden, Turken enz) tot Jezus Christus bekeerd worden.

3. Rome is vol gruwelen.

4. De ban van den paus is, wanneer zij onrechtvaardig is, niet te vreezen.

5. Degenen, die hem niet vreezen doen geen zonde.

ïn dien tijd zat öp den pauselijken stoel Eugenius IV,

Deze riep den monnik tot zich en liet hem in den kerker opsluiten. Vele sniaiten had hij daar te verdragen. Na op de vreeselijkste wijze gepijnigd te zijn werd Rhedon voor de rechters gebracht. Natuurlijk viel het dezen niet moeielijk des martelaars schuld te bewijzen, waarop hij ten vuurdood veroordeeld werd. Nadat hij van zijn priesterschap ontzet was, werd hij levend verbrand. Dit geschiedde in het jaar 1436.

JE.IN LE CÏjERC.

De zetel van den welbekenden redenaar en kampvechter van de Roomsche kerk is in de 16de eeuw de geboorteplaats van menigen belijder voor de Gereformeerde waarheid en van meer dan een martelaar geweest. Onder de laatsten noemen wij fean le Clerc, broeder van Pierre le Clerc, over wien wij later hopen te spreken.

In het jaar 1523 werd eerstgenoemde in de gevangenis gezet, omdat hij aan de kerk van Meaux een geschrift had gehecht, waarin hij tegen een door den paus verleende aflaat opgekomen was en den paus zelfs een Antichrist genoemd had. Hij werd veroordeeld, om op drie verschillende dagen gegeeseld en daarna gebrandmerkt te worden. Zijne moeder, eene Christin, zooals er in die dagen weinige waren, kwam zelfs bij het schavot slaan om 'haren zoon onder de geeseling moed in te spreken. En toen hij gebrandmerkt werd riep zij: «Leve de Heere Jezus en zijne merkteekenen." Le Clerc trok zich na deze straf naar Rosay in de voormalige Biele terug en van daar naar Metz in Lotharingen. In laatstgenoemde stad verdiende hij zijn brood als kaarder. Iegelijk predikte hij onder zijne medearbeiders het Evangelie der

genade en legde zoodoende den grondslag voor de bloeiende kerk, welke er sinds te Metz gezien is. _

Doch hiermee was Le Clerc niet te vreden. Zijn ijver drong hem tot eene sprekende daad voor de geheele bevolking. Zekeren dag zou er op een plaatsje, even buiten Metz eene processie worden gehouden, waarbij eenige beelden zouden worden rondgedragen. Le Clerc, dit veinomen hebbende, toog den avond voor de processie naar bedoeld plaatsje en verbrak er stillekens de beelden. 1 oen des anderen daags de kanunniken, priesters en monniken de processie zouden houden, zagen zij hunne beelden, in stukken gebroken en verminkt. W ie had die heiligschennis gepleegd? Niet lang behoefde men hiernaar te frissen. De kaarder Le Clerc was bekend als een man, die eene leer predikte, welke met die der Roomsche kerk niet altijd instemde. Bovendien miste men hem uit de stad. Hij moest dus de beelden gebroken hebben Naar hem werd gezocht en toen hij gevonden en voor den rechter gebracht was beleed hij niet alleen zijn ijver tegen de afgoden, maar predikte tevens de ware leer. In kort geding werd hij ter dood veroordeeld. Naar de strafplaats geleid weid hem eerst de rechtervuist afgesneden, daarna de neus met een nijptang uitgerukt, vervolgens de beide armen gekneld en eindelijk de beide borsten uitgerukt. Ieder die dit zag werd bewogen, ziende zijn geloof in Jezus Christus en zijne hope op God, die hij onder de martelingen uitsprak in de woorden van Ps. 115: »Hun lieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des menschen handen ' enz. »Maar wij zullen den Heere ioven van nu aan tot in eeuwigheid. Hallelujah." Hierna werd hij naar den brandstapel geleid, waar hij stierf. Dit was in het jaar i524-

De Gaay Fortman.

Sluiten